Zoeken in deze blog

dinsdag 6 november 2018

De piano



Nu heb ik mijn piano uit Israël laten komen. Mijn piano. Het is niet zomaar een voorwerp. Hij is een persoonlijkheid, met een eigen karakter, emoties en geschiedenis. Mijn Schimmel, de zwarte, de glimmende.

Hij is aan het begin van de jaren zestig ergens in Duitsland geboren en in het jaar 1964 hebben mijn ouders hem in Michigan gekocht, net voordat ze terug naar Israël gingen. Wat mij niet helemaal duidelijk is of hij eerst een tijdje bij het gezin in Michigan woonde of, wat toch logischer lijkt, direct, nog nieuw in verpakking, naar Israël is verscheept. Op de foto's uit de periode in Amerika zie je een andere, een voor mij onbekende bruine piano. Maar vanaf de allereerste foto uit Israël zie je alleen maar hem. De Schimmel.

We hebben er allemaal op gespeeld. Mijn moeder, want zij studeerde, bij wijze van inhaalslag, piano in de jaren na de oorlog in Rome, zo rond haar negentiende, twintigste, en bleef nog altijd haar spel bijhouden door af en toe met gevoel de eerste Nocturne van Chopin ten gehore te brengen, of de beruchte Hanon etudes energiek te herhalen. En Shuki natuurlijk, die jarenlang les had gehad, maar later op gitaar overstapte en die, behalve klassieke stukken, ook liedjes van de Beatles op beide instrumenten kon spelen en nog meer dingen die ik me maar vaag kan herinneren. Want hij was eigenlijk al groot en uitgeleerd op het moment dat bij mij de bewuste herinnering pas beginnen.

Rond mijn vijfde kreeg ik voor het eerst les bij een of andere deftige 'yekke' mevrouw (Muller?), die misschien ook een tijdje de lerares van Shuki was. Ik denk me het rode beginners boek van Thompson's Preparatory te herinneren en een oude, gedrongen dame die bij ons thuis kwam en naast mij achter de Schimmel plaats nam. Ik was niet zo dol op haar en ook niet op de lessen en toen zijn ze, vanuit de gedachte dat ik nog te jong was, stopgezet. Een tweede poging werd gedaan met mijn privé lerares Engels. Eigenlijk vreemd dat ik een privé lerares had voor Engels, blijkbaar vonden ze het belangrijk om mijn beheersing van de Engelse taal uit mijn babytijd nieuw leven in te blazen. Het was een vrij zweverig figuur, jong en tenger, die eens in de week bij ons thuis kwam en met mij diverse activiteiten deed. Zij had originele/ progressieve ideeën over onderwijs, en alles aan haar voelde gemaakt. Ik herinner me ons wandelen en zitten in 'Gan Ha-Esriem', en dat ze Engels sprak met een Amerikaans accent, dat ze met behulp van kaartjes met woorden en plaatjes werkte en dat ze mij ook piano probeerde te leren spelen, want daar had ze blijkbaar ook verstand van. Maar om eerlijk te zijn, werkte dit ook niet.

En dan ineens, bij het bereiken van de respectabele leeftijd van acht jaar, ben ik naar een echte pianolerares gestuurd, met veel ervaring en een echte praktijk. Dit keer waren de lessen niet in onze woonkamer, maar bij haar thuis, twee keer in de week een half uur, zoals het hoorde. Het wonder geschiedde en ik begon te spelen. Bij Rachel Harpaz voelde piano leren heel natuurlijk en ik leerde snel en makkelijk. Zij was aardig, maar niet te, bijzonder, maar niet te, streng, maar niet te. Ik begreep wat ze mij uitlegde en voerde uit wat ik begreep, precies zoals ik lezen en schrijven had geleerd in de eerste klas. Het was voor mij vanzelfsprekend dat deze noten toonhoogtes en -lengtes representeerden. Mijn vingers voerden hetgeen uit dat mijn hoofd begreep en mijn oren hoorden de klanken die mijn vingers produceerden. Zo leerde ik en speelde ik piano en vond ik de lessen over het algemeen leuk ook. Helaas werd er verwacht dat ik thuis zou oefenen en dan veranderden de lieve muziekstukjes in een keer in enge monsters. Het onderwerp 'oefenen' werd een onuitputtelijke bron van discussies, ruzies, dreigingen, smoesjes en emotionele chantage, die voortduurden tot het einde van mijn middelbare school.

Mijn moeder ontbrak het vermogen zich niet-te-bemoeien met alles. Zij was een compulsieve bemoeial – een eigenschap die ik, tot mijn grootste spijt, van haar heb geërfd. Ze kon niet niks-zeggen, ze kon niet stil zijn en dingen hun gang laten gaan. Dus ja, onder de miljoen andere onderwerpen waar ze een mening over had zoals, hoe ik eruitzag, wat ik aantrok, met wie ik speelde, had ze over mijn pianospel ook overvloedig veel meningen, ideeën en kritiek. Op een jonge leeftijd verdroeg ik het allemaal nog redelijk rustig, maar logischerwijze, naarmate ik ouder werd, begon het steeds meer op een kleinschalige wereldoorlog te lijken.

Na ongeveer vier relatief gelukkige pianospeljaren bij Rachel – de lessen waren dicht bij huis, de sfeer was vriendelijk, het gevoel dat je nog kind bent – er is besloten (raad eens maar door wie) dat het beter zou zijn als ik naar het ‘conservatorion’ (muziekschool) zou gaan, om 'serieuzer' te leren en vooruitgang te boeken. Niemand vroeg wat ik eigenlijk wilde. In dit plotselinge besluit zaten wensen, hoop en verwachtingen in verborgen waarvan de vermoedelijke bron een of ander verleden was dat met mij en met mijn leven in mijn Bet-Ha Keremische heden niks te maken had. Aan de andere kant creëerde dat besluit een vooruitblik naar een toekomstige tijd waar ik mij tot dat moment nooit mee bezig had gehouden. Zo kreeg mijn wereld nieuwe dimensies.

Het 'conservatorion' lag in de wijk Rechavia en ik moest er met de bus, of zelfs met twee bussen, naar toe. Dat was een veel minder prettige ervaring. Ineens verdween het vertrouwde gevoel van veiligheid en bescherming. Niet meer was ik het meisje dat met haar rode pianotas de paar tientallen meters tussen thuis en het huis van de lerares vrolijk huppelde – linksaf de heuvel op, de Ha-Gai straat uit, tot aan de hoek waar je de trap op kon om gelijk naar Ha-Chaloets door te steken, weer linksaf en na vijf, zes huizen was ik er, nog een paar stenen treden, door de voortuin, een trappenhuis, gelijk aan het onze, om bij de voordeur te komen. Dit alles verdween en in een keer was ik een pre-pubermeisje dat de grote wereld werd ingeduwd, dat geconfronteerd werd met blikken, stemmen en geuren van, en contact met en tussen vele vreemden die gepropt zaten in ongemakkelijke bussen, twee keer in de week, heen en terug. Dat waren vele minuten van blootstelling aan een wereld die op de een of andere manier mij vreemd en bevreemdend voorkwam, in mijn eentje, met mijn volwassen-wordende lijf en verward-wordende geest.

Wat er nog bij kwam was het feit dat mijn nieuwe pianolerares, mevrouw Yevgenia Yarmonenko Braginsky (in het kort door Shuki 'mevrouw Bragim’ – wat mevrouw Schroeven zou betekenen - genoemd), was niet precies wat je zou noemen een kindervriend. Niet dat ze gemeen was of erg streng, ze was zelfs aardig, vooral wanneer ze met mijn moeder Russisch sprak, maar zij was uiteindelijk meer een goede en enigszins gefrustreerde pianiste dan een gepassioneerde pedagoog vol idealen over onderwijs en liefde voor de jeugd. Haar Hebreeuws kon ik min of meer verstaan, en zij dat van mij idem dito, en toch was er tussen ons een redelijk contact. Ik begreep in grote lijnen wat ze van mij verlangde en zij van haar kant gaf me zo nu en dan zelfs een compliment.

Omdat het hier Israël was en niet Rusland en de meeste Israëlische kinderen waren niet in het bijzonder opgevoed met strakke discipline en doorzettingsvermogen, moest zij met de imperfectie van een groot aantal van haar leerlingen genoegen nemen. Tot haar vreugde had ze gelukkig ook veel Russische leerlingen die echt oefenden, goed konden uitvoeren en met wie ze ongetwijfeld beter kon omgaan. De leerling voor mij bijvoorbeeld was Maya Kopytman, de dochter van. Ze was een prachtig kind met glanzend, honderd procent stijl, zwart haar, ze speelde volmaakt en sprak vloeiend Russisch. Vanzelfsprekend was ik jaloers op haar, ze speelde echt heel mooi en haar ronde Russische vingertjes gehoorzaamden haar voorbeeldig. De leerling na mij was een jongen die eruitzag als een meneer, omdat hij een soort genie was, later is hij, zoals je kon verwachten, een componist geworden. Op een dag schreef hij mij een liefdesbrief waar ik geen raad mee wist en waarna ik geen woord met hem meer uitwisselde.

Gedurende al die jaren, de kinderjaren, de pubertijd, de jaren van verwarring en zoeken speelde en leerde ik, experimenteerde en studeerde ik – dan meer en dan weer minder – 'rommelde' ik, zoals het heette wanneer ik iets zelf verzon, begeleidde ik liedjes en speelde vierhanden met Shuki op onze zwarte glimmende Schimmel. Deze in de jaren zestig geboren Duitser, die mijn moeder kocht ondanks het feit dat hij Duits was, want het is overbodig te melden dat andere Duitse producten geen voet bij ons thuis zetten, maar een piano, dat is wat anders, kom toch.

~

De Schimmel is glimmend en glinsterend vanbuiten, maar vanbinnen is hij zacht en diep. En hoewel je zijn klank toch ook als briljant zou kunnen omschrijven, is het een glans die diep vanuit zijn allerbinnenste komt, de glans van donker fluweel van hoge kwaliteit. Zijn klank is groot, resonerend, levendig, alsof hij werkelijk iets wilt uitdrukken, en tegelijkertijd is hij zachtaardig, zacht als datzelfde fluweel. Al een half jaar staat hij hier, in mijn huis in Dordrecht, in mijn pas opgeknapte woonkamer. Daar staat hij, op de mooie eikenvloer, donker en glimmend, zo knap als altijd en we zijn beiden tamelijk gelukkig.

Toen mijn moeder overleed zou Shuki de Schimmel krijgen. Ik had namelijk al een mooi instrument, de Pleyel, en hij niet. Maar Shuki, zoals Shuki, kwam niet, nam hem niet mee, reageerde ook niet op brieven en telefoontjes. Daarom is de Schimmel in bruikleen naar mijn goede vriendin Chamutal gegaan die meer dan blij was hem te gast te hebben en zo konden zij en haar muzikale kinderen er fijn gebruik van maken. Omdat in het testament stond dat na verloop van zoveel tijd de piano voor mij is, werd de wachtende piano op een dag officieel mijn eigendom. Maar gezien het feit dat ik al twee piano’s had en in Nederland woonde is de Schimmel nog tien jaar bij Chamutal blijven staan, zijn vonnis afwachtend; naar Shuki of naar mij? Jeruzalem of Dordrecht? Of misschien toch maar verkopen? Ondertussen stond hij daar fijn en vertrouwd naar ieders tevredenheid.

Na het opknappen van mijn huis in Dordrecht en de verhuizing van onze oude piano naar Amsterdam, naar Ilay toe - de lieve oude bruine Rösler was mijn eerste piano in Nederland, hij verhuisde vier keer met ons mee en was getuige van alle belangrijke veranderingen in ons leven. Op de Rösler gaf ik in de eerste jaren les, voordat ik een eigen studio had, voor de uitstekende Pleyel. Maar ook daarna hield ik ervan om juist op de Rösler Bach te spelen vanwege zijn bescheiden, intieme klank die naar mijn smaak beter bij Barokmuziek paste. Op de Rösler oefende Ilay in het enige jaar waarin hij pianoles kreeg (nee, niet van mij), en op de Rösler deed Anan zijn eerste ontdekkingen en zou hij mij (jawel, mij) tijdens autodidactische sessies dingen vragen zoals: “welk akkoord is dit precies?” of “hoe moet ik hier eigenlijk verder?”, waarna ik weer mocht gaan en hij verder zelf ging puzzelen. Op de Rösler speelden onze gasten, en de leerlingen tijdens voorspeel middagen, en natuurlijk Jelle, de oppas en huisvriend – ontstond er een een gapend gat in de gerenoveerde woonkamer. Het besluit om de Schimmel te laten overkomen was geheel niet rationeel. Financieel gezien was het een niet rendabele zaak, maar ik kon gewoon niet anders. Mijn heimwee naar mijn Schimmel heeft het gewonnen en mijn blijheid tijdens heel het proces vormde het levende bewijs dat het toch het juist besluit is geweest.

Moedig doorstond hij de lange reis. Tijdens mijn zoektocht naar een eerlijk en zo mogelijk ook sympathiek verhuisbedrijf moest hij nog even geduldig wachten. Deze zoektocht kostte mij talloze mails, telefoons en faxen, prijzen vergelijkingen, regelgevingen nalezen, contracten tekenen en zo meer van dat soort zaken. Vervolgens, moest hij door de bureaucratische procedures van de havens van zowel Haifa als van Rotterdam heen om eindelijk, op een wolkeloze dag, in een grote vrachtwagen bij mij in de straat te verschijnen. Mijn geliefde piano was aangekomen, vastgeketend aan een harde, lelijke houten frame die bij mij onaangename vermoedens deed rijzen omtrent de manier waarop hij eraan gebonden werd, de mogelijke grofheid waarmee hij was behandeld etc. De deur-tot-deur service bleek een letterlijke betekenis te hebben, tot aan de deur en dus ook geen millimeter verder; de chauffeur was van plan om hem daar neer te zetten en vervolgens meteen te verterekken. Gelukkig had ik een voorsprong van een aantal uur om mij op dit feit voor te berieden en kon twee hele sterke mannen regelen die met een enorme inspanning – het is echt een heel zwaar ding! – mijn Schimmel geholpen hebben de laatste meters richting zijn nieuwe staanplaats door te komen.

Hoewel een beetje vuil en met veel vingerafdrukken (moeder draait zich om in haar graf), met kleine krasjes en littekens hier en daar en toch gezond en wel, kwam hij binnen en nam zijn nieuwe plek in. Eerst stond hij er een beetje verlegen bij, er van niet helemaal overtuigd dat hij op het juiste adres terecht was, een beetje naakt en zich schamend om het vuil dat hij onderweg had verzameld. Na een schoonmaakbeurt en een grondige inspectie voelde hij zich al een stuk beter. Onder het vuil was hij helemaal heel, helemaal zichzelf. En het allerbelangrijkste: de klank! Zijn vertrouwde klank was voor mij direct herkenbaar en bovendien was hij niet eens ontstemd! Na tien jaar stil te hebben staan, zonder enige vorm van onderhoud en bovendien na een lange, vermoeiende reis over land en zee klonk hij gewoon fantastisch!

Missie volbracht. Nu staat hij hier en ik ben zo gelukkig als een kind. Ik loop langs hem en geef hem een aai. Ik stof hem en veeg de vingerafdrukken af (moeder lacht tevreden in haar graf). Ik praat tegen hem, herinner hem aan oude tijden. Sinds dat hij er is heb ik mijn goede Pleyel in de steek gelaten. Ondanks het feit dat hij mechanisch veel beter is, dat zijn stemming stabieler is en dat ik hem gekocht heb juist om het feit dat hij aan de Schimmel deed denken - en inderdaad, hij heeft een mooie, grote, rijke klank. Maar ik kan niet anders, ik ben verslaafd aan mijn Schimmel. Zijn zachtheid, zijn diepte, onze band, hier kan de Pleyel niet tegenop, en bovendien, de Schimmel kent alle stukken die ik vroeger heb gespeeld. Ik speel de tweede Suite van Bach in A klein – die een Ilay zo mooi vindt, misschien omdat hij in mijn buik zat in de tijd dat ik dit stuk aan het studeerden was – en zeg tegen hem: “weet je nog?” en zeker te weten, hij weet het nog.

~

In de kinderjaren was hij een soort groot lief huisdier. Hij luisterde en gehoorzaamde en gaf ook vrijgevig terug. Het mooie was dat hij ons allemaal wist te nemen zoals we waren en ons ruimhartig te weerspiegelen. Wanneer mijn moeder speelde wist hij de exacte 'Hanonhied' of 'Chopinheid' te weerklanken. Wanneer Shuki speelde werd hij veel warmer, soms een beetje jazzy, iets humoristisch of scherend. Shuki speelde de Tikwa in Jazz stijl, elk akkoord met zijn septiem, een simpele truc, werkt altijd. Wanneer ik speelde deed hij altijd zijn best. Zijn grote klank vormde nooit een teleurstelling, alleen ik stelde mijzelf voortdurend teleur. En mijn moeder natuurlijk. Omdat mijn moeder per definitie in een staat van teleur gesteldheid verkeerde moest er ook altijd iemand zijn in de rol van degene die deze staat veroorzaakte. Shuki en ik deelden de last. Mijn vader was al buitenspel, d.w.z. hij werd een vaste bron van teleurstelling, erger kon niet (behalve dan de Nazi’s, de Russen en de Litouwers). Omdat ik geacht werd om te oefenen en omdat al die verwachtingen en teleurstellingen permanent om mij en om de piano heen hingen, werd mijn relatie met de piano geleidelijk aan steeds troebeler en complexer. Ik kon zo woedend worden wanneer ik fouten maakte dat ik op hem af ging reageren en wanneer de frustratie naar mijn benen zakte, letterlijk tegen hem aan schoppen. Tegelijkertijd wist ik heel goed dat hij niet meer dan een zondebok was, een onschuldig slachtoffer, en dat ik in wezen gewoon van hem hield. Hij was een rots in de branding, een eiland van schoonheid en echtheid in de mist om mij heen, al moest hij zo nu en dan mijn leed delen. Maar een piano, als elk ander huisdier en misschien nog meer, wist zijn leed met liefde te aanvaarden.

Tijdens de middelbare school- en puberjaren stopte ik en begon ik weer om vervolgens opnieuw te beginnen en te stoppen met de lessen bij mevrouw ‘Bragim’. Het oefenen bleef een bron van conflicten tussen mij en mijn moeder, maar helemaal stoppen met spelen deed ik niet. Keer op keer keerde ik naar hem terug, naar mijn Schimmel, en zoals altijd, was hij daar voor mij, zich de oude stukken herinnerend, mijn nieuwe experimenten accepterend. Ook wanneer ik gitaar was gaan spelen en met mijn nieuwe instrument steeds meer tijd was gaan doorbrengen. Zingen en mijzelf begeleiden vond ik fijner op de gitaar. Wanneer ik mijzelf op de piano begeleidde ging mijn kleine stem in de grote klank verloren en mijn handen, die gewend waren de hoofdrol te hebben, lieten geen ruimte over voor de stem. De gitaar was bescheidener. Zij vereiste minder vingerkracht en gaf mijn stem altijd de ruimte om te klinken. Op de gitaar begreep ik beter wat ik met de akkoorden moest doen, het was simpel, of ik maakte het simpel, het was tenslotte 'mijn instrument' niet, het was maar een soort zijdelings vermaak. Op de piano wist ik niet zo goed raad met de akkoorden, er waren er te veel mogelijkheden en te veel weet van onwetendheid.

De gitaar vormde ook een nieuw hoofdstuk. Een hoofdstuk van puberen, van Barak – die mij gitaarles gaf en in mijn leven kwam als vriend van vrienden van Shuki – dat wil zeggen, behorend tot de wereld van 'de groten' – en later mijn eerste vriendje werd, vier jaar ouder dan ik – en het verschil tussen vijftien en negentien is groot!! Een hoofdstuk van roken en blowen, van kennismaking met nieuwe muziek, van open rebellie tegen de volwassenen, van losbandigheid, van veel verwarrende emoties, van verboden avonden in straathoeken – omdat mijn moeder het niet toestond dat Barak en ik samen onder een dak verbleven, deden we het maar zonder dak…

De gitaar bleef een belangrijke rol spelen, zingen en begeleiden, uren en uren en dagen en avonden met Chamutal en Yael. ‘Akkoorden uitzoeken’ werd een centrale bezigheid, ik had geen leraar meer nodig, ik leerde mijzelf luisteren en uitzoeken. Beatles, Beatles, en Beatles. Veel alleen op mijn kamer, met de koffer-platenspeler, op de grond, ernaast hurken, de arm met de naald elke paar regels optillen... Ook tijdens de uitstapjes naar de Sinai was er altijd wel een of andere hippie met een gitaar. De piano stond maar te wachten en ik speelde er soms op en soms niet, soms was ik thuis en vaak niet. Mijn middelbareschooltijd kwam tot een dramatisch einde toen ik naar de Sinai ‘vluchtte’, geen eindexamen deed en toch een aantal vakken mocht afronden volgens een speciale regeling. ‘Ze’ begrepen niet wat er met mij aan de hand was, ik zelf ook niet. Maar het was hun vak, ze hadden toch gemoeten...

Wanneer niks meer werkte ben ik bij mijn vader gaan wonen. Ik sliep in een soort hok dat ooit balkon was geweest. Het appartement was eigenlijk te klein voor een extra bewoner, maar ze wilden mij niet afwijzen. Het was allemaal erg onprettig en kwam niemand gelegen uit. ‘s Nachts zou ik uren naar muziek luisteren, huilen, aan sterke emoties lijden die mij meesleurden naar donkere dieptes. Ik begreep de leefregels van het gezin niet en het gezin begreep mij ook niet. De communicatie was slecht, zij wisten geen raad met mij en dat was geheel wederzijds. Af en toe speelde ik op de huispiano – een bruine Yamaha waar ik niet zo van hield - ik ging zelfs tijdelijk terug naar mevrouw ‘Bragim’ -  het was mij niet eens duidelijk of ik er überhaupt mocht spelen, ik was nergens zeker van, ik begreep het niet, ik wist het niet, ik had het niet geleerd.

De gitaar was altijd bij me.

Bij gebrek aan een betere oplossing hebben ze voor mij een kamer gehuurd. Alleen. Een slechte ervaring die faliekant faalde en een bijna fataal einde kende. Daarom was ik, een paar maanden later toen ik in legerdienst moest, weer teruggegaan naar mijn vader. Deze tweede kans eindigde voor de tweede keer bijna fataal en werd gevolgd door een ernstig gesprek en mijn uitzetting opnieuw naar een kamer, in de stad, op Queen Helena straat, dit keer met huisgenoten. In die tijd heb ik, via Barak, Shellie, de kleine zangeres, leren kennen en in mijn kamer hebben we met zijn drieën veel lange nachten en korte dagen met blowen, zingen en spelen doorgebracht, vele surrealistische zonsopgangen beleefd, eindeloze filosofische gesprekken over leven en dood gevoerd en ga zo door. Dit alles hoort tot de gitaartijd. Zo nu en dan zouden we naar mijn moeder toe gaan om, terwijl zij op haar werk zat, oefensessies met de goede oude Schimmel te houden.

Gedurende mijn zogenaamde legerdienst die gepaard ging met frequente afwisseling van baan en van basis, divers bijzonder verlof en regelmatige uitstapjes naar de Sinai, was ik piano–loos. Na afloop daarvan ben ik in Bet-Hakerem gaan samenwonen met Alain, mijn veel te jonge Russische vriendje en ben toen eigenaar geworden van een zeer oude zwarte piano. De Schimmel werd een van de dingen die het de moeite waard maakten om zo nu en dan bij mijn moeder langs te gaan.

Op mijn oude-nieuwe piano probeerde ik voor het eerst te improviseren, een nieuw hoofdstuk te beginnen, mijzelf te hervinden, iets uit te vinden. Mijn toenmalige therapeut beweerde dat zoiets als ‘kan niet improviseren’ niet bestond. Wat wist hij ervan? Het werkte niet. Of misschien een beetje toch wel. Want bij improvisatie bestaat er geen juist en onjuist, toch? Ik zou tot drie uur in de middag slapen en opstaan met een troosteloze gedeprimeerdheid die ik probeerde te bedwingen, of anders van me af te schudden door een eind te gaan hardlopen in het ‘Jeruzalem bos’. Maar de sigaretten wonnen het van mij.

Dit alles was het ook niet voor mij; het vriendje niet, het appartement niet, die piano niet, die therapeut niet en ook deze rare vorm van improvisatie niet. Ik (her)vond mijzelf niet en ben dan maar op reis naar het buitenland gegaan - want zo deden anderen het toch ook? De piano ging tijdelijk naar Shuki die toen nog mijn broer was, samen met een hondje, Blues genaamd, dat ik kort daarvoor had geadopteerd. Ik ging naar Londen – aanvankelijk zat ik bij familie van mijn vader maar algauw kwam ik op allerlei plekken die ik mij maar gedeeltelijk kan herinneren en waarvan ik het merendeel misschien het liefst vergeet. Dat laatste is met name waar wat mijn volgende halte betreft, Parijs, waar ik twee maanden ben gebleven. Toen ik terugkwam van dit vreemde avontuur, redelijk verward – Shuki probeerde te helpen, hij was ook de enige die echt met mij praatte en mij enigszins te probeerde kalmeren – ben ik weer les gaan nemen bij mevrouw ‘Bragim’, deed toelatingsexamens voor het conservatorium, werd aangenomen en ben student geworden.

In mijn eerste studiejaar woonde ik weer bij mijn moeder en speelde op de Schimmel. Alles leek weer bij het oude; ik woon thuis, mijn moeder is er, ik speel, ik oefen, zij moet leren omgaan met het feit dat ik geen kind meer ben en probeert wat minder aan mijn kop te zeuren, we maken ruzie hoe dan ook. In dat jaar speelde ik een aantal Preludes en Fuga’s van Bach, Lieder ohne Worte van Mendelssohn en de ‘Tempest’ sonate van Beethoven. Ik zit op de zwarte pianokruk in mijn pyjama, ziek met hoge koorts en speel het derde deel in drie achtsten. De eindeloze herhalingen, de schommelingen tussen schijnbaar op elkaar lijkende mineur-harmonieën die je maar steeds opnieuw verassen met hun onvoorspelbare wendingen en de plekken waar ze je heen slepen... Ik krijg een visioen, een soort ijldroom waarvan het mij duidelijk is dat hij uit deze betoverde muziek komt: ik zie een fabriek, een lopende band, machines die onophoudelijk werken, produceren, hun ritme is het ritme van het sonatedeel, ze maken snoep in alle mogelijke maten en kleuren. Alles is zoet, alles is kleurrijk, de kleuren flitsen voorbij en wisselen elkaar af. De arbeiders zijn kinderen, misschien ook in pyjama, net als ik…

Tijdens mijn studiejaren genoot ik blijkbaar een hogere status - eerst op kamers in Abu-Tur en daarna met man en kind in Neve Sha’anan – en de Schimmel verhuisde met mij mee terwijl mijn moeder de oude piano nam, de piano die ik in mijn pre-studententijd voor een paar sjekel kocht - een enigszins honky tonk-achtig schepsel, met een harde en onvaste klank, bejaard, beverig, bijna stervende, die inderdaad ook ineens het leven liet. Er bleek een scheur te zitten in de klankbodem, een ongeneselijke ziekte voor een piano van zijn leeftijd. Hoe het ook zij, mijn Schimmel was bij me heel mijn studietijd en sierde elk appartement waar hij in stond.

Het huis in Abu-Tur was zo smaakvol ingericht en vormgegeven, het uitzicht op Oost Jeruzalem zo adembenemend en de tuin zo groen en verzorgd dat de Schimmel zich daar helemaal thuis voelde, tussen edele schepselen als hijzelf. In dezelfde periode verliet mevrouw Bragim ineens het land en ik ben gaan les nemen bij Beni Oren. Een welkome verandering van honderdtachtig graden. Ineens werd er gesproken over m u z i e k, ineens was er inspiratie, gesprekken over de betekenis van muziek, over de componisten, de innerlijke wereld van de stukken, de manier waarop je klank produceert. Het was een verademing. Ik hield van Beni. In Abu-Tur gingen de Schimmel en ik de uitdaging aan van de tweede Toccata van Bach, van Brahms en van Beethoven. Beni liet het daar niet bij en bleef mij uitdagen met complexe stukken.

Ik deed Tai-Chi en Zen meditatie, probeerde ook karate en at veganistisch. Het thema oefenen bleef ingewikkeld. Er waren periodes dat ik de nodige twee uur per dag haalde en andere waarin ik het helemaal niet haalde; periodes waarin ik mijzelf vond in een of ander plek met vrienden, vaak in Tel-Aviv, periodes waarin ik verzonken zat in mijn wanhoop, in mijn haar-uitrek tic, in mijn zelfhaat, in blowen en het nuttigen van diverse stoffen, in kettingroken en het drinken van weer andere stoffen. En mijn zelfhaat sloop in mijn pianospel - ik wist niet hoe ik wilde spelen, wat ik wilde zeggen, wie ik achter de piano was - wat mij wederom frustreerde en nog meer boosheid en haat veroorzaakte. Maar de periodes waarin ik wel oefende, mediteerde en gezond at waren van de mooiste in mijn leven. De sfeer in Abu-Tur was betoverend en ik voelde mij overspoeld door inspiratie, een staat waar Beni, Bach en Brahms sterk aan bijdroegen. Zo nu en dan kon ik de schoonheid aanvaarden.

Dit dubbele leven kreeg een scherpe wending toen ik zwanger werd. Via Barak leerde ik een enigszins aparte Nederlandse jongen kennen. Ik vond hem aardig en grappig met zijn gekleurde plastic oorbel, zijn roze T-shirt en een enkel haarplukje dat over zijn bruine oog hing. Na iets meer dan een jaar en diverse reizen naar Griekenland, Nederland en Portugal was ik zwanger van hem geraakt en mijn leven veranderde voor altijd.

Gert kwam naar Israël en wij verhuisden naar een driekamerappartement in Neve-Sha’anan, een prachtige plek op zichzelf, heel anders dan Abu-Tur weliswaar, maar er was een baby op komst en we moesten praktisch zijn. De Schimmel kreeg daar zijn eren plek juist in de slaapkamer waar meer ruimte was en ook meer privacy om te oefenen. Daar begon ik ook les te geven aan mijn eerste leerlingen, de buurmeisjes. Mijn wilde leven kwam in een keer tot stilstand. Mijn onrust leek ineens verdwenen - het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk hoe dat precies kon. Daarmee stopte ik ook met alle ongezonde gewoontes, maar raakte voor mijn gevoel ook mijn inspiratie een beetje kwijt. Heel mijn energie ging naar het kind dat in mij groeide. Ik werd moeder, huisvrouw, vrienden begrepen het niet, Shuki hield afstand. Mijn ouders wisten er eerst geen raad mee, waren bezorgd, wezen het af om uiteindelijk de situatie en het kind te omarmen. Zelf was ik zo ontzettend blij met deze zwangerschap dat ik een muur om mij heen bouwde met als enige doel die te beschermen, en net als die muur werd ik sterk, hard, strikt, strak, compleet inflexibel.

Tegelijkertijd met de zwangerschap en de golf van pragmatisme die over mij heen stortte, besloot ik, besloten we, er is besloten - nadat ik het niet zo heel goed deed bij het overgangsexamen van het tweede naar het derde jaar - om over te stappen naar de studierichting muziekonderwijs. Voorheen paste deze richting totaal niet bij mijn zelfbeeld, zo anti-instituut als ik was, zonder middelbareschooldiploma, ik ging toch studeren alleen omdat ik niks beter wist en ineens zo’n brave studie doen? En toch leek mij dit op dat punt praktischer; zo was de druk wat oefenen betreft wat minder en kon ik toch verder met de studie. Ook ben ik overgestapt van Beni naar Talma Cohen, een goede beslissing, alleen jammer vond ik om de inspirerende Beni kwijt te raken. Talma was een goede docent, meer praktijkgericht, maar zeker niet inspiratieloos. Ik heb veel van haar geleerd, het was een beetje alsof ik terugging naar mijn kinderjaren piano juf, Rachel, ja, ook Talma woonde in mijn oude wijk, de cirkel was eventjes rond.
Bij Talma speelde ik Bach, Schubert en Mozart, kreeg ik betere techniek en haalde wat kennishiaten in.

Tijdens mijn conservatorium studie en mijn eerste jaren als jonge moeder begon de Intifada. Ilay ging al naar de kinderopvang van de twee lieve oma’s Ester en Adina aan het begin van onze straat. Hij had vriendjes en vriendinnetje met wiens moeders ik ook bevriend raakte, Gert werkte in de dierentuin, ik studeerde en gaf pianoles, mijn ouders pasten op. Een vrij geregeld leventje. En ineens, de Intifada. De Palestijnen gooiden met stenen. Wat mij betreft was het een duidelijk signaal: tot hier, we willen de bezetting niet meer, ga uit onze gebieden. Als het aan mij lag was ik meteen weg. Ik ging zelfs niet meer naar de oude stad. Deed iedereen dat maar en had de geschiedenis er heel anders uitgezien. Het einde van mijn studie was in zicht en wij kregen het idee om voor een of twee jaar naar Nederland te gaan; ik was toch niet voor niks met een Nederlander getrouwd? dacht ik bij mijzelf. Er kroop ook angst bij mij naar binnen om mijn kleine jongen: weet jij veel of een of ander doorgedraaide Palestijn - die mijn politieke opvattingen toevallig niet kent - in razernij de dichtstbijzijnde kinderopvang niet zal binnenstormen?

Op mijn eindexamen kreeg ik een mooi cijfer. Ik speelde de eerste partita van Bach in Bes groot - een wonderlijk stuk – sonate van Mozart in F groot, een romantisch stuk, misschien het impromptu in Ges groot van Schubert, en een modern Israëlisch werk. Ik kreeg veel complimenten en ik geloof dat Beni, die tussen de examinatoren zat, mij vroeg of ik nu verder wilde richting uitvoerende musicus. Maar wij waren al half ingepakt, ons plan lag vast en begin augustus vlogen wij naar Amsterdam.

Onze spullen gingen voor een groot deel naar mijn moeder, waaronder natuurlijk de Schimmel. Langzamerhand bleek dat we na een jaar en ook na twee voorlopig niet terugkeerden. Tijdens onze jaarlijkse bezoeken haalde mijn vader ons op van het vliegveld en regelde verder ons verblijf. Mijn moeder wachtte met eten en de Schimmel wachtte dat we kwamen spelen. Zoals altijd kwam weer het bekende gezeur: kom, speel wat, de aanwezigen stilte opleggen, zich bemoeien met wie gaat er spelen en wat en onvrede uiten over het ‘gerommel’ van de kinderen… hoe ik toch iets van mijn creativiteit heb kunnen behouden is mij een raadsel.

Onze spullen stonden er te staan. Een deel namen we tijdens de verschillende bezoeken mee en een deel lag er, samen met mijn moeder, oud te worden in de blauwe speelgoedkast - dezelfde kast overigens waarvan Shuki, tijdens zijn enige bezoek na het overlijden van onze moeder, zei, dat hij vrijwel zeker wist dat de oude zware hamer, met de roodgeverfde handvat nog precies op dezelfde plek erop zou liggen. Bij moeder verandert er niks, nooit, zei hij. Hier is het thuis. Hier blijft alles hetzelfde, hier kan ik altijd terecht. En ik vroeg mij alleen maar af waarom hij dan niet terecht was. Niet toen ze ziek werd, niet toen ze op sterven lag en ook niet toen ze overleed. Alleen aan het einde van de Sjiva is hij even langsgekomen – precies zoals bij onze vader, op de laatste dag. Daar stond hij dan in de deuropening en ik herkende hem simpelweg niet. Ik zag een orthodoxe man met een zwarte Keppel en stond maar voor mij uit te staren. Ik kon niets bedenken totdat hij ineens zei: je herkent mij niet hé? En zijn stem spoelde alle vreemdheid in een keer weg.

Wekenlang was ik bezig het huis leeg te ruimen en al het nodige te regelen. De Schimmel - nadat Shuki hem samen met de rest van de inboedel afwees en beleefd heeft geweigerd hem mee te nemen – verhuisde zoals verteld naar Chamutal waar hij geduldig is blijven staan wachten op de grote reis, voor de derde keer in zijn leven, over zee.


© Nava Benyamini 2012 / 2017 - 2018

Oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven in 2012 toen de piano arriveerde.
In 2017 heb ik het verhaal naar het Nederlands vertaald. Ik werd verrast door de vele enthousiaste reacties van vrienden en bekenden in zowel Israël als in Nederland. In 2018 is het verhaal in het boek van mijn zoon en theatermaker, Ilay den Boer - Het beloofde feest -(Uitgever: J.M. Meulenhoff) verschenen.



zaterdag 6 oktober 2018

Op een eiland

Het is anderhalf jaar verder, met tussendoor, precies een jaar geleden, nog een bezoek aan magische Kreta in de lente (!)  Het schrijven van dit stuk wilde niet zo vlotten door de omstandigheden... Maar ik wil het graag publiceren, dus kort ik wat in, zet er ..... tussen en ga ervoor. Veel leesplezier.


Kreta.

Kreta, het volgende hoofdstuk in de reis, de reis door landen waar de lucht en de zee blauw zijn, de aarde bruin en de zon schijnt, de reis die wat mij betreft ook naar binnen leidt, de reis waarvan ik hoop mij anwoorden zal geven, ergens heen zal brengen, letterlijk en figuurlijk. Hoe? Geen idee, en dat is maar goed ook. Het verstand kan dit niet. Keer op keer merk ik dat ik tot inzichten kom juist wanneer ik het niet probeer te begrijpen. Wanneer ik zwem of wandel, schrijf of naar de zee zit te kijken. Maar dat gaat ook niet vanzelf.

Chania
De overgang van Israël naar Griekenland maakt een enorme indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: het is dezelfde film met een andere soundtrack. De uitgang van het vliegveld in Athene is net Ben Gurion alleen zijn de taxi's banaangeel en als je de buitenlucht instapt staat er een enorme berg tegen de strakblauwe lucht afgetekend. Een detail. De mensen zien er qua uiterlijk niet heel anders uit, en in Chania had ik het gevoel rond te lopen in een mengelmoes van Tel Aviv boulevards, oude Islamitische gebouwen in Akko, de vegetatie van de Galilee en de smalle steegjes van Jaffa of van de oude stad Jeruzalem.

De verschillen: het is frisser, de lucht is helderder, de zee is blauwer en aan de top: de mensen zijn rustig, beleefd en ultra behulpzaam, hartverwarmend gewoon. Het was een enigszins surrealistische gewaarwording, zo van, als het ook zo kan, waarom doen de Israëliërs dan zo luidruchtig in de overvolle winkelcentra, zo zenuwachtig in de omgang en zo agressief in het verkeer? Het is alsof iedereen hier aan de valium is... Zoals de buschauffeur die achter ons aan liep om mijn in de bus achtergelaten tasje persoonlijk terug te geven, of de meid van de infobalie op het station, die  met onze accommodatie is gaan bellen, bij de lockers, de kiosk, overal is iedereen aardig, vreemd gewoon! En zo zijn we onder de hoede van twee lieve buschauffeurs helemaal tot aan de deur bij Gina van 'Zorbas Rooms' gebracht.


Zorba's rooms
Gina!
Het spreekt dus bijna voor zich dat Gina alles kookt wat we maar willen, alles geeft wat we maar nodig hebben, met ons samen in haar auto boodschappen gaat doen wanneer we iets nodig hebben en dat allemaal met een brede lach en alle tijd van de wereld. Niet dat ze niks te doen heeft. Gina en haar man Jorgos hebben vijf kamers, een restaurant, 350 olijfbomen, fruitbomen, kippen, schapen en geiten. Ze melken de beesten en maken zelf diverse kaassoorten, jam, eigen bergthee en ga zo door. Op het moment dat wij er zijn is de olijvenoogst op zijn hoogtepunt en er komen diverse familieleden om te helpen. Stuk voor stuk lieve en aardige mensen. De neef van Jorgos is oceanoloog en weet de weg in zee, 's nachts gaat hij met het nodige apparatuur vis halen. Verse gegrilde vis op het menu dus. Ook krijgen we eieren van eigen kippen en op een avond is er eigen kip op het menu, andere avond geit, maar niet voor mij. Het water is afkomstig van bergbronnen en is superlekker - nog een enorm verschil met het vieze kraanwater in Israël - en het water in de douche wordt door de zon verwarmd. Lijkt wel een paradijs.
Gina, Jorgos en hun dochter - de Grieken hebben de zee in hun ogen...











Op elke heuvel staat er een kerkje


Ook de buurman heeft er een in zijn tuin...
Aan de wandel, lekker weer...
Ik schrijf: "Nu zei iemand: Griekenland is gesloten in de winter, en dit is inderdaad een beetje waar. Gina is open, maar de talloze Tavernas en Rooms in de omgeving zijn gesloten. Het zal in de zomer wel stervensdruk zijn. Wij vinden het prima. We zijn er om te leren reizen. We hebben geen plan, het plan zonder plan is om te leren voor de volgende keer. We gaan oefenen met wandelen, we duiken in de mooi natuur, de bergen, de stranden. We maken foto's en kijken naar de planten en naar de schapen en de geiten en de vogels en de insecten. We lezen en schrijven en mediteren. Met name probeer ik de spoken te verdrijven, te weten: zorgen, twijfel, onrust en hun vele vrienden en familieleden."




"...we beginnen weer basic Engels te spreken, we herkennen het fenomeen o.a. uit ons verblijf in de Sinai wat jaren terug. Werkwoorden alleen in de tegenwoordige tijd, geen voorzetsels, geen vraagvorm: I cook, you come, we go shop, I buy, you want. Goede herinneringen uit de 'fish or chicken' tijd. We zijn blij met onze simpele kamer. Het is er zoals gezegd leeg, wij zijn de enige gasten en genieten volop van de exclusieve zorg, de lege stranden en de lage prijzen."

uitzicht vanuit onze kamer
"...overigens, 30 jaar geleden ben ik met mijn toenmalige vriend naar Rodos en een paar kleine naburige eilandjes geweest. Het was bijzonder mooi, maar in die tijd, de tijd dat we zo vaak naar de prachtige stranden van de Sinai gingen, dat we liftten en er op los leefden, was voor ons de schoonheid van Griekenland bijna vanzelfsprekend. Nu kijk ik er met andere ogen naar, dat dit nog bestaat, die puurheid, de rust, de goedheid, het langzame, simpele leven, alsof ik er niet meer helemaal in geloofde, dat het nog ergens bestond..."

Hiken en liften
Na een week bij Gina en een aantal door Arno en zijn apps nauwkeurig geregistreerde en opgemeten hikes in de bergen en langs de zee, gaan we een nieuwe uitdaging aan: lopen tussen een aantal dorpjes in de omgeving. Moeilijkheidsgraad: niet meer dan tien km per dag, het kan hier behoorlijk steil zijn. Arno zoekt de routes uit en ik ga op accommodaties jacht. Helaas is er niks open tussen Frangocastello, waar wij ons bevinden, en Plakias, onze eindbestemming zestien km verderop. Jammer, maar niet getreurd, wanneer we niet meer kunnen lopen gaan we liften, dit kan hier gewoon, lekker terug in de tijd ook in dat opzichte.

foto liften

Maandag, een week na aankomst in Kreta, met twee volgepropte super efficiënt ingepakte rugzakjes vertrekken we. Onze koffers laten we bij Gina staan, vindt zij prima. (foto's vertrek). Het is een warme dag en het uitzicht is adembenemend. De zee duikt overal op, tussen de heuvels, achter de bergen, onderaan de rotsen en dan weer voor onze neus. Langs kleine dorpjes waar alles gesloten is, maar wel genoeg bankjes en plekjes om uit te rusten en te picknicken, zwerfkatten volgen ons - we geven ze te eten. Net als de mensen hier, zijn ze lief en niet opdringerig, honden blaffen ons na.

foto collage van inpakken
foto's lopen

"Al liftend kwam er ineens een bus die voor ons gewoon stopte, dat doen ze hier dus, voor iedereen en overal. Comfortabel ook, hoewel de chauffeur gerust een sigaret zomaar kan opsteken. Afgezet op een kruispunt moesten we nog in Plakias zien te komen en dat lukte uiteindelijk door een combinatie van lopen en een lift van een aardige jongen die ons voor de deur van onze accommodatie neerzette."

foto's plakais
Plakais 1
Plakais is een behoorlijk toeristisch dorpje, maar ja, 80% van de winkels, restaurants en accommodaties is natuurlijk dicht. we raken eraan gewend. Het paradijselijke naaktstrand dat op google maps zwart ziet van parasols en ligbedden is enkel bezet door een aantal verdwaalde westerlingen, men name Duitsers, die hier overwinteren of anderszins terecht zijn gekomen in de twilight zone van Buiten Het Seizoen. tegen de rosten aan kan het best warm aanvoelen, en het water is glashelder en fluweelzacht.

Foto's Damnonie

Terug bij Gina
Na deze eerste kennismaking met Plakais en omgeving gaan we weer lopend en liftend terug naar Gina. Onderweg nog eventjes Adam en Eva op het strand spelen, de zee is te lekker om het te laten.. (foto). Eenmaal terug gaan we 'mindful zwemmen' en mediteren aan zee, wij en een twee vissers bezitten dan het strandtje. Ik koop kleurpotloden en begin aan mijn mandala kleurplaatjes, erg rustgevend. (foto) En dan opnieuw bezinnen, hoe verder? We hebben immers geen plan, dit heeft voor- en nadelen merken wij. Voor mij, als eeuwige twijfelaar is het niet zo'n gek idee om de volgende keer iets van tevoren te plannen. Genoteerd onder notitie: 'reislessen'.

Foto Gina strand

Tijdens het lopen en het zwoegen komt er eindelijke een beetje rust in mijn kop, een beetje minder moeten. "Ik merk ineens dat mijn gedachten zich steeds inspannen omtrent de ene vraag: wat ga ik doen? wat wordt mijn nieuwe levensdoel? En ineens, tijdens het lopen, krijg ik een ingeving, namelijk, ik hoef helemaal niks groots te gaan doen, geen grote beslissing te nemen. Het buiten zijn, de blauwe lucht en de zee zijn zo heilzaam voor mij, dingen aangaan zo goed voor mij, ik wil meer reizen, ik wil deze vrijheid voor mijzelf creëren. Stel dat ik nu een aantal maanden werk kan vinden in Nederland en vervolgens weer op reis ga? Die gedachte voelt goed en geeft mij voor de rest van de reis een soort houvast".

Foto lopen
Zonder auto
Zee zee zee en bergen
Eenvoudig leven
Rits en tandenstokers
Sokken, t/m v arno

Het vervolg: we huren toch maar een auto, met enige weerstand van mijn kant - ik vond het namelijk heerlijk om een tijdje niet te hoeven rijden - en gaan naar het noorden om vervolgens ook het berggebied rond Spili dat niet ver bij ons vandaan ligt te gaan verkennen. Gina en Jorgos brengen ons naar de bushalte, we nemen afscheid en zitten weer comfortabel in een hoge bus richting Rethymno, de derde grootste stad van Kreta. Daar bewonen we voor een paar dagen een bijzonder en prachtig huis met een piano (!).

foto bus

Rethymno
Dit huis verdient een klein apart verhaaltje. Wanneer ik op airbnb bij het beroep van de eigenaar het woord 'musician' zie, raak ik vanzelfsprekend nieuwsgierig. Ioannis bleek een jonge violist te zijn uit Rethymno die in Keulen een conservatorium opleiding doet (en in een zeer goede kwartet speelt!). Hij regelt het verhuur namens zijn moeder, Poppi, recent weduwe geworden, die dan tussen de stad en hun buitenverblijf in een olijfboomgaard in het zuiden hopt. Het was erg speciaal om in dat huis te verblijven, het is ook voor heet eerst dat we in Griekenland in iemands eigen huis logeren. Een huis vol kunst, muziek en liefde. Het gevoel dat iemand je zijn huis gunt ervaar ik als heel bijzonder en besef dat mijn eigen gasten misschien ook iets dergelijks ervaren.

Foto huis Poppi en kleine Ioannis.

Voor de rest, eindelijk een echt huis met een keuken en centrale verwarming, en dat is hard nodig gebleken! Het regende dat het goot en het stormde ook behoorlijk.. buiten lopen was een opgave, het water bleef maar in de straten hangen en het hield twee dagen maar niet op. Toch moesten we wel, naarstig op zoek naar een dikke trui tegen de plotselinge kou, naar wol om te haken(!) en naar een huurauto hebben we alle straten van deze mooie oude stad doorkruist. Van de zeven autoverhuurbedrijven was er een (!!) open.  En dan toch maar door de regen naar de Fortezza, want die moest je wel gezien hebben.

Fotos Rethymno

Mourne - Spili
De volgende halte is het dorpje Mourne bij Spili, een geschikte uitvalbasis voor wandeltochten. Een prachtige omgeving, fijne kamer, buiten koud, fantastisch uitzicht met 'lichtende bergen', zoals Arno ze noemde, onze huisbazin - ja weer 'musician'! - was niet minder dan een voormalige violiste bij The London Philharmonic Orchestra, hoe is het toch mogelijk? Vier jaar terug kreeg zij een blessure waardoor ze niet meer zo intensief kon spelen en besloot een nieuw leven te beginnen, een B&B op Kreta. Zij is ook actief voor dierenrechten, een precaire en belangrijke kwestie op Kreta. Haar naam... Gina, ja, dit keer een Engelse met een Italiaanse naam, die honden en katten hoedt i.p.v. schapen en geiten..

Foto's Spili

We worstelen enigszins met wat we kunnen eten, gezien het feit dat we in de kamer niet zelf kunnen koken en er bijna niets open is in de omgeving. Uiteindelijk, na een ijzertekort-dipje van mij, vinden we een mooi restaurant bij een van de beroemdste 'kloven' van Kreta, weer zo'n plek met parkeerplaats voor zo'n 100 bussen en 200 auto's, waar ik bijna in mijn eentje op geparkeerd sta. Hoe dan ook, ik moest over mijn vleesvrees heen, het lichaam gaf het aan en op Kreta weet je als je lam eet of kip dat het van het land komt en een goed leven heeft gehad.

Foto kloof

Een ander knelpunt bij Gina blijkt... wifi. Ja, de mens - of tenminste de van B&B naar B&B reizende mens - blijkt afhankelijk te zijn van dit goed (Arno las precies toen een stuk over wifi als een eerste levensbehoefte). In onze kamer was de verbinding slecht, en buiten renden en holden er vijf honden en vijf katten rond - allemaal even lief dat wel , maar ook zonder allergie, je kon gewoon niet even rustig zitten internetten, bovendien werd het steenkoud! Wifi van het dorp was te ontvangen op bepaalde plekken in het dorpje, dus zijn we in de kou buiten gaan zitten, naarstig op zoek naar: 1. de volgende halte, 2. een vlucht naar Portugal of Spanje. Uiteindelijk hebben we de keuze gemaakt om een accommodatie te vinden waar we rustig kunnen zitten bijkomen van de kou, de honden en het gebrek aan internet, een accommodatie met goedwerkende wifi en iets meer luxe was het doel.

Foto Mourne

Triopetra
'Giorgio's house' in Triopetra, De drie rotsen - een ruig gebied met veel wind, donkerblauwe zee en veel rotsen - lag prachtig vrij boven op een heuvel. Van alle kanten enorme uitzicht, gigantische tuin en terras.
foto's
Een goeie keuken, een werkende wasmachine, een aparte slaapkamer, airconditioning die met een beetje moeite ook aardig wat warmte afgaf, en wifi, tuurlijk. Maar die deed het dus niet. Karma? En wij wilden zo graag onze reis verder plannen. Giorgio schrok ervan. De communicatie verliep doorgaans op afstand via zijn dochter, gezien zijn Engels even beperkt was als onze Grieks. Bellen, smsen, hulp roepen bij de buurman. Deze hele lieve en behulpzame jongen man heeft zijn wifi tot onze beschikking gesteld. 'Zijn' wil zeggen, van de zeven appartementen die hij verderop verhuurt en momenteel allemaal leegstaan.

Foto's Triopetra
...


"...en van binnen, veel doorstaan. Mijn smetvrees is met namen op de proef gesteld. Ik heb ontdekt dat ik een knoop heb die ik uit kan zetten. Misschien kan ik het niet altijd, maar soms is ook al heel wat. Aan het begin van de reis voelde ik de 'bevrijding' waar ik zo naar verlangde, zo van, ik zit niet meer vastgelijmd aan mijn kleine veilige bestaan jn mijn coconnetje, ik woon in mijn eentje in een huis vol dieren en onbekende geluiden met een hek dat niet opslot kan, noodzaak maakt creatief. Ik kan het aan, gewoon omdat het moet, soort van, dan. Ook in Kreta vormden de wisselnde accomodaties meestal een postieve uitdaging. Kijk mij, ik drink uit een beker die er staat en ik spoel hem niet eerst om, kijk mij, ik slaap in dit bed, wetend dat talloze gasten er voor mij in hebben gelegen. Ik kan het. En dan zonder auto. Gewoon met de bus, lopend of liftend, of anders met de lieve Gina samen boodschappen doen. Creatieve oplossingen zoeken. Misselijk worden in de bus, maar denken, ok, dan zet ik een muziekje in mij oren en haal ik diep adem, het is straks voorbij, en kijken naar de adembenemende uitzichten uit het raam..."

Het blijkt dus weer, dat ik niet gelukkiger word wanneer er gemak is, maar juist wanneer ik ongemak aanga.

...

Het oorspronkelijke plan om door te reizen naar Spanje of Portugal bleek lastig i.v.m te laat zoeken naar vluchten. Die waren allemaal ineens erg duur en erg lang en omslagtig, tenminste naar onze bestemmingen. We besloten om voor de laatste vier weken een vast plekje te zoeken. Kreta is zo verkeerd niet, blijven we hier tot vier januari. 'Giorgio's house' in Triopetra leek ons geschikt. Vanuit de tuin zien we de zee van twee kanten, bergen, en voor de rest niks en niemand, ok, op de schapen en de herders na. Er is een zogeheten 'minimarkt', die ging, als je geluk had en er iemand kwam die de eigenaar vanuit zijn woning op de helling riep, pas om 17.30 open en had alleen maar sponsjes, wasknijpers en wat oude sinnasappels. Dan maar naar Spili voor boodschappen. We begonnen ons te settelen en te nestellen. Helaas verliep de communicatie met de huisbaas niet zo soepel en zijn we opnieuw vertrokken.

...

Souda
"Souda, 5 km van Plakais. De deur klemt en gaat niet echt op slot, door problemen met het afvoer (dat een enorme paniekaanval bij mij teweeg bracht gelijk de eerste dag) moeten we naar een andere toilet via de tuin, provisorische plankjes, kapotte spiegel, oude slaapbank, schoon maar... En ga zo door, maar er is liefde, er is bereidwilligheid, er is een fantastisch terras dat op de zee uitkijkt (foto), en het is betaalbaar, dicht bij alles, natuur, stadje, zee, bergen... We zijn weer studenten. De kamer is opgevrolijkt en 'opgezelligd' met kaarsjes, steentjes en schelpjes, kerstverlichting uit de supermarkt en rommeltjes van de wekelijkse rommelmarkt - weer t.b.v. dierenrechten -  mijn ingekleurde mandala's, kaartje uit het klooster in Irael enz. Gezellig, ook tijdens de storm. We koken of eten uit, wandelen, zwemmen wanneer het kan, lezen, tekenen, ik haak, Arno studeert..."

Traditionele Kretenzische muziek leeft hier enorm. Zelfs in de uitgestorven wintertijd. Elke week is er ergens minimaal een optreden van dit bijzondere muziekgenre. Zelfs jongeren komen er op af. Vertederend vind ik dit. De lyra is het volks instrument, begrleid door de laouto en de mandolino. Vaak klinkt het troubadour  - achtig, er worden hele verhalen verteld. Het lijkt niet op Griekse muziek zoals we die kennen. Een wetenswaardigheid: Stroei Voei uit Ja zuster, nee zuster, is niet in het Grieks! Dit heft Gina ons verzekerd! Dat weerhoudt ons er niet van om het steeds maar te bijven neuriën, evenals Girl van The Beatles, die ook behoorlijk Grieks in onze ogen klinkt. Wij zijn ook rare muziekbeesten, Arno en ik... :)

Foto's optreden

...

Plakias 2
Door het steeds slechter wordende weer en bovengenoemde omstandigheden in onze 'studentenkamer', verhuizen we weer. Tegen onze zin in, want de locatie is prachtig en de kamer is gezellig, maar gewoon niet te doen. Zelfs rijden nar het dorp is niet altijd veilig. Dan maar onze oude sfeerloze kamer in Plakais weer. Daar is tenminste warm water en de douche en de wc doen het gewoon. Zijn we ook dicht bij de winkels en restaurants. Wanneer het stroom voor de zoveelste keer uitvalt, is een cafeetje met een houten kachel, toch ook wel erg prettig. Keerzijde: er wordt gerookt in horecagelegenheden.

"...Wanneer het weer slecht wordt in de laatste twee weken, gaan we toch af en toe een frisse neus halen. Dan blijkt Arno het talent te hebben om mij door onmogelijke bergpaadjes heen te sleuren of door een verlaten vakantieoord te dwalen, op weg naar een of ander privé strandje of via een mysterious bergwand van een onheilspellende rotslandschap, waar het betsaan van alleen bekend is onder schapen, geiten en bij Arno, die versterkt is door een vaag vermoedelijk streepje op google maps. En ik volg mijn mannetje maar, als een braaf echtgenote... Terwijl ik stiekem op een potje beschaafd luchtje scheppen heb gerekend."

foto oord, Arno in de wolken, rotsen, enz
Mijn nerd is een avonturier - naakt zwemmen, in de regen lopen, moeilijkste routes
...

"Ik had graag gebleven om te zien hoe al dat groen wat nu boven de grond komt zich omvormt tot bloesem. Bollen en knollen en wortels van alle vormen en fotmaten produceren na al die regenval vers groen blad. De bergwanden zijn voor grote delen vergroeid en overal komen er bladerige beloftes uit de grond. Nog een maand en dan zal de enorme bloei vast wel beginnen. Tulpen, narcissen, lissen, cyclamen, anemonen, klaprozen en nog veel meer, dat vermoed ik allemaal. Maar voor nu moet ik het doen met regen, wind, mist en groene beloftes. Ik ga toch maar eerst naar huis om vervolgens te oriënteren op het volgende hoofdstuk. Werk zoeken? Tijdelijk? Of iets dat ik met mij mee kan nemen, zoals vertaalwerk? De volgende reis plannen? Misschien wel allemaal. Ik wil hier blijven, en het kan ook, waarom ook niet? Maar naar huis gaan heeft ook een belangrijke functie in het geheel en bovendien mis ik mijn kinderen, kleindochter en vrienden. En mijn huis toch ook wel. En het gemak. Natuurlijk ben ik ook huiverig voor de oude spoken. Die zullen er ook weer komen, zijn eigenlijk niet weg geweest. Af en toe had ik rust, vaker dan thuis kon ik de afgelopen weken er gewoon zijn, niet zo veel moeten, genoeg habben aan lezen, schrijven, tekenen, wandelen, zwemmen. Kan ik thuis kijken of dit daar ook wel een beetje wil lukken."

.......

"Nu, half december, nadert ons verblijf hier zijn einde. We hebben een groot deel van de regio's Chania en Rethimno gezien. Dit eiland is wonderlijk, zeker in de winter. Ik kan in woorden de ontelbare tinten blauw, de zee, de lucht, de wolken, de regenbogen, de bergen niet vatten. De zee, de zee die er overal weer tussenin duikt, tussen bergen en dalen, in de verte en dichtbij, waar we vanaf ons terras op neerkijken, waar we steeds weer in gaan zwemmen, als de zon maar warm genoeg is. De storm, allerlei soorten storm, allerlei soorten wind, in de bergen, uit de bergen, aan zee, vanaf de zee, naar de zee toe. Windvlagen die de zee inwaarts 'schaatsten', enorme storm die het ijzeren hek van ons huisje, 2 meter breed, omver heeft geblazen."

fotos storm, hek, wolken

Wie de Hebreeuwse taal machtig is, is welkom mijn gedichten te lezen, die vatten de boel misschien wat treffender.

1-1-2017

We vertrek uit Plakias, waar we drie en halve weken hebben 'gewoond' met gemengde gevoelens. Wel lekker om weer in beweging te komen, on the road again. Maar ook echt afscheid moeten nemen van dit mooie plaatsje, van stranden die we intiem hebben leren kennen, en van de mensen, de winkeliers, huisbazen, restaurants en cafés, en zelfs de van andere schaarse vakantiegangers die je overal weer tegenkomt, voor mijn gevoel ben ik hier al een beetje thuis en neem ik afscheid van mijn buren.
Deze tweestrijd merk ik gedurende de hele reis, behoefde aan verandering aan de ene kant, en aan vastigheid aan de anderen kant. Allebei basale mensenlijke neigingen. In elk geval, de reis terug begint en de geest wil anticiperen op hoe het zal zijn om weer thuis te zijn. Ik wens mijzelf meer in het moment te kunnen zijn, de dingen niet onnodig zwaar maken. Thuis weer kijken wat en hoe, blijven ademen, gewoon doorgaan...

Chania 2


Album boeddha
Album voeten




Heimwee

Crème en wasmiddel fabriceren

Jeronimo

En als je dacht dat je alles had gezien, palmstrand, 460 treden

Storm

Regen en regen noodweer en kou geen warm water Dip Geen kleren

Weer verhuizen

Kameleon koken

Sleutel aan de verkeerde kant

Slager

Koelkasten met ademhalingsproblematiek

Winter community

Grieken geven en geven

Wol

Mandala's

Boeken

Restaurants die open gaan en die dicht gaan, als een monster met 100 ogen

Arno denkt dat we geiten zijn

De zee heeft honderd gezichten

Adam en Eva

Wegwerkzaamheden, lieve nette en vlaggen

Geheime taverna

Alles went

Soms is de rek eruit

Rijden

Punt van kreta


zaterdag 14 juli 2018

donderdag 3 mei 2018

Ontmoeting


Midden-Oosten vredestop in een Dordtse buitenwijk.

Ik ben taalcoach geworden. Vol inspiratie na een aantal maanden reizen ben ik mij gaan aanmelden als vrijwilliger bij Vluchtelingen Werk. Wat deze actie mij allemaal bracht had ik totaal niet verwacht. Ik ben gekoppeld aan een Syrische vrouw. Nog voor onze eerste ontmoeting vroeg ik de coördinator om voor alle zekerheid te polsen hoe de leerling t.o.v. een Israëlische coach staat.

Ik heb nooit Arabische vrienden gehad, al kom ik uit een land waar er miljoenen van wonen. En al ben ik zo linksdenkend, van persoonlijk contact is niet veel gekomen. Ik zag ze op straat, ik kocht fruit en bloemen van ze, ze waren mijn buren, de huishoudelijke hulp, de klusjesman, maar daar hield het bij op. Nu ontdekte ik bij mijzelf veel onwetendheid en vooroordelen. Angst, ‘onbekend = onbemind’, denkbeelden vanuit de maatschappij beïnvloeden allemaal je houding of je het wil of niet. En ik ben nota bene dubbel belast als Israëliër én westerling.

Al spraken Nawal en haar man, Hasan, maar erg basic Nederlands heb ik veel te horen gekregen tijdens onze eerste ontmoeting. Ze kwamen uit de buurt van Homs waar bijna alles naar de vlakte ging, ze hebben vijf kinderen tussen vier en veertien jaar, Nawal wil graag Nederlands leren en later misschien ook gaan werken. Hasan stelde mij lachend gerust: ‘we zijn hier niet om over politiek te praten’ en dat leek oprecht te zijn. Ze kwamen op mij over als vriendelijke en gemotiveerde mensen, al moest er onderlinge vertrouwen nog groeien.

Ik begon wekelijks bij Nawal in haar bescheiden rijtjeswoning in een buitenwijk van Dordrecht te komen. We zijn aan de slag gegaan met haar huiswerk, met de kronkelige constructies van de Nederlandse taal, met de eisen van de inburgeringsexamens waarbij veel inhoud gelijk is aan indoctrinatie. Maar Nawal toonde veel motivatie en ondanks haar laag scholingsniveau – het Nederlandse alfabet hebben ze pas hier leren lezen en schrijven – kon ze vrij snel meekomen met de leerstof.

We dronken samen thee en proefden de Ma’amoel koekjes of de baklava die ze zelf bakte, of juist haar overheerlijke Kubbe of een gevulde courgette. Onze gesprekken gaan overigens vaak over eten; gerechten vergelijken en van elkaar leren, etenswaren in drie talen benoemen, maar ook gezondheid, met name de eigenschappen van diverse kruiden en planten, behoort tot onze gezamenlijke interessegebied.

Ik merkte dat Nawal moest wennen aan het feit dat ik best wat Arabisch versta (een jaar op school gehad, en leven in een land vol Arabieren) en dat mijn moedertaal, het Hebreeuws een zustertaal is van haar eigen taal. Komt ze niet op een woord, dan probeert ze het in het Arabisch, of anders ik in het Hebreeuws en negen van de tien keer werkt het. Onze band is speciaal voor beiden; ook ik spreek over de Nederlanders in de derde persoon en ook ik moest deze taal eigen maken. Op een dag kreeg ik van haar zelfs het compliment dat ik best ‘een beetje Arabisch ben’… wie had dat ooit gedacht...

Langzaam kreeg ik bewondering voor hoe deze mensen in het leven staan, dicht bij de aarde, ze leven met de seizoenen, met hun gebruiken, verbouwen hun groenten, koken eenvoudig, hun geloof geeft ze houvast en structuur, maar ook een oprechte intentie om het goede te doen. Ramadan was voor mij een nieuwe ervaring, de sfeer in huis was mooi, verstild, Nawal leek werkelijk een reiniging door te maken. En al heb ik zelf niks met religie, kijk ik op van de manier waarop zij ermee omgaan.

Iets van een andere orde: wanneer ik bijvoorbeeld een recept uit een tijdschrift meeneem begint Nawal gelijk alle ingrediënten aan de hand van de plaatjes op te nomen, ze leest niet, ze kijkt. En ik denk, je zou misschien wat moeten veranderen, wat meer een ‘virtueel mens’ moeten worden als je echt mee wil komen in deze maatschappij. Tegelijkertijd vind ik het jammer en denk ik, blijf vooral jezelf…

Dit punt blijft dubbel. Ik help ze met inburgeren maar stiekem geniet ik van het feit dat ik bij mensen mag komen die (nog) niet zo in de pas lopen met deze steeds meer robotachtige, kille, op het individu gerichte samenleving. Ik kijk ineens ook anders naar mijn Turkse buren, met meer respect voor hun behoudende manier van leven, een maatschappij binnen een maatschappij. Ergens benijd ik ze. Ze hebben iets wat wij kwijt zijn geraakt. Nawal verbaast zich bijvoorbeeld over ouderen die vereenzamen, over kinderen die nauwelijks bij hun ouders komen, over buren die elkaar niet te eten vragen al weten ze dat de ander alleen is. En ik knik en geef haar gelijk. Ook vraagt ze mij regelmatig hoe het voor mij is om alleen te wonen, en moet ik dan toegeven dat ik het niet altijd fijn vind, maar soms toch ook echt wel. Ik doe mee met de vereenzaming. Ik ben zo gevormd.

Nu voel ik me heel fijn bij Nawal, al was het in het begin aftasten. Ik merkte dat er in het begin een soort verborgen agenda bij mij leefde; alsof mij is opgedragen in mijn eentje vrede in het Midden-Oosten te stichten. Ook Nawal stelde zo nu en dan nieuwsgierig vragen over Israël en de situatie met de Palestijnen daar. Op een dag begon zij ineens te vertellen over de profeet Mohamed en hoe hij opgedragen heeft van alle mensen te houden ongeacht hun geloof, dat zijn beste vriend zelfs een Jood was. Ook heeft ze haar mening geuit over de mens: niet alle moslims zijn goed, diegenen die oorlog maken, dat zijn geen echte moslims, dat is niet haar islam. En, voegde ze toe, onder alle volken en religies heb je goede en slechte mensen.

Na dit verhaal - let wel, in zeer gebrekkig Nederlands en toch stellig kunnen overbrengen - was ik gerustgesteld. Die dag heb ik Nawal dit filmpje laten zien. Ergens twijfelde ik of het wel een goed idee was, maar iets in mij drong aan. Na het eerste couplet in het Hebreeuws, op moment dat de Palestijnse zangeres in het Arabisch verder gaat, begon ik te druppelen, Nawal volgde en voordat we het wisten zaten we huilend en snikkend in elkaars armen. Wat mij het meest verbaasde was dat zij op dat moment mij opving; ze hield mij vast en veegde mijn tranen af als een zorgzame moeder.



Nawal is een sterke vrouw, ik blijf mij verbazen hoe positief zij in het leven staat. Vijf jaar oorlog hebben haar geest niet gebroken. Zij komt uit een warm nest en dat merk je, zij is zelf ook een warme en liefdevolle moeder voor haar vijf fantastische kinderen. En ik, als tweede generatie Holocaust slachtoffer, als dochter van een moeder die geen veiligheid kon geven, draag een andere oorlog, andere wonden, met mij mee; zo zie je hoe karma werkt, hoe pijn nieuwe pijn voortbrengt. Op dat moment leek Nawal dit intuïtief aan te voelen.

Nawal en Nava, twee vriendin, twee verdwaalde Midden-Oosterse in kikkerland. Wat wist ik eigenlijk van Syrië voor deze ontmoeting? Ik groeide op in de schaduw van de vrees voor de Arabische landen om Israël heen, en de Syrische krijgsgevangenis had niet bepaald een sympathieke naam. Maar in het hier en nu lijkt er zoveel te zijn wat ons bindt: allebei missen we hetzelfde zonlicht, dezelfde landschappen, kleuren en geuren. Ik ervaar een vriendschapsgevoel, een soort zusterschap dat ik nergens ander ervaar.

Er is iets onvoorwaardelijks in het contact, het stroomt, ik voel me er thuis. Hun taal, die mij bekend voorkomt, hun prachtige Arabisch waarvan ik zin krijg om het beter te leren, de omgang met elkaar. Soms doen ze me denken aan een typisch Israëlisch gezin, de identieke woorden zoals ‘immi’ (mama) of ‘chamoedi’ (schatje), de fysieke genegenheid, een plagend klapje...  Tegelijkertijd zijn ze anders, er is meer respect, meer ritueel.

Na het film ‘incident’ voelde ik mij op een rare manier schuldig en beschaamd, alsof ik een grens heb overschreden die niet overschreden mocht worden. Ik had moeite om onze sessies voort te zetten, zoekend naar een juiste afstand, juiste toon, juiste houding. Ik besloot om die agenda los te laten en mijn Midden-Oosterse achtergrond in te zetten in dienst van de culturele en culinaire herkenning. Ook is het handig dat ik precies weet hoe het is om de overgang te moeten maken van een Semitische naar een Germaanse taal. De vredestop heb ik losgelaten en dat voelt een stuk lichter.

Ondertussen werk ik meer dan een jaar met Nawal. Ik heb een enorme waardering voor heel het gezin. Alle kinderen zijn slim en gemotiveerd, beleefd en sociaal. De omgang onderling is zowel respectvol en beleefd als vrij en vriendschappelijk. Nawal is recent geslaagd voor alle vijf onderdelen van het inburgeringsexamen, haar man moet nog een maar heeft ondertussen een fulltimebaan in zijn eigen vak, timmerman, in de bouw. Hij is dolgelukkig en dankbaar. We zijn aan het kijken wat Nawal verder wil gaan doen, wat voor haar de volgende stap wordt. Hier merk ik hoe niet-westers zij is, niet zo gewend om te denken vanuit willen, plannen, ambities. Hoe anders ben ik, die zo veel wil en moet, dat ik moeite heb mijn verwachtingen-volgeladen kar voort te slepen…

Ook hier komt het dilemma: in hoeverre Nawal een beetje pushen richting de maatschappij van nu? Laatst vroeg ik haar 06 nummer, en dat wist ze niet uit haar hoofd. Ik vroeg hoe het kwam, toen zei ze, ik vind het niet belangrijk… en ik dacht, dit moet ik ook respecteren. De kunst is om haar te volgen, om te leren haar te helpen een zinvol bestaan te creëren in het kader van wie zij is. Hoe mooi is dat?

Ik ben dankbaar voor deze ontmoeting. Ik blijf leren en ontdekken en ben erg benieuwd waar dit pad mij leidt, maar ook naar het pad van Nawal. In feite zou de maatschappij zulke mensen moeten omarmen, zoveel vreugde, liefde, wijsheid en vriendschap kunnen hier goed gebruikt worden.


© Nava Benyamini 2018

dinsdag 7 februari 2017

Bevrijding? 2

6 oktober tot 14 november 2016

(Na de 'try out' in april met een maand in Duitsland en mijn huis succesvol als B&B te hebben verhuurd, wilden we dan echt wat langer en verder weg gaan. Helaas bleek Arno's vader, mijn lieve schoonvader, ernstig ziek te zijn en gingen de dingen anders dan gepland. Over deze bijzondere tijd en deze bijzondere man hoop ik nog een keer een stuk te schrijven.)

Op 6 oktober ben ik van huis vertrokken. Lia gaf mij een mini Boeddhabeeld met een citaat: "zeer beperkt is het leven in huis, wie zijn woning verlaat is vrij". Helemaal raak, of dit is tenminste de intentie, de hoop.  Wie mijn vorige stuk heeft gelezen weet dat het vertrek niet vanzelf ging, net zo min als het besluit om een time out te nemen en om te gaan reizen. De overtuiging dat het aangaan van verandering door uit mijn schulp te stappen een heilzame werking zal hebben heeft mij uiteindelijk de doorslag gegeven. Daar zal de Boeddha wel op gedoeld hebben.

Lieve vriendinnen leven mee. Van Sietske een lief  meereis kaartje gekregen, van Mariolein superhandig hoofddoekjes - voor ons beiden - van Jolanda heerlijke snoepjes... Desi zorgt voor het huis, Maria voor de tuin, iedereen zwaait ons uit op zijn eigen manier, berichtjes, last minute bezoekjes, Ik voel me rijk en gestrerkt, al is de spanning er niet minder om. Afscheid van mijn lieve kleindochter, de kinderen, mooie momenten.

In Nederland is het in oktober meteen koud en somber geworden en ik reageer

als een seismograaf - een op een - ben ik dan ook koud en somber. Inpakken levert veel stress op, net als het voorbereiden van mijn huis, dat weer B&B wordt. De auto heb ik verkocht, wat voelt dat fijn en licht. De eerste huurders benaderen mij. Een hele maand! Heerlijk. Het begint de goede kant uit te gaan. Ook krijg ik een huis in Tel Aviv voor een paar dagen en een leenauto voor drie weken (!) aangeboden door een lieve vriend! Mooi, zeg.

En dan ben ik eindelijk weg, ingepakt voor drie maanden met de gedachte om na Israël ook andere landen aan te doen. Veel zomerkleding, iets voor de kou die eventueel komt. De afgelopen winters in Israël en Spanje waren niet zo winterachtig, gokken op goed weer dan maar. Arno komt later, eerst samen met zijn familie het huis en andere zaken van pa Hans op orde krijgen.

Tel Aviv

De eerste dagen in Tel Aviv zijn leuk, maar de drukke stad vermoeit mij ook. Het appartementje is gevestigd aan de Dizengoff street, de drukste straat van Tel Aviv, om de meter een restaurant of een café, winkels en winkels en de mensen blijven maar eten, drinken en winkelen en alles blijft maar open. Een echte stad, wat wil je?  Ik ga met name veel naar zee, het is nog zomers heet, dat maakt een hoop goed, ook al is het daar ook druk. Ik moet de rustigere stranden nog gaan ontdekken. Maar de zon en het lekkere water beginnen hun heilzame werking op mij te hebben.


                                                                   
De grote rots is gekrompen...
Een kort bezoek aan Bat Yam, het stadje buiten Tel Aviv waar mijn opa en oma woonden en waar we vaak in het weekend heen gingen. De verandering is enorm. De speeltuin is chiquer, veel luxe appartementen complexen, de rots die vroeger zo groot was lijkt gekrompen en de officiële taal lijkt wel Russisch geworden te zijn... Een man beweert dat er bijtende visjes in het water zitten. De oplossing: zwemmen met sokken aan...



De gebouwen zijn gegroeid



1965 - met opa in Bat Yam


2016 - zwemmen met sokken aan...

Ein Vered
Na die paar bezweette dagen in Tel Aviv vertrek ik naar Ein Vered, een weinigzeggend dorpje aan de rand van 'de randstad', een half uur van Tel Aviv, meer naar het binnenland, 20 minuten van zee, tussen Netania en Kfar Saba. Het huis zelf is prachtig en staat vrij aan alle kanten. Normaalgesproken bewoond door een yoga lerares die mooie spullen heeft, een moestuintje houdt en spinnen laat zitten. Wie ben ik dan om ze weg te doen? Ik laat ze.

Ik schreef:
"Vijf uur is het donker en ik hoor een hoop geluiden in en om dit prachtig vrijstaand hut-huis. Wat een kabaal op het dak, geen idee wat voor leven daar zit. Ik ben alleen, het hek kan niet op slot, het huis grenst aan de citrusboomgaarden, geen directe buren. Binnen en buiten zie ik spinnen, kakkerlakken, mieren van alle formaten, gekko's, hagedissen, hardoends, heel veel soorten vogels die piepen en schreeuwen en zingen en flarden op de bomen in de uitgestrekte, grotendeels dorre tuin, een vast kikkertje die elke dag wanneer ik de groentebakken water geef stipt bij de kraan verschijnt, een gehaast egeltje die 's avonds richting moestuin loopt, lekker smullen zeker... Een huis vol dieren, en ik. En mijn angsten? Die gaan eerder over ontmoetingen, mensen, familie, vrienden, de spoken uit het verleden dansen fors, maar mijn weerbaarheid tegen alleen zijn met spinnen en insecten, tegen geluiden in de nacht stijgt met het uur."





Ik zit daar bijna drie weken in mijn eentje. Wat doe ik? Veel naar zee en soms naar het zwembad, ook overheerlijk met de warmte, wat heb ik dit allemaal gemist! Ik pluk citroenen in de tuin en maak limonade, ik maak mijn eigen wasmiddel, bestudeer de planten, verzorg de tuin, spreek af met vriendinnen, kook met groenten uit de tuin, doe mijn yoga op de heerlijke grote veranda, mediteren lukt niet best, probeer zes boeken tegelijk te lezen en schrijf veel. Rust heb ik nog niet, de adrenaline zit nog goed in mijn bloedsomloop. Ik begrijp nog niet waar het allemaal heen gaat, maar hoop dat het toch ergens goed voor is. Anders heb ik gewoon maar van de zee genoten!

Zeepmakerij 
Zo leuk... raspen, soda toevoegen en aan de kook brengen. Later heb ik dit ook gewoon met gekookt water gedaan. Bij gebrek aan geurloos wasmiddel. Maakt overigens alles goed schoon.

Limonademakerij 

Het waren niet de mooiste citroenen, maar als tijdverdrijf, perfect. Wat pijn in mijn hand daarna, maar lekker was het wel, dat vond mijn vriendin ook!


Zee!
Als een meisje uit Jeruzalem ken ik de bergen heel goed, maar zwemmen deden we in het zwembad en dit tekort ben ik nu rijkelijk aan het compenseren. Ik hou vreselijk veel van de zee. Erin zwemmen - op de golven dobberend - ernaast liggen, erlangs lopen, erbij zitten kijken, luisteren, ruiken, proeven, stil worden. Het huis in Ein Vered bood een perfecte uitvalbasis richting diverse stranden. Ik denk dat ik wel zeven verschillende heb bezocht, en wat een verschil. Van tuttig opgezet met alles erop en eraan, tot het pad er naartoe niet kunnen vinden, van wilde rotsen tot mooi aangelegen boulevards, van stads tot geen-mens-te-bekennen. Gebruind, warm van binnen en van buiten, mijn huid droog en zout ga ik weer naar huis, een boodschapje doen, de confrontatie met het agressieve weggebruik weer aangaand. Maar daarna weer douchen en buiten op de veranda zitten kijken naar de snel en vroeg ondergaande zon.



"Tussendoor blijf ik een overvloed aan zee, zon, licht en de kleuren die ik zo nodig had, beleven. Diep zeeblauw en stralend luchtblauw en zacht meer-van-Galilee-blauw. En dan de velle gele zon en de zachte gele zandkleur en de oranje-rode zandkleur, de bruine aardekleur, de blinkend witte steenkleur en de nachtelijk donkerblauwe luchten met vonkelende lichtjes in de verte. De droogte. De hitte, de warmte. De geur van de aarde na de eerste regen van het seizoen, de Yore (die overigens traditiegetrouw is door Arno meegebracht)."



"Het is een kwestie van evenwicht. Deze deken van warmte die mij zo liefdevol omhelst, het stralende heldere licht, de zon - deze mooie koningin, die simpelweg schijnt, zonder dat het weerbericht erover bericht, zonder dat het een ding is, zonder te moeten hopen en bidden, 'gauw even in de zon zitten' is er niet bij want ze is er gewoon, ik had een ernstig tekort aan deze elementen. Ik ben mijn evenwicht aan het herstellen."

"Arriverend in de herfst heb ik overigens makkelijk praten; de zomer hier is geen pretje en dan verlang je vanzelf weer naar alles wat we in Nederland zo rijkelijk hebben zoals regen, groen, vocht, schaduw. Maar voor nu dompel ik mijzelf onder in al deze kleuren en sensaties, wachtend op het moment dat ik verzadigd ben en het groen, de herfstbladeren, en zelfs de winterkou ga missen. Het komt vast wel, want op zichzelf is daar ook weer niks mis mee. Het is een kwestie van evenwicht."
Slecht voorbeeld met al die wolken... soms maak je foto's op de 'verkeerde' momenten :)

Mijn stad
Jeruzalem werkt beklemmend op mij. Met de jaren wordt die stad steeds voller, harder. Verliest de schoonheid van vroeger, wordt gekaapt door allerlei groeperingen. Herinneringen uit en ontmoetingen met het verleden overvallen mij. Bovendien was het Yom Kipoer, groot verzoendag. Deze dag levert bizarre taferelen op die ik met een enigszins antropologische verbazing aanschouw. Er wordt niet gereden, het is niet bij wet verboden, maar niemand die het durft: 'je wordt met stenen bekogeld', de straten zijn dus vrij, op zich wel lekker een keer, en iedereen, jong en oud, gaat midden op straat lopen. Tegenwoordige gaan de kinderen op fietsten en rolschaatsten, dat deden wij vroeger niet, wij speelden verstoppertje met de bewaker van het hotel/ synagoge aan de overkant. ja, mijn eigen herinneringen aan deze dag zijn ook surrealistisch, maar ik dacht - blijkbaar naïef - te leven in 2016, maar dat blijkt op Yom Kipoer niet helemaal te kloppen.
Bij een vriendin gelogeerd, die vond het zo een mooie, verstilde dag. Ik zei, ik kom wat later met de auto, geen sprake van dus. Schrik. Een soort huisarrest, en dan de rare avondwandeling door de wijk van mijn jeugd, langs mijn moeders huis en jeugdvriendinnen, en langs een andere vriendin uit die tijd. Het was op dat moment dat het reünie idee is ontstaan, zomaar, uit verveling of gekkigheid, geen idee, het leek ons leuk.

De ingang naar het huis waar ik ben opgegroeid is nog altijd hetzelfde


Na dit eerste bezoek heb ik het gevoel te moeten vluchten, weg daar vandaan. Verstikking bekroop mij ook bij het bezoeken aan de wijk en het huis van mijn vader. Hard. Hard is deze stad van steen, de mensen er zijn hard en ik word er hard van. Ik schreef:

13-10-2016

Steen (vertaling אבן)

Jeruzalem
Een stad van steen
Ik
Een kind van Jeruzalem
Ik
Een kind van steen

Jeruzalem
Is in mij bevroren
Als steen
Ik in haar
Zij in mij
Hard
Helemaal hard
Als stenen
In mijn hart

Ik 
loop in de straten 
Van Jeruzalem
En zij 
Vernauwt mijn pas
Overschaduwt mijn schaduw
Loert naar mij
Vanuit
Haar verborgen muren
Een stenen oog   

Hard is
Mijn hart
Wanneer ik in haar straten ben
                   in haar huizen
Hard wordt mijn adem
Hard wordt mijn ziel

Uit elke hoek
Uit elke steeg
Steken ze uit
Versteende herinneringen
In mij gegrift
Gegraveerde pijnen
Gebeitelde pijnen  

Steen ben jij
En steen blijf jij
Steen in mijn hart
Snijdend steen

Ik onderga pijn die verbonden is aan het verleden. Ik zoek het op en neem er vervolgens weer afstand van. Ga weer naar zee, zit weer op mijn veranda. En dan komt er een vorm van verzoening. 




17-10-2016 

Steen 2 (vertaling אבן 2)

En misschien ook jij
Net als ik
Hebt een streling nodig
Een omhelzing
Een luisterend oor
Van je weglopen
Is geen oog hebben
Voor je moeite 
Wandelen in jou
Je stenen strelend
Met mijn handen
Met mijn ogen
Van jou houden
Van mij houden
In jou

Meisjes
Een kleine reunie van meisjes uit de lagere achool was, zoals gezegd, mijn idee. Het leverde wel veel spanning op. Deze periode uit mijn jeugd is doordrenkt van verdriet en eenzaamheid en deze emoties komen in alle hevigheid terug. Deze meisjes zijn in mijn geest gegrift, of zoals een ander het mooi heeft geformuleerd: "jullie zijn een deel van mijn DNA". Met sommigen zat ik nog op de peuter- en kleuterschool.


Wat was het dan ook een verassing om te leren dat werkelijk ieder van deze zeven meisjes - die in hun huidige verschijningsvorm als zeven vrouwen op een vrijdag ochtend naar een gezellig cafeetje in Rishon Le'zion zijn gekomen - een niet simpel tot heel ingewikkeld eigen verhaal hebben. En ik dacht dat ik de enige was... weer eeen reminder: nee, je bent niet het centrum van het universum... De ontmoeting was bijzonder open en warm. Er werd naar elkaar met oprechte nieuwsgierigheid geluisterd en iedere vrouw kreeg de ruimte voor haar verhaal, vergezeld met veel feedback, vragen en aanvullingen van de kant van de anderen. 


Schort gemaakt rond de vijfde klas?

Dat we allemaal, ieder weliswaar vanuit een compleet ander thuis, met een eigen invalshoek, maar toch, dezelfde herinneringen hebben ontroert mij enorm. We holden allemaal door dezelfde straten en steegjes, kenden alle hoekjes en plekjes, speelden in dezelfde tuintjes, kenden dezelfde wijkbewoners en winkeltje, we hebben inderdaad dezelfde 'dorps DNA' - want onze wijk, Bet-Hakerem, was en is nog steeds een soort dorp in een stad. We hebben dezelfde herinneringen aan leraren en klasgenoten, we hebben allemaal dezelfde schort gemaakt op handarbeid les... Maar wat mij het meest ontroerde waren de openhartige verhalen en hoe deze meisjes zich hebben ontwikkeld tot sterke en mooie vrouwen. Alle zeven hebben mijn hart geraakt, en de onthullingen rijmden toch ook met ieders kinderbeeld die in mijn geest is gegrift. Alsof je dingen toch al altijd ergens vermoedde:



...het meisje dat altijd de leukste was, het schattigste eruit zag en ook nog zo populair was, bleek 's nachts angstig in haar bed te liggen terwijl haar ouders - holocaust slachtoffers -  te veel alcohol nuttigden en uitgingen. Het meisje dat meestal niet veel zei, bleek een geheim te hebben, ze woonde namelijk niet in onze 'goede' wijk en is op onze school via een omweg gekomen. Dit mocht ze niet vertellen. Ook woonde zij met haar gezin bij haar grootouders in en daar schaamde ze zich voor, dus bleef ze maar stil. Het meisje dat het brave rustige kind leek, altijd maar stil en lief - ze zei: 'ik was met name bij de ouders populair, als goed gezelschap hun dochter' - bleek alles vanuit de zijlijn goed te hebben geobserveerd, ze was jaloers en voelde zich minderwaardig juist door gebrek aan 'drama' in haar leven - zij vond het zelfs een gemis dat haar ouders geen holocaust slachtoffers waren... Later kreeg ze anorexia en terwijl ze bij mij ook op de middelbare school in de klas zat wist ik er helemaal niks van. Ik zat op mijn eilandje met mijn drama's en zij op de hare. Leed scheidt mensen van elkaar. Nu kregen we een mooi contact en hebben we uitgebreid met elkaar gesproken, allebei waren we altijd al nieuwsgierig naar elkaar, maar konden elkaar eerder niet vinden.


Het verhaal van mijn 'tweede beste vriendin' (naast mijn aller allerbeste vriendin die overigens helemaal geen contact meer heeft met familie en vrienden, en ergens als dakloze in de VS zit, triest, maar waar) was een hele verrassing voor mij. Voor mijn gevoel hadden wij een haat-liefde relatie. Ik vond haar jaloers en niet trouw, ze wilde op mij lijken en ze kwetste mij keer oo keer. Tot mijn verbazing vertelde zij tijdens deze ontmoeting dat ze thuis liefde tekort kwam en dat ze zich daarom mogelijk op een niet leuke manier gedroeg. Ze heeft zelfs expliciet haar spijt betuigd. Op dat moment kon ik er niks mee, de pijn van vroeger zat vastgeroest in mij, dat vertelde ik dan ook. Na afloop heeft ze het weer een-op-een naar mij toe geuit, ik wist niet wat mij overkwam, ik reageerde met gemengde gevoelens. Pas een aantal weken later kon ik mijn dankbaarheid en waardering naar haar toe uitspreken en haar bedanken voor haar moed en openhartigheid.

"Ik had nooit op zoiets durven hopen, het is alsof mijn herinneringen tot leven komen, mijn geschiedenis vloeibaar wordt en een nieuwe vorm aanneemt."



Ook om te horen hoe zij mij zagen was een eye opener. Jaren en jaren zit ik met mijn eigen denkbeelden en herinneringen en dan blijkt dat ze degelijk wel wisten dat ik het moeilijk had, dat mijn moeder niet de makkelijkste was, dat ze aan mijn kop zeurde... dat ik piano MOEST oefenen, dat mijn vader niet bij ons woonde... Ze merkten dat ik wispelturig was, dan vrolijk en speels en dan weer boos en geïrriteerd. En ik dacht oprecht dat niemand het zag.. dat raakte mij behoorlijk, is ook een vorm van erkenning. Wel vonden ze het altijd leuk om bij mij te spelen, ik had een grote kamer, twee balkons en een tuin, en bovendien verzon ik altijd wel wat. 'Er was altijd actie met jou', zei er een.

Overigens grappig was het om te merken hoe oude patronen weer gingen spelen binnen de whatsapp groep, nog voor de ontmoeting. De ontmoeting zelf, waar overigens maar een klein deel van de groep bij aanwezig was, was van een andere orde. Maar via de app berichtjes zag je weer dat die met die buiten de groep om contact ging leggen, en die praatte over die, en die had geen zin in die - meisjes! - en hoe heel de sfeer veranderde op het moment dat het populairste meisje van de klas werd toegevoegd (de klaskoningin noemden wij haar), die begon de boel meteen op te jutten, zoals ze altijd al deed... Ook vroeg niemand zich af waarom de jongens eigenlijk helemaal niet uitgenodigd werden, tja.. wie gaat nou met jongens om op onze leeftijd? Hilarisch.



Het is waar, ik lag er wel veel van wakker, reageerde met paniek op de voorafgaande whatsapp groepscontacten en de achteraf naschokken. Maar nadat de stof eindelijk was gaan liggen had ik er een bijzonder mooi gevoel over. Misschien is er iets in beweging gekomen in het vastgeroeste kinderbeeld? Misschien komt er eindelijk meer lucht, meer actualiteit?



Een andere ontmoeting met een jeugdvriendin was ook heel leuk en hartverwarmend. Mooi om te zien wat een leuke vrouw zij is geworden, met haar prachtige gezin zijn ze een jaar op wereldreis geweest. Nu kampeerden ze aan zee voor een paar dagen en ik kwam een dagje zwemmen en bijpraten. Nog een DNA genoot. Zoek de verschillen.




Kamperen bij Ha'Bonim Strand



Beni
Een ontroerende ontmoeting was het ook met mijn oude pianoleraar.
Een huis vol kunst en muziek





Benjamin Orren is een mooie man, is hij altijd geweest. Nadat mijn Russische pianolerares weg ging bij het conservatorium (zie binnenkort mijn verhaal De piano) kreeg ik een gesprek met de directeur van het conservatorium waarin hij mij vroeg wat ik van een leraar verwachtte. Mijn antwoord was simpel: inspiratie, dat had ik hard nodig na jaren 'Russisch onderwijs'...  waarop hij meteen zei, Beni Orren. En inderdaad, inspirerend was en is hij nog steeds. Zijn woorden toveren nuances in mijn spel te voorschijn waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden. Daarnaast is zijn techniek heel speciaal en zijn kennis enorm en zo waren de lessen voortdurend een mix van verhalen, aanwijzingen en filosofische inzichten. Helaas had ik maar twee jaar les bij hem, want op het moment dat ik zwanger raakte van Ilay, ben ik overgestapt naar muziekonderwijs en naar een andere lerares die op dat moment beter bij mij paste. Nu heb ik al de jaren contact gehouden met haar, een degelijke, goeie en fijne lerares. Maar Beni heb ik al 30 jaar niet meer gezien. Misschien kwam het nu door het overlijden van de vader van Arno - zelf hoofdvak docent gitaar op het conservatorium van Rotterdam, wiens leerlingen bij zijn overlijden zeer geëmotioneerd waren  - dat ik dacht, nu moet ik er echt een keer langs. Hij is ook al diep in de tachtig en wat broos. Hij was dolblij van mij te horen en de ontmoeting kwam neer op een lange pianoles. Ik moest meteen achter een van de twee vleugels zitten, en daarna voor de vergelijking weer achter de tweede, en spelen maar. Toevallig (of niet) was ik een tijdje bezig met een van zijn 'lijfstukken', de Golberg variaties. Wat een openbaring was het om te merken dat ik toch nog zoveel kan opsteken van een leraar, van hem in elk geval, want ik heb al jaren en jaren geen les meer. Ik speel, ik geef les, ik vind het goed zo, en toch. Het was een soort tijdmachine gevoel, een tweede kans. Moeilijk vond ik om te merken hoe oud en zwakjes hij geworden is, hoe het lichaam aftakelt. Maar dan denk ik, dit is zoals het gaat, aangaan, accepteren, respecteren. Dankbaar zijn.


Precies net als Hans, mijn schoonvader, vraagt Beni ook voordat ik de foto neem: zit mijn haar wel goed ? Kunstenaars... :)))



"Nu vijf weken in Israël. Toch weer een hoofdstuk vol emotionele turbulenties die gepaard gaan met al deze confrontatie met het verleden. Waarom zoek ik dit op? Vraag ik mij keer op keer af. Hardleers? Ik wilde toch 'weg van alles'?"

Arno arriveert, 24-10
'Arno laat over zich heen lopen'


En dan verder met z'n tweetjes. Nog een paar dagen samen in Ein Vered, samen nieuwe stranden en andere verschijnselen ontdekken. Ik begin kleine momentjes van ontspanning te ervaren, kies voor een boek, lig op de hangmat (blijf liggen! Bevel ik mijzelf)


'Boom knuffelen voor gevorderden'
















'Hangmat liggen voor beginners'





















Daarna gaan we even naar lieve vrienden in Tel Aviv. Logeren, gratis kaartjes voor de safari, lekker eten met elkaar, gitaar spelen en zingen. Geven doet geven. Mooie ervaring. Slapen op een slecht matras, ontdekken dat dingen best wennen, mijn eerste geïmproviseerde portie crème maken. Tel Aviv zelf vermoeit mij, we zitten wel in een leuke, wat volkse buitenwijk in Ramat Gan. Met de auto naar het strand is geen pretje. Tel Aviv en omgeving is een grote file. Als je dacht dat het in Nederland erg is, ga er even heen!



... maar nog even over de 'antropologische verbazing': "tijdens dit bezoek aan Tel Aviv zijn we van Ramat-Gan naar Tel Aviv met de bus gegaan, via alle zuidelijk, wat armere, woonwijken en ik wist niet wat mij overkwam. Mensen van alle kleuren en vormen, die alle mogelijke talen spreken, in alle mogelijke kledij, van orthodox tot stoer getatoeëerd tot half bloot, van blank via bruin tot pikzwart, drukte, gaarkeukens, de gekste winkels. Ja, een cultuurschok in eigen land. Wat ben ik lang niet met de bus geweest realiseer ik mij, en wat ben ik ook altijd op dezelfde plaatsten, wat bescherm ik mijzelf. Dit keer gaan sommige dingen anders. "Wie zijn woning verlaat is vrij", ja, maar ook behoorlijk blootgesteld, kwetsbaar, er hangt een prijskaartje aan. Dit zal het deal wel zijn, begin ik te denken."

En dan verkennen we weer samen de Galilee bergen vanuit een stil dorpje genaamd Hararit . Het dorp schijnt oorspronkelijk opgezet te zijn door transendentale meditatie aanhangers, hoe krijg ik dit toch weer voor elkaar? De vorige keer de antrposophen, en nu de TMers. We raken in gesprek met onze host, hij schijnt - hoe anders? - een leraar TM te zijn. Ik doe Vipassana mediatie. Eigenlijk hou ik niet van discussies over meditatie, het doet mij altijd twijfelen aan mijzelf. Arno, die beide methodes heeft ervaren gaat voor mij op zoek naar een mantra, ik wil het wel eens proberen. Pas in Kreta ga ik aan de slag, en ik moet wel zeggen dat het mij wat gebracht heeft, meer rust en concentratie. Onze gastheer zei: 'maar doe ze niet door elkaar'. Nog een dogma. Waarom niet? Ik noem het overigens gewoon 'mediteren met een mantra' (mantra in dit verband is niet meer dan een klank, het heeft verder geen betekenis en fungeert alleen als punt voor focus van de aandacht, het kan net zo goed de ademhaling zijn).

Een klein appartementje met een gigantische tuin. Precies goed.
Arno probeert te werken
Ik vermaak me wel - mandala van materialen uit de omgeving
Prachtige omgeving. Vlakbij bevindt zich een wondermooi gebied behorend bij een kleine klooster. We zijn er twee keer geweest en de tweede keer hebben we ook een van de nonnen mogen spreken - een die bij uitzondering wel spreekt - zij vertelde over hun dagelijkse bestaan, over het koor en het prachtige aardewerk dat ze maken. Inspirerend vind ik dit.

Uitzicht vanaf Hararit

Naast genieten van de tuin, de ruimte, de stilte en de rust, wandelen we ook in de mooie omgeving en doen gelijk onze eerste poging om echt te gaan hiken, met oog op Griekenland. Onze route begint bij de ruïne van Yodfat en dan beklimmen we tot de top van de Atsmon berg. Niet echt een kleintje. Bij elkaar vier uur bezig.

Ik merk hoe erg ik nog uitgeput ben, maar beleef een kleine overwinning, een gevoel dat de rest van de reis bij me blijft:

Onze eerste hike, Arno is de gids
"...een berg beklommen, en weer merk ik de simpele werking van blootstelling, het is een soort natuurwet: ga datgene aan waar je tegenop ziet en het monster blijkt niet meer dan een moeilijkheid te zijn. Tijdens onze wandeltocht naar de Atsmon berg komt een zin in me op: moeilijkheden zijn er om te overwinnen. Cliches worden waarheden. Buiten adem geraakt. Even zitten, even niet-kunnen en dan toch verder, stiller, meer naar binnen gericht, mijn energie zuiniger gebruiken en... gehaald! Ja!"


Het meer van Galilee is een half uur rijden vanaf Hararit en we gaan er regelmatig heen. Buiten het seizoen is het bijna overal leeg - ja het is wel boven de 25 graden, maar oktober telt niet echt meer mee...
Het is wat mistig maar het water is overheerlijk en wij genieten van de ruimte.





Tot slot nog een repriese bezoek aan Jeruzalem - voor Arno - maar voor mij weer niet zo geslaagd. Ik vlucht weer, bijna letterlijk, met een zware migraine en de natte was. Nog even 'schuilen' bij de lieve vrienden in Tel Aviv - ik noem zulke vrienden 'mijn nieuwe karma', mensen die ik de laatste jaren heb leren kennen, die de lading niet dragen van mijn jeugd, mijn verleden.

Anderhalve nacht slapen, inpakken, voorbereiden, wat spullen achterlaten om mijn koffer iets te verlichten, en dan om twee uur 's nachts opstaan om vervolgens de vlucht naar Athene te pakken - in dit seizoen zijn er geen directe vluchten naar Kreta. Wij bevinden ons in een schemergebied 'buiten het seizoen' genaamd. Daar schijnen maar enkele zombies rond te spoken.

Zoals altijd heb ik wat moeite om Israel weer te verlaten. Ondanks alle moeilijkheden wil iets in mij altijd nog langer blijven. Ja, de mens wil altijd wat hij niet hebben kan. Maar toch, ik mocht van mijzelf zo lang blijven als ik wilde, en ik wilde weg. Dit keer mocht ik alles, ik had de tijd. De droom om ooit een half jaar of langer in Israel te blijven sprak mij, gezien de praktijk, toch niet aan. Reizen, andere plekken zien, dat wil ik!

Naar Griekenland dus met een open ticket en het vage plan om daarna naar Portugal of zuid Spanje door te reizen. In wezen ligt alles open. Plan zonder plan. Kan dat? We zullen het zien.

Volgend hoofdstuk
"Kreta, het volgende hoofdstuk in de reis, de reis door landen waar de lucht en de zee blauw zijn, de aarde bruin en de zon schijnt, de reis die wat mij betreft ook naar binnen leidt, de reis waarvan ik hoop mij anwoorden zal geven, ergens heen zal brengen, letterlijk en figuurlijk."

Lees binnenkort: Op een eiland


Prachtige strand te noorde van Tel Aviv, onthoud dit blouw en vergelijk....