Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meditatie. Alle posts tonen

dinsdag 7 januari 2025

Om antwoord te geven op jullie vragen

Hier zijn enkele vragen en opmerkingen die ik kreeg nadat ik mijn kennissen een “Shabbat Shalom” had gewenst. Dit gebeurde een dag na de confrontaties tussen heethoofden onder de vlag van steun aan Palestina en heethoofden onder de vlag van Maccabi Tel Aviv, die naar hartenlust door de straten van Amsterdam raasden. 


Ik heb in het Hebreeuws via mijn blog gereageerd. Hierbij de vertaling.


Vraag: “Hoe is het daar in Nederland met al die moslims?”


Mijn antwoord: Bedankt voor je interesse.; in mijn straat bijvoorbeeld wonen, naast Nederlanders en veel Oost-Europeanen, veel Turkse gastarbeiders van de eerste generatie uit de jaren ’70 en hun nakomelingen. Met hen heb ik een prima contact . Het zijn over het algemeen rustige, beleefde mensen die eenvoudig leven, hard werken en elke zomer naar Turkije reizen. Ik waardeer hun gemeenschapszin. Aan de andere kant hebben vooral de oudere vrouwen zich niet zo geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar wie stoort dat? Ze bakken koekjes en andere lekkernijen en delen die uit aan de buren. Soms brengen ze tomaten van een overvloedige oogst, of appels van de boom in de tuin. 


De afgelopen jaren zijn er enkele jonge gezinnen van Syrische vluchtelingen bijgekomen. Aardige mensen die niet klagen, wat opmerkelijk is gezien wat ze hebben meegemaakt. Af en toe help ik hun kinderen met het leren van de Nederlandse taal, of ze komen gewoon langs om piano te spelen (maar dat heeft niets te maken met land van herkomst).


Verder ondersteun ik al zeven jaar een Syrisch gezin. Echt geweldige mensen en een bijzondere, leerzame ervaring. Daarover heb ik eerder geschreven en is hier te lezen.


Vraag: “Voelen jullie je als blanke inwoners niet bedreigd door al die moslims?”


Mijn antwoord: Ik weet niet wie “jullie” zijn, dus ik zal antwoorden als “ik”: nee. In deze vraag hierboven zitten allerlei aannames verborgen die me doen huiveren. Wat betekent “al die moslims”? Ik ken ze niet allemaal. En “blanke inwoners” – nog meer kriebels. Moet ik echt uitleggen waarom?


Vraag: “Hoe zit het in Nederland met de anti-Israëlische houding?”


Mijn antwoord: Voor zover ik weet, steunt de populistische rechtse partij die hier aan de macht is – een groep xenofobe, homofobe klimaatontkenners met meer van de bekrompen opvattingen – niet alleen Trump, maar ook Israël. Goed gezelschap, toch?


Vraag: “Zijn er nieuwe moskeeën in Nederland?”


Mijn antwoord: Is dat een serieuze vraag? Ik heb geen idee.


Opmerking: “Ik haat de islam die Europa langzaam verovert.”


Mijn reactie: Sorry, maar dit keer doe ik niet mee met het slachtoffer festijn . Geniet ervan.


Opmerking: “Ik heb geen greintje medelijden met hen. Niet met hun verleden en niet met hun heden. Helemaal niets. Alleen met onze mensen. Wij, als Joden en Israëli’s.”


Mijn reactie: Alleen onszelf en “onze mensen” liefhebben is iets wat ik totaal niet begrijp. Ik heb nooit gehouden van het “wij”. Ik ben ervan overtuigd dat het gevaarlijk is om groepen over één kam te scheren, en dat we er alles aan moeten doen om de ander te zien en te begrijpen, vooral als die anders is dan wij. Ik realiseer me dat we allemaal, inclusief ikzelf, een natuurlijke neiging tot racisme en afkeer van het onbekende in ons dragen. Juist daarom probeer ik mensen als individuen te blijven zien en termen als “zij” en “wij” te vermijden.


En verder: geen medelijden? Het is natuurlijk makkelijker om alleen te houden van wie op je lijkt, maar wat is er gebeurd met mindfulness en de boeddhistische waarden die we geleerd hebben? Zoals acceptatie en non/harming ? Ben je vergeten dat haat een vuurbal is dat, zodra je het op iemand richt, ook jouzelf verbrandt?


Opmerking: “Ze haten ons, en nu beleven we weer de Kristallnacht.”


Mijn reactie: Israël moet, nu het volwassen is, beslissen wie ze wil zijn. Wil ze een moderne staat zijn, “een land zoals alle andere”, waar de Jood niet wordt gezien als afwijkend, maar met opgeheven hoofd en trots door het leven gaat? (Was dat niet de bedoeling van het zionisme?) Of wil ze een land zijn dat zichzelf definieert door het oude beeld van de gebogen, geslagen Jood en het antisemitisme van de vooroorlogse Oost-Europa?


@Israël: Je kunt niet beide tegelijkertijd zijn of van identiteit zomaar wisselen wanneer het je uitkomt. Je bent ofwel een moderne, welvarende staat met een sterk leger, ofwel een groep vervolgde Joden. Jij mag het zeggen.


-


Ik begrijp eerlijk gezegd niet zo goed hoe volwassen, hooggeschoolde mensen zulke vragen kunnen stellen en dergelijke opmerkingen kunnen maken. Hoe kan het toch dat er onder ons, of op z’n minst binnen mijn “verlichte” kennissenkring, geen algemene overeenstemming is over basiswaarden zoals menselijkheid en respect? 


En ja, natuurlijk zitten die er ook bij.  En anderen die mij gewoon Shabbat Shalom teruggewenste. 


-


Tot slot:

Een dag later leidde ik onze tweewekelijkse meditatieavond. Er waren drie nieuwe deelnemers: een moeder, een vader en hun volwassen dochter. Na de stilte, het zitten en het lopen, dronken we samen een kopje thee en wisselden de ervaring van de avond uit. Al snel bleek, zoals vaak, dat de meesten aan het begin van de avond  onrust hadden ervaren - iets wat meestal gaandeweg de meditatie tot bedaren komt. Wat mij verraste, was dat die onrust dit keer bij iedereen verband hield met de oorlog tussen Israël en de Palestijnen en uiteraard met de gebeurtenissen in Amsterdam vorige week. 


 Net als veel van mijn Nederlandse vrienden en kennissen, spraken zij hun afkeer uit over het mengen van het begrip antisemitisme met de huidige gebeurtenissen. Ze kennen de feiten van de Holocaust, steunden Israël in haar beginjaren, werkten in de jaren ’70 als vrijwilligers in kibboetsen, maar zijn geleidelijk gestopt met het geven van onvoorwaardelijke steun aan Israël. Ze veroordelen Israëls gedrag tegenover de Palestijnen, net zoals ze elk ander vorm van geweld veroordelen. Het zijn mensen die van vrede en van mensen houden.


-


Het enige dat we kunnen doen om de wereld enigszins te verbeteren, is compassie ontwikkelen. Naar onszelf en onze emoties kijken, daar wijs mee omgaan, de ander zien, en de universele menselijke overeenkomsten erkennen: we zijn allemaal levende wezens die voedsel, onderdak, water, lucht, liefde, begrip, aanraking, contact en communicatie nodig hebben. Als kind van de tweede generatie na de Holocaust heb ik me altijd afgevraagd: “wat zou ik hebben gedaan?” Daardoor voel ik de plicht om de waarheid onder ogen te zien - de vernedering en het moorden - en mijn stem te laten horen.


Ik blijf hopen en wensen, simpelweg omdat er niets anders te verlangen valt:


Dat er vrede mag zijn. 

Van binnen, van buiten, overal waar mogelijk.


Nava Benyamini © 12.11.2024 Dordrecht, Nederland

zaterdag 19 juli 2014

'Nee' als 'Ja'

Geschreven augustus 2013

Vijf dagen mediteren. De groep telt negen mensen. Van 5 uur in de ochtend tot 9 uur in de avond zitten we, lopen we, doen we yoga, eten we, leven we in stilte en in vertraging. Alleen de leraar spreekt soms. In de avond is er les. Les in Boeddhisme.

De geest reinigt. Patronen worden zichtbaar. Contact tussen mensen blijkt evengoed te bestaan ook zonder woorden. Moeilijke momenten van confrontatie met onzekerheid, met lichamelijke pijn, met moeheid, verveling, verzet. Mooie momenten van verwondering en inspiratie, van ontroering door de natuur, door andere stille mensen.

In het dagelijkse leven vertraag je. Je eet, drinkt, loopt, doucht, poetst je tanden, gaat naar de wc in een trager tempo dan normaal. Dit werkt voor mij als een vergrootglas en tevens aardt het me; ik kom dichter bij de handelingen zelf en dus ook bij mijn lichaam. Ik leef in het moment.

En dan zijn er de dharma instructies. De leraar spreekt over de doelen van de meditatie, wat je ermee kunt bereiken en er is veel analyse van de psychologische factoren die er spelen. Ook zijn er leefregels, die je wel mag maar niet hoeft te volgen, die je wel mag maar niet hoeft mee te reciteren, maar gereciteerd worden ze elke avond wel, hoewel het niet verplicht is om erbij te zijn... maar om dan demonstratief iedere keer weg te blijven is ook zo wat...

Er is een Boeddha beeld, de leraar is een Boeddhist. In zijn retoriek en stemgebruik hoor ik de katholieke die hij ooit vermoedelijk is geweest. Ik krijg ook dezelfde kriebels als in de kerk (uit mijn tijd als koorbegeleider). De inhoud is niet fout. Ik hoor veel wijze woorden. Het spreekt mij zelfs aan, dat maakt het nog enger. Elke avond ga ik er met dat rare gevoel vandaan. De inhoud klopt wel, zegt mijn verstand, het gevoel erbij niet.

Elke dag is er een individueel moment met de leraar. Ik bespreek dit vooral niet met hem. Uit de ervaring van het jaar ervoor weet ik dat ik soms te ver ga. Ik had toen veel moeite om weer thuis te zijn, om mijzelf weer te vinden. Dit keer besloot ik een kleine onafhankelijkheidsstrijd te voeren. Ik heb bijvoorbeeld, tegen de regels in, een aantal keer met mijn vriend gesmst.  Het voelde als een noodzaak, als ademhalen. Dat verkoos ik boven de regels: je oefent toch juist om zo trouw mogelijk aan jezelf te leren zijn?

De laatste avond escaleert het en ik tob me wezenlos.

De laatste dag zou er ter afsluiting een geleide meditatie zijn. Het jaar ervoor liet het allemaal zo sterk binnen komen dat ik er eng van werd en in een soort van waas terecht kwam, en kon na afloop ook moeilijk mijn draai weer vinden. Dit wilde ik dit keer absoluut niet. Aan de andere kant wilde ik ook niet in de aversie belanden, negatief worden en de mooie ervaring verpesten. Dit vormde een dilemma waar ik lang over heb getobd, nagedacht en geschreven.


En ineens wist ik het. Op het moment dat de geleide meditatie met de groep gedaan werd, koos ik spontaan voor mijn eigen weg. De leraar gaf instructies en ik hoorde hem. Ik sloot mijn ogen en zei bij mijzelf: 'ik hoor je stem en ik doe niet mee, ik luister naar mijn adem en blijf zo dicht mogelijk bij mijzelf'. Soms deed ik mijn ogen open, keek af en toe naar buiten en bleef zo vormgeven aan mijn eigen moment. Het voelde als een overwinning. Ik kon me afsluiten zonder af te wijzen, uit keuze, niet uit angst. 

Een mooi paradoxaal Boeddhistisch gezegde luidt: "als je de Boeddha ontmoet, dood hem". Lekker doen dus, zo kom je bij jezelf.


dinsdag 17 september 2013

Objecten

 


 Ze komen en ze gaan, de 'objecten'. Verschillend van formaat, vorm en inhoud. Soms lijken ze uit het niets te ontstaan, en andere keren vloeien ze duidelijk uit iets anders voort.


Ik zit, ik adem, ik kijk. Het is een soort van snorkelen boven een koraalrif. Ik kijk de diepte in en zie de bizarre vormen. Sommige dingen liggen daar ver weg in de diepte, ik zweef erboven. Sommige drijven voorbij in alle mogelijke kleuren en vormen. 

Ik loop. Dan kruisen ze mijn weg. Ik probeer ze op tijd op te merken en sta dan even stil. Vaak weet ik het pas wanneer ze er al zijn. Waar ze vandaan komen en waarom is niet altijd duidelijk. Maar ik ben blij dat ik ze zie, anders slokken ze mij zomaar zonder pardon op. Het is eten of opgegeten worden in de grote wildernis van het onderbewuste.

Een gedachte. Ik stop. Hij manifesteert zich, groeit wat, zwelt op, het is een beetje als een wee, bereikt zijn hoogtepunt en begint dan weer in te slinken, af te zwakken en verdwijnt dan weer uit het zicht. Sommige zijn wat trager, die geef ik een klein duwtje, hup, loop jij nou maar door... ik wil nu verder...

Tja. Mediteren, dat is kijken naar een immens groot aquarium waar de raarste wezens in zwemmen, alleen de glazen wand wil bij gebrek aan alertheid zomaar ineens verdwijnen, en hop, voor je het weet verzuipt je er weer in. Tricky business. 

zaterdag 6 juli 2013

Boos

 

 


De Boeddha vergeleek boosheid met het gooien van een stuk brandende houtskool. Je denkt op de ander te richten, maar je bezeert jezelf. Daar heeft hij volkomen gelijk in. Soms bereik je een stadium waarin je die pijn niet meer voelt. Dan kan je behoorlijk doordraven.


Boos ben ik. Alle dingen willen mij expres boos maken. Mensen doen van alles om mij te pesten. Dat zijn harde feiten.

Ik ben bijvoorbeeld boos op de gemeente. Ja. De GEMEENte Is een veelkoppige monster. Het is een heel GEMEEN monster! Het pest mij voortdurend! Het monster pest mij bijvoorbeeld door de plastic afval niet op tijd op te halen en door zwerfafval niet aan te pakken. Het gemene monster pest mij ook doordat het er niet voor zorgt dat ik gewoon op de stoep kan lopen van mijn huis naar het station. Het monster denkt niet aan mensen. Nee. Het denkt ook niet na over het verwijderen van de borden met 'NAT' erop, nadat er geschilderd is in het park, en komen zo papier en inkt gewoon in het milieu terecht. Boos ben ik.

En dan zijn er al die mensen die mij boos maken. Best veel. Mensen die hun motor niet afzetten wanneer de brug open gaat. En mensen die 'processed food' vertalen als 'kant en klaar eten' terwijl het gewoon bewerkt eten betekent en daardoor is er weer verwarring, terwijl het juist zooo belangrijk is dat er eindelijk aandacht is voor wat mensen eten. En ik was al zo boos op alle mensen die niet snappen dat slecht eten en slechte gezondheid met elkaar hand in hand gaan. En op alle regeringen, en op de voedingsindustrie, op alle industrieën, alle macht-slurpers, ik ben niet zo genuanceerd. Dat komt omdat ik zo boos ben.

Ook ben ik heel boos op mensen die hun blikjes, flesjes, pakjes, patatbakjes, mcdonaldszakjes, sigarettenpakjes, peukjes of noemhetmaarop op straat gooien, vooral in MIJN straat. Hoe halen ze het in hun hoofd?? Boetes uitdelen! Dat zal ze leren. En spugen op straat.. Hoe verzin je het? En hondeneigenaren die de poep niet oprapen maar gewoon leuk voor mijn deur laten liggen. Dit doen ze duidelijk om mij ergenis te bezorgen!!! 

En dan ben ik boos omdat de 'gebroken lijnzaad' die ik kocht bijna heel is en omdat de 'waxed dental floss' absoluut 'unwaxed' aanvoelt en ook omdat ik in het restaurant voor zeven euro maar een halve kom soep en voor drie euro een half kopje thee krijg! En computers... begin er maar niet over... waarom  kunnen de bestanden van mijn video toch in godsnaam niet gewoon op mijn computer bewerkt worden? Waarom???

Ik ga er vanuit dat het allemaal persoonlijk tegen mij is gericht. Er is een gigantische samenzwering om mij heen. Dat is zeker. Hoe meer ik erover nadenk, hoe bozer ik word.  En hoe bozer ik word, hoe minder helder ik kan nadenken. Die boosheid is een brand die woedt en zich uitbreidt en zich voedt met al dit soort gedachten. Het is dan ook erg moeilijk om er los van te komen. Dan blijf ik er een tijd behoorlijk in zitten sudderen. 

En ik heb gelijk, natuurlijk heb ik gelijk. Ik heb steeds maar gelijk totdat ik er dood bij neerval. Het jeukt in mijn botten. Het wil eruit. Boosheid heeft een duidelijke richting, van binnen naar buiten toe. Het is het gooien van een steen, een katapult, een pijl en boog. Maar de jeuk blijft, dat heeft de Boeddha al verklaard. 

Dan fantaseer ik ineens dat ik hele dunne scherpe hoge hakken aan heb waarmee ik kan prikken. Stop stop stop, schreeuw ik, terwijl ik ze allemaal leegprik. Je mag dit niet doen. Je mag mij dit niet aandoen. Ik voel me gepakt, opgelicht, bedrogen, bedonderd, besodemieterd. Ik ben het slachtoffer en mag terugslaan. Stop ermee!

Ik rij op mijn boosheid als op een paard. Ik zit er machtig en hoog op. Ik galopeer elegant. Ik kijk neer op de dingen, ik zie al die mensen van bovenaf. Al die domheid, die onneuzelheid. Ik betrap ze met die vier sterke benen. 

Ik galopeer verder. Achter mij dood en verderf. Het is een zwart-wit film, Mad Nava. Overal is rook, mist, dor en kaal. Ik had gelijk. Ik heb gelijk. Ze hadden moeten luisteren. Wat voelt dat goed, hier zo alleen in die rust.


woensdag 19 juni 2013

Inzicht


Ik loop op straat
Het kan me niet schelen dat mensen naar me kijken
Het kan me niet schelen wat ze van me denken

Nee, dat is niet waar
Het kan me wel schelen,
alleen kan het me niet schelen dat het me scheelt wat mensen van me denken

Nee, dat is ook niet waar
Het kan me wel schelen,
alleen kan het me niet schelen dat het me scheelt dat het me scheelt wat mensen van me denken

Dat is ook niet waar.
Het kan me wel schelen.

zaterdag 8 juni 2013

Haast

 


Vandaag in de stad, op de fiets, met een deel van de boodschappen in de fietstas, onderweg van de natuurwinkel naar de markt om betaalbaar fruit te halen, langs de AH, toen ik door moest dringen tussen alle winkelende mensen, zag ik ineens de haast. Ik zag de haast van al die winkelende mensen en ik zag ook mijn eigen haast.

Ik zie (merk, voel) mijn eigen haast wel vaker. Ik voel het in mijn lichaam, in mijn spieren die gespannen zijn, in een naar voren neigend lichaam, in een korte ademhaling, in het gevoel (en het idee) geen tijd te hebben en steeds vooruit vooruit vooruit te moeten.

Ik heb wel vaker haast, of ik ben gewoon snel. Ik typ bijvoorbeeld heel snel, ik loop ook snel, ook wanneer ik een avondwandeling door het park doe, ik denk zeer snel en haal mijzelf regelmatig in, in de auto moet ik mijzelf in bedwang houden en oefen ik soms met geduld. Het is meestal vrij lastig om mijn bewegingen te vertragen. Het zit niet zo in mij, de rust. Gewon op een stoel zitten lukt mij niet. Als ik eenmaal in beweging ben, hol ik heel de dag door. Wat mij wel lukt is op de bank neerstrijken en er uren blijven liggen. Boeken lezen doe ik in bed. Alles of niks dus.

Wanneer ik mediteer kan ik de drukte in mijn hoofd en in mijn lichaam zien; het is een spectaculair schouwspel van komen en gaan, verschijnen en verdwijnen van gedachten, gevoelens, stemmen en tegenstemmen, lichamelijke en zintuigelijke sensaties en ga zo door. Wanneer ik mediteer lukt het mij vaak om wel stil te zitten. Dan zie ik hoe de boel van binnen werkt. Erg leerzaam.

Maar vandaag in de stad zag ik in een keer heel helder de haast van de anderen. Ik fietste het smalle straatje in met mijn ene volle fietstas (waarom ze de drukste straat van Dordrecht zo smal hebben gemaakt zal god misschien wel weten, en anders vast iemand daar bij de gemeente), waar het wemelde van het winkelende publiek; in en uit de AH, lopend, fietsend, in groepen, in koppels of alleen, met of zonder kinderen met kinderwagens of zonder...

En ineens kon ik vertragen. Net in een film. De tijd stond bijna stil. Ik werd langzaam. Mijn bewegingen schakelden naar een andere versnelling, mijn spieren ontspanden, ik kon ademen. Rust. En ik keek naar die mensen. En ik had opeens veel ruimte en veel tijd in een eigen vertraagde tijdbubbel. Ik dacht: "al die haast, waar is het voor nodig? Ik heb eigenlijk helemaal geen haast, ik kan mijn eigen tempo bepalen, kijk mij nou". Het was alsof de haast en de drukte om mij heen het mogelijk maakten mijn eigen haast te onderscheiden en vervolgens de keuze te maken voor een ander tempo, voor mijn eigen ritme.

Het was een prachtige gewaarwording die een paar minuten stand hield. Het was even zweven, trouw aan mijn eigen bewegingslogica, in het hier en nu. Ja! Wat vervolgens gebeurde is dat ik ging bedenken dat ik over deze ervaring ga schrijven en begon de zinnen in mijn hoofd te formuleren. Ik zag mijzelf al achter de computer zitten en ik wist ineens hoe mijn weblog ging heten: 'mijn gedachten over het een en ander', mooi, was ik blij mee. Tegelijkertijd was een deel van mij aan het vechten, wanhopig bezig om die mooie ervaring nog vast te houden. Ik was dus aan het beleven (of dat dacht ik tenminste) en erover aan het rapporteren tegelijkertijd, niet te spreken van het feit dat ik ook nog met dilemma's als: gezouten of ongezouten noten en chips light of gewoon aan het worstelen was.

Bij het vertrek uit de winkel had ik nog steeds de illusie dat ik de ervaring niet kwijt was en ging dapper de drukte weer in, vertrouwend op mijn nieuwe geestkracht. Toen ik weer een drukke straat in fietste dacht ik: "kijk, ik kan inhalen en toch geen haast hebben, ik kan snel gaan en toch bij mijzelf blijven" en meer van dit soort euforische gedachten, toen ik ineens tegen een meneer aanbotste. Het was geen grote klap, qua raakvlak dan, maar wel een harde. We botsten toch echt. Zijn linkerzij tegen mijn linkerhand en tegen het stuur waar mijn hand op lag. Het deed best een beetje pijn, maar geen een van ons beide zei sorry. Ik was in de veronderstelling dat ik, verkerend in mijn tijdcapsule, nooit fout had kunnen zijn. Hij dacht misschien, "wat een trut, je mag hier niet fietsten"...

De botsing had mij wakker geschud en mij met mijn neus op de feiten gedrukt: ik zat allang weer in de haast, in de drukte, in de naar voren neigende lichaamshouding, snel naar de markt, nog even fruit halen, en naar die winkel, en nog even die bellen, nog even afspreken, en straks het gras maaien, en in de diverse blogs schrijven en de foto's en en en ...

Ik was er.... haast.