Zoeken in deze blog

vrijdag 21 februari 2025

Beethoven

 

1970

Ik speel Beethoven en denk aan mijn grote broer. Mijn broer die tien jaar geleden overleed. Ik hoor hém spelen. Hij zit achter onze zwarte piano, de glanzende zachte Schimmel, de familiepiano die ons liefhad en ons allemaal aanvaardde precies zoals we waren. Deze piano staat nu hier, in mijn woonkamer.

Shuki, mijn broer - die tien jaar ouder was dan ik - was mij natuurlijk in alles voor. Hij speelde ingewikkelde klassieke stukken lang voordat ik dat kon, hij speelde ook Beatles op de gitaar lang voordat ik dat kon, hij begon met roken en blowen en werd rebels jaren voor mij. Hij was mijn levensgids.

En deze gids raakte de weg kwijt. Hoe moeilijk was het voor mij als jonger zusje dat haar jeugdheld aanbad – zijn wijsheid en talenten, zijn verfijnde bizarre humor, zijn glimlach; overigens de allermooiste ter wereld – om zijn verdwalen te aanvaarden. Hoe verraden voelde ik me toen hij zich verwijderde, hoeveel schuld voelde ik, hoeveel woede, hoeveel verdriet. Na zijn overlijden kwam de tragedie van zijn leven in volle omvang aan het licht. En opnieuw was er verdriet, en opnieuw schuld, en opnieuw…

Vorige maand, in de aanloop naar zijn tiende sterfdag, sprak ik een vroegere vriendin van hem – een van zijn vele exen met wie ik een bijzondere band had - en deelde mijn tegenstrijdige gevoelens. Vooral vroeg ik me af: hoe ga ik opnieuw om met deze oude-opnieuw opgekomen pijn? Alles rondom Shuki voelde als een massieve klomp pijn in mijn buik die maar niet wilde oplossen. De vriendin suggereerde een verzameling foto's en herinneringen te maken en die te delen met familie en vrienden. Zo konden ook anderen een bijdrage leveren en zou ik er misschien minder alleen in voelen. De klomp in mijn buik loste niet op maar ik begon aan de taak; ik hoopte dat deze methode mij de ruimte zou geven om mijn broer te herdenken en tegelijkertijd tegen de pijn zou beschermen.

De impact van het maken van de collectie verraste mij. In plaats van nachtmerries kwamen er ‘s nachts mooie beelden van Shuki in me op. Lieve, leuke Shuki; zes, zeven, acht jaar oud in Michigan, in de tuin, in de sneeuw, op het ijs, schaatsend, een bal gooiend, hoepels rollend langs zijn armen. Negen en tien jaar oude Shuki met een bril en een baby zusje. En ook latere foto's: achter de piano, op de bank, lachend naar een bekende, met mij, met onze ouders - afzonderlijk en heel soms samen. Zelfs als het hem moeite kostte om te lachen, zag ik plotseling zachtheid, zag ik zijn natuurlijke tederheid achter de moeilijkheden. En zo werd ik omhuld door warmte: de oude foto's, de momenten uit ons leven van vroeger, straalden deze uit.

Shuki als baby in Jeruzalem in de jaren vijftig, Shuki in Michigan in de jaren zestig, en weer terug in Jeruzalem in de jaren zeventig, op de middelbare school, in het leger, met mij op het balkon, in uniform, op een brommer, met een vriend, op de bruiloft van onze geliefde nicht, met oma en opa…

Iemand schreef mij over de fotoverzameling: "Je ziet een familie." Ik vond dat mooi. In plaats van zoals gewoonlijk vanbinnen in verzet te gaan en te denken: “Ja, maar er was helemaal geen familie, er was alleen pijn, verdeeldheid en frustratie”, dacht ik nu: “Misschien is dat toch waar”. Ik liet deze gedachte toe en toen ik opnieuw Beethoven speelde, voelde ik dat ook in mijn lijf.

--

Ik speel de Mondscheinsonate en hoor mijn broer het eerste bekende deel spelen: langzaam en geconcentreerd, doordrenkt met schoonheid. Dit deel hoorde altijd al bij hem, hij speelde het zo vaak. Wat mij nu verrast is dat wanneer ik de andere delen speel - het lieve middelste deel en het snelle, technische derde deel - ik dan ook een sterke connectie met hem voel. Én met mijn moeder.

Want ook onze moeder speelde en luisterde graag naar de pianosonates van Beethoven. Dit feit zorgde bij mij jarenlang voor een ambivalente houding tegenover die muziek. Er zat onbewust een onlosmakelijke verbinding tussen die muziek en mijn ouderlijk huis, dat huis waar mijn complexe jeugd zich heeft afgespeeld, waar ik mij steeds moest beschermen tegen emotionele onveiligheid. De emotionele Beethoven met zijn extreme ‘highs and lows’ symboliseerde voor mij misschien de ongrijpbare wereld om mij heen.

Maar de laatste jaren ben ik deze stukken opnieuw gaan verkennen en spelen. Door een ander perspectief te hebben gekregen op mijn jeugd, meer begrip en acceptatie, krijgt deze muziek ook een nieuwe lading. Ik ontdek dat delen die ik vroeger emotioneel ‘bij de volwassen wereld’ vond horen en bovendien technisch onmogelijk, nu relatief eenvoudig voor me zijn. Ik overwin de techniek, de muziek vloeit als vanzelf en ik sta versteld: waarom dacht ik toch altijd dat dit onmogelijk was? Op die momenten wordt de Beethoven van mijn broer en van mijn moeder juist een bron van intuïtieve kennis en zelfs van warmte. Ja, misschien zelfs van liefde en dankbaarheid jegens hen.


Nava Benyamini, februari 2025

Meer over onze piano kun je hier lezen.



dinsdag 7 januari 2025

Om antwoord te geven op jullie vragen

Hier zijn enkele vragen en opmerkingen die ik kreeg nadat ik mijn kennissen een “Shabbat Shalom” had gewenst. Dit gebeurde een dag na de confrontaties tussen heethoofden onder de vlag van steun aan Palestina en heethoofden onder de vlag van Maccabi Tel Aviv, die naar hartenlust door de straten van Amsterdam raasden. 


Ik heb in het Hebreeuws via mijn blog gereageerd. Hierbij de vertaling.


Vraag: “Hoe is het daar in Nederland met al die moslims?”


Mijn antwoord: Bedankt voor je interesse.; in mijn straat bijvoorbeeld wonen, naast Nederlanders en veel Oost-Europeanen, veel Turkse gastarbeiders van de eerste generatie uit de jaren ’70 en hun nakomelingen. Met hen heb ik een prima contact . Het zijn over het algemeen rustige, beleefde mensen die eenvoudig leven, hard werken en elke zomer naar Turkije reizen. Ik waardeer hun gemeenschapszin. Aan de andere kant hebben vooral de oudere vrouwen zich niet zo geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar wie stoort dat? Ze bakken koekjes en andere lekkernijen en delen die uit aan de buren. Soms brengen ze tomaten van een overvloedige oogst, of appels van de boom in de tuin. 


De afgelopen jaren zijn er enkele jonge gezinnen van Syrische vluchtelingen bijgekomen. Aardige mensen die niet klagen, wat opmerkelijk is gezien wat ze hebben meegemaakt. Af en toe help ik hun kinderen met het leren van de Nederlandse taal, of ze komen gewoon langs om piano te spelen (maar dat heeft niets te maken met land van herkomst).


Verder ondersteun ik al zeven jaar een Syrisch gezin. Echt geweldige mensen en een bijzondere, leerzame ervaring. Daarover heb ik eerder geschreven en is hier te lezen.


Vraag: “Voelen jullie je als blanke inwoners niet bedreigd door al die moslims?”


Mijn antwoord: Ik weet niet wie “jullie” zijn, dus ik zal antwoorden als “ik”: nee. In deze vraag hierboven zitten allerlei aannames verborgen die me doen huiveren. Wat betekent “al die moslims”? Ik ken ze niet allemaal. En “blanke inwoners” – nog meer kriebels. Moet ik echt uitleggen waarom?


Vraag: “Hoe zit het in Nederland met de anti-Israëlische houding?”


Mijn antwoord: Voor zover ik weet, steunt de populistische rechtse partij die hier aan de macht is – een groep xenofobe, homofobe klimaatontkenners met meer van de bekrompen opvattingen – niet alleen Trump, maar ook Israël. Goed gezelschap, toch?


Vraag: “Zijn er nieuwe moskeeën in Nederland?”


Mijn antwoord: Is dat een serieuze vraag? Ik heb geen idee.


Opmerking: “Ik haat de islam die Europa langzaam verovert.”


Mijn reactie: Sorry, maar dit keer doe ik niet mee met het slachtoffer festijn . Geniet ervan.


Opmerking: “Ik heb geen greintje medelijden met hen. Niet met hun verleden en niet met hun heden. Helemaal niets. Alleen met onze mensen. Wij, als Joden en Israëli’s.”


Mijn reactie: Alleen onszelf en “onze mensen” liefhebben is iets wat ik totaal niet begrijp. Ik heb nooit gehouden van het “wij”. Ik ben ervan overtuigd dat het gevaarlijk is om groepen over één kam te scheren, en dat we er alles aan moeten doen om de ander te zien en te begrijpen, vooral als die anders is dan wij. Ik realiseer me dat we allemaal, inclusief ikzelf, een natuurlijke neiging tot racisme en afkeer van het onbekende in ons dragen. Juist daarom probeer ik mensen als individuen te blijven zien en termen als “zij” en “wij” te vermijden.


En verder: geen medelijden? Het is natuurlijk makkelijker om alleen te houden van wie op je lijkt, maar wat is er gebeurd met mindfulness en de boeddhistische waarden die we geleerd hebben? Zoals acceptatie en non/harming ? Ben je vergeten dat haat een vuurbal is dat, zodra je het op iemand richt, ook jouzelf verbrandt?


Opmerking: “Ze haten ons, en nu beleven we weer de Kristallnacht.”


Mijn reactie: Israël moet, nu het volwassen is, beslissen wie ze wil zijn. Wil ze een moderne staat zijn, “een land zoals alle andere”, waar de Jood niet wordt gezien als afwijkend, maar met opgeheven hoofd en trots door het leven gaat? (Was dat niet de bedoeling van het zionisme?) Of wil ze een land zijn dat zichzelf definieert door het oude beeld van de gebogen, geslagen Jood en het antisemitisme van de vooroorlogse Oost-Europa?


@Israël: Je kunt niet beide tegelijkertijd zijn of van identiteit zomaar wisselen wanneer het je uitkomt. Je bent ofwel een moderne, welvarende staat met een sterk leger, ofwel een groep vervolgde Joden. Jij mag het zeggen.


-


Ik begrijp eerlijk gezegd niet zo goed hoe volwassen, hooggeschoolde mensen zulke vragen kunnen stellen en dergelijke opmerkingen kunnen maken. Hoe kan het toch dat er onder ons, of op z’n minst binnen mijn “verlichte” kennissenkring, geen algemene overeenstemming is over basiswaarden zoals menselijkheid en respect? 


En ja, natuurlijk zitten die er ook bij.  En anderen die mij gewoon Shabbat Shalom teruggewenste. 


-


Tot slot:

Een dag later leidde ik onze tweewekelijkse meditatieavond. Er waren drie nieuwe deelnemers: een moeder, een vader en hun volwassen dochter. Na de stilte, het zitten en het lopen, dronken we samen een kopje thee en wisselden de ervaring van de avond uit. Al snel bleek, zoals vaak, dat de meesten aan het begin van de avond  onrust hadden ervaren - iets wat meestal gaandeweg de meditatie tot bedaren komt. Wat mij verraste, was dat die onrust dit keer bij iedereen verband hield met de oorlog tussen Israël en de Palestijnen en uiteraard met de gebeurtenissen in Amsterdam vorige week. 


 Net als veel van mijn Nederlandse vrienden en kennissen, spraken zij hun afkeer uit over het mengen van het begrip antisemitisme met de huidige gebeurtenissen. Ze kennen de feiten van de Holocaust, steunden Israël in haar beginjaren, werkten in de jaren ’70 als vrijwilligers in kibboetsen, maar zijn geleidelijk gestopt met het geven van onvoorwaardelijke steun aan Israël. Ze veroordelen Israëls gedrag tegenover de Palestijnen, net zoals ze elk ander vorm van geweld veroordelen. Het zijn mensen die van vrede en van mensen houden.


-


Het enige dat we kunnen doen om de wereld enigszins te verbeteren, is compassie ontwikkelen. Naar onszelf en onze emoties kijken, daar wijs mee omgaan, de ander zien, en de universele menselijke overeenkomsten erkennen: we zijn allemaal levende wezens die voedsel, onderdak, water, lucht, liefde, begrip, aanraking, contact en communicatie nodig hebben. Als kind van de tweede generatie na de Holocaust heb ik me altijd afgevraagd: “wat zou ik hebben gedaan?” Daardoor voel ik de plicht om de waarheid onder ogen te zien - de vernedering en het moorden - en mijn stem te laten horen.


Ik blijf hopen en wensen, simpelweg omdat er niets anders te verlangen valt:


Dat er vrede mag zijn. 

Van binnen, van buiten, overal waar mogelijk.


Nava Benyamini © 12.11.2024 Dordrecht, Nederland

maandag 23 december 2024

Licht

 


 

Zo tegen het einde van het jaar, als het buiten steeds donkerder wordt, als het weer zo somber en grijs is, als het koud is en nat, als de wereld om ons heen soms gek lijkt geworden te zijn, in deze tijd zoek ik naar licht.

 

Het verbazingwekkende is het feit dat ik het ook vind. In tegenstelling tot eerdere jaren ben ik niet depressief. Ik voel mij niet leeg vanbinnen, niet alsof alles opnieuw instort. Natuurlijk ben ik moe, vaak slaperig, heb minder energie, dit hoort bij mij en ook bij deze tijd, en, wie heeft het nou niet? Maar mentaal sta ik overeind.

 

Ik voel mij dankbaar. Ik kan dingen doen die ik wil doen, ja, met vallen en opstaan, dat hoort bij het leven, want er is vallen en er is vallen. Als iemand die zeker 60 jaar lang behoorlijk diep kon zakken, als iemand bij wie ‘de donkere nacht van de ziel’ eindeloos leek te duren, ken ik het verschil.

 

Ik heb het nooit durven verwachten, dat ik zou helen. Iemand zei: je bent hersteld. Nee, zei ik, ik ben niet hersteld, ik ben geheeld. Herstellen veronderstelt dat je ooit heel was, dat er iets mis was gegaan dat nu weer in orde is. Maar ik ben nooit heel geweest. ik heb gefunctioneerd, dat wel, soms heel goed, soms heel slecht en vaak tussenin. Maar vanbinnen was ik kapot.

 

Als je geen veilige hechting kent, als je vanaf je geboorte niet gezien bent, dan kun je niet zomaar heel zijn. Heel zijn ben je bij de gratie van de liefde die je van je verzorgers krijgt, het gebeurt niet vanzelf. En wanneer het niet-gezien-worden zich gedurende je jeugd zich blijft herhalen, gaat het van kwaad tot erger. En wanneer aan de buitenkant iedereen doet alsof alles normaal is, dan leer je dat je eigen normale behoefte aan liefde en hechting, abnormaal is en ga je je er ook nog eens voor schamen.

 

Ik heb nooit durven hopen dat ik zou helen, maar het is gebeurd. En het betekent niet dat ik mijn tikjes niet meer heb, die heb ik volop en ik omarm ze, ze horen bij mij. Ze horen bij de kleine Nava die iets nodig had om veiligheid te creëren in een zeer onveilige wereld. En de kleine Nava mag er zijn. Ik heb geleerd van haar te houden en haar te geven wat ze nodig heeft. Ik, Nava de moeder, de gezonde volwassene, heb moeten leren er voor kleine Nava te zijn, want, er is niemand anders die dit kan.

 

Ja, de therapeuten. De fantastische mensen die mij zes jaar lang hebben begeleid bij dat prachtige centrum voor complexe trauma, waar ze begrijpen wat Tweede-generatie zijn betekent, waar ze wisten achter dat goed functioneren van mij te kijken en er doorheen te prikken. En het deed pijn, heel veel pijn. De pijn van kleine Nava was zo enorm groot. En de beschermers die zij moest ontwikkelen waren zo sterk, ze bleven maar weerstand bieden. Maar deze mensen wisten niet alleen hun vak op een hoog professionele wijze uit te oefenen - dat alleen zou niet genoeg zijn - nee, zij wisten dit met liefde te doen.

 

Ik ben zo enorm dankbaar. Ik voel mij zo rijk, zo’n geluksvogel. En ze zeggen, ja, terecht, dat ik ook heel hard heb gewerkt. Dat klopt, maar zonder hen was het niet gelukt. Je moet het samen doen.

 

In deze donkere tijd is mijn hart gevuld met dank, met licht, met liefde, met veel zin in wat er komen gaat. In mijn eigen leven waar zoveel moois nog kan ontstaan: mijn werk dat steeds meer vorm krijgt, het beoefenen en het begeleiden van yoga en meditatie, er zit verdieping in mijn pianospel. Dankbaar.

 

En dan mijn kinderen. Ja, ook daar is therapie nodig want zij moeten nog leren omgaan met deze ontwikkeling, met de veranderingen die hun moeder heeft doorgemaakt. Dankbaar ben ik dat mijn jongens hiervoor openstaan, dat ze met mij dit pad willen bewandelen. Zonder hen had ik die weg ook niet kunnen afleggen, al leek het lange periodes alsof ik voor niemand ruimte had, alsof ik alleen met mijzelf bezig was. Maar in mijn interne agenda stond altijd – altijd! – ‘ik doe dit voor de kinderen’. Ik ben het ze schuldig. Ik heb ze op de wereld gezet en zij verdienen evengoed de heling, wij verdienen het, samen.

 

 Dankbaar voor mijn lief die altijd naast mij blijft staan.


En de wereld? Tja, de mensheid ga ik niet meer redden, bij deze mijn excuus. Maar in mijn kleine kring probeer ik zo goed mogelijk warmte en licht te verspreiden.

 

 

 

Nava Benyamini © december 2024

 

 

zaterdag 21 oktober 2023

Wat wilde ik ook al weer?

 


22 oktober 2023

 

Een paar weken terug, voordat de laatste oorlog in Israël begon, zat ik op een middag aan mijn tafel en vroeg mij af: “wat wilde ik ook al weer gaan doen”? Ja, met dit soort dingen hield ik mij bezig voor de oorlog: werk, studie, ontwikkeling.

 

Wat wilde ik ook al weer gaan doen?

 

Ik zag mijzelf in een kamertje zitten, entourage was toen centrum ’45 in Oegstgeest, waar ik zelf op dat moment zes jaar van diepgaande therapie aan het afronden was.

 

Gedurende die jaren ben ik mijn leven gaan begrijpen. Ik heb veel onderzoek gedaan naar alle families die mijn bestaan hebben veroorzaakt en bepaald. Ik kwam veel verdriet tegen. Ik kwam geheimen tegen. Maar ook vreugde en wijsheid. Er is een verhaal ontstaan. Dit verhaal ben ik aan het opschrijven.

 

Ik kan zeggen dat ik mijn verhaal nu ken, dat ik het omarmd heb en dat ik mij nu heel voel. Geheimen zijn onthuld, over het verlies gehuild, blij als een kind geweest met gevonden puzzelstukjes en hervonden familieleden. Ik heb de geschiedenis van mijn familie met beide armen vastgepakt. Ik zei: dit is van mij. Ik zei tegen mijn overleden ouders: jullie hebben zoveel willen verbergen, jullie konden niet anders, maar nu weet ik het allemaal. Ik heb recht op jullie niet vertelde verhalen, ik heb recht om te rouwen om jullie familieleden, want het zijn ook mijn familieleden en het is ook mijn verhaal.

 

Zonder geschiedenis geen heden. Letterlijk. Ik voelde mij heel mijn leven van binnen leeg. Het zwijgen en het verzwijgen van de generatie van mijn ouders en grootouders hebben een gat in mij geslagen. Ze bedoelden het goed, ze konden niet anders. Een generatie van kinderen met een gapend gat in hun binnenste was het gevolg.

 

En nu? Ik schrijf aan mijn boek. In mijn hoofd is het af, ik heb alle gegevens, alle foto’s en documenten en ook veel tekst. Deel één – de kant van mijn moedersmoeder - is zo goed als af. Deel twee – de kant van mijn moedersvader - is aardig richting afronding. Ik moet nog moed verzamelen om aan de kant van mijn vader te beginnen. Het ligt er, doe het nou gewoon.

 

Dan had ik nog een broer. En nu ik mij sterker voel, wil ik daar ook iets mee. Op een avond zat ik tussen zijn papieren te wroeten, ik kwam een zakje tegen met verscheurde briefjes en foto’s. Waarom heeft hij ze verscheurd? En waarom heeft hij de snippers bewaard? Het zoveelste raadsel om mijn eigenaardig grote broer. Zijn verhaal bloedt nog levend in mij, ik voel de pijn weer wanneer ik dit schrijf.

 

Maar op dat moment dacht ik sterk genoeg te zijn om ermee te dealen. Het was Yom Kipoer, Grote Verzoendag.  Precies vijftig jaar sinds de oorlog en het nationale trauma die deze teweeg bracht; de Israëlische publieke omroep, waar ik regelmatig naar kijk, zat rond die tijd vol met documentaires en verhalen van soldaten en weesouders en over heldendaden en doodsangst. Ook mijn broer vocht in die oorlog en als ik het goed heb begrepen, stapelde zich weer een nare ervaring in zijn al niet erg stabiele leven.

 

Ik dacht aan mijn broer, ik keek naar de papiertjes die in het zakje zaten en kon het ineens niet laten om ze bij elkaar te zoeken. Zo moeilijk was het eigenlijk niet: hij verscheurde ze heel schoon, zo rats, in tweeën – ik kon hem het bijna zien en horen doen – en hop, het volgende briefje. Ik heb met plakband de bij elkaar gezochte stukjes aan elkaar geplakt. Er kwam een bonte verzameling tevoorschijn: briefjes met genummerde popliedjestitels, waaronder een met de naam van zijn beste vriend. Het kon niet anders zijn dan dat deze briefjes nog uit zijn middelbare schoolperiode kwamen. Een aantal pasfotootjes van klasgenoten met hun naam en een woordje ter herinnering op de achterkant. En, dit vond ik heftig, een brochure ter nagedachtenis aan zijn goede vriend Avichai die in de Yom Kipoer oorlog sneuvelde. Waarom verscheurde hij die?

 

In mijn hoofd zei ik: “dacht je dat jíj́ gek was? Nou, we komen uit hetzelfde nest, ik ben het ook. Jij verscheurde die dingen en ik herstel ze”.

 

De dag erna heb ik alles weer in dozen gedaan. Ook foto’s, dagboeken en brieven van mijn moeder die ik in een vlaag van overmoed tevoorschijn had gehaald, borg ik weer op. Het was mij te veel. Ik zoek naar een weg. De pijn, het verleden, ze zijn van mij, ik kan niet zonder ze. Het gat is gedicht en nu draag ik het allemaal in mij. Maar, ik ben ook ik, Nava, een volwassen vrouw die in Nederland woont en moeder is en partner, en oma. Ik speel piano en ik teken en ik maak mijn straat schoon en groen. Die balans tussen heden en verleden houdt mij bezig, daar ben ik naar op zoek. Het ene kan niet zonder het andere.

 

En toen ik aan het opruimen was dacht ik aan een gedicht dat ik schreef over een ander gedicht en hoe, wanneer ik iets schrijf, het mij ook later weer dient. Ik noteer het hieronder:

 

Pandora https://parallelschrijven.blogspot.com/2017/11/pandora.html

 

Gisteren spiekte ik even

In mijn doos van Pandora

En zag een wonderbaarlijke weerspiegeling:

Een doos in een doos in een doos in een doos.

 

Op een briefje, geschreven door mijn moeder

Stond een gedicht in het Jiddisch

Met de volgende boodschap:

‘Toen ik vertrok om een blik te werpen

op vroegere tijden, ben ik vergeten

een markering bij de brug achter te laten

en ben ik toen de weg terug verloren.’

 

Ik las het en herlas het

En las ook mijn eigen poging tot het vertalen ervan

Die 23 jaar geleden is gemaakt

Toen ik een beetje Jiddisch wilde leren

En las toen ook haar eigen vertaling

En haar verheldering en correcties.

 

Ik las ook onze correspondentie,

Over Jiddisch en over Sholem Aleichem*

En ook over ditjes en datjes,

Over de kinderen etc.

 

Al deze paperassen zaten verborgen

In het Jiddisch-Hebreeuws woordenboek

Dat ik ten behoeve van die onderneming

Van haar toen te leen kreeg.

 

En nu dacht ik aan mijn moeder

En aan deze tekst die ze mij stuurde

En aan waarom ze juist die tekst koos

En ik begreep ineens dat het wel zeker zo moet zijn

Dat zijzelf, net als deze dichteres,

Zo vaak in vroegere tijden verdwaalde

Dat zijzelf ook vaak de weg terug kwijt was.

 

Zo zat ik daar

Te lezen en te herlezen

Te denken en te mijmeren

Om vervolgens te ontdekken

Dat inderdaad ook ik

Weer voor even

De weg terug

Kwijt was.

 

·      Belangrijke Jiddisch schrijver

 

© Nava Benyamini 2018

 

Maar, wat wilde ik ook alweer gaan doen?

 

Ik zat tegenover iemand die met een verhaal zat. Zij kwam niet helemaal uit haar woorden, ze druppelden er mondjesmaat uit. Ik kon goed luisteren. Ik kon haar pijn voelen, ik kon haar moeite begrijpen. En zo kon ik haar helpen de woorden te zoeken, de moed te vinden om ze uit te spreken.

 

Het was een mooi beeld. Ik wist zeker dat ik dit zou kunnen, ik wilde ervoor gaan. Het plaatje heb ik later verplaatst naar Dordrecht, naar een mooie praktijk waar ik in alle rust met iemand kan zitten, spreken, zwijgen, zoeken, vinden. ‘Jouw verhaal’ wil ik schrijven, jou helpen vertellen. Maar kan ik het?

 

Dat wilde ik dus ook al weer gaan doen. Dat hoop ik te kunnen doen. Dat hoop ik te kunnen, dat wens ik. Daar groei ik naar toe. Dat zal blijken. Dit verhaal is nog niet af.

 

Nava Benyamini © oktober 2023

zaterdag 14 oktober 2023

Geen woorden

 


 

 

Het is oorlog in mijn land. Mijn land Israël. Het is rustig in mijn land. Mijn land Nederland. Het is oorlog in mijn hoofd, het is oorlog in mijn hart. Het is vrede in mijn huis, mijn straat, mijn stad. Het is vrede in Dordrecht. Zondag, herfst, de zon schijnt en de bomen verkleuren.

 

Het is oorlog in mijn land. Mijn land Israël. Mijn vrienden zijn in oorlog met zichzelf en onderling, mijn vrienden in Israël. Mijn vrienden in Nederland zijn een stuk kalmer, ingehouden, relativerend.

 

Mijn vrienden in Israël overspoelen mij met allerlei boodschappen. Er is wanhoop, er is angst, er is paniek en verdriet en ook boosheid en haat. Mijn hart huilt voor de slachtoffers, ik begrijp wanhoop en verdriet. Mijn hart klopt sneller met de paniek en de angst, ik ken angst.

 

Mijn hart breekt door de haat. De haat die een groepering als Hamas koestert, een verwoestende, ongenuanceerde haat. De haat van het extreemrechts in Israël, hun haat jegens Arabieren, moslims en met name deze die in Israël en Palestina wonen.

 

Mijn hart breekt door de haat. De haat tussen rechts en links in Israël. Het onbegrip, het elkaar de schuld geven, de ander niet willen zien als mens.

Mijn hart breekt door de haat. De haat die sommige vrienden op de wereld projecteren. Ze zeggen: “Als jullie niet zien dat wij gelijk hebben, dat wij de echte slachtoffers zijn, dat het leed van het joodse volk altijd boven alles staat, dan zijn jullie onwetend en dom. Dan haten wij jullie.”

Mijn hart breekt door de haat die een vriendin uitte na de verschrikkelijke aanslagen van Hamas in de kibboetsiem vlakbij Gaza. Ze schreef: “Op dit moment kan ik geen compassie opbrengen voor de andere kant.” Met deze zelfreflectie kon ik nog enigszins leven. Maar ze vervolgde: “Nu weet de wereld met welke monsters wij te maken hebben, er is geen gesprek mogelijk; niet met Hamas, niet met de Islamitische Jihad, niet met Hezbollah… op dit moment haat ik alle moslims.”  Op mijn vraag, hoe ze tot die conclusie kwam, vroeg ze terug: “Wat valt er niet te begrijpen? Ik denk nu alleen aan ons en de onzen.”

Bij mijn vredelievende Syrische vriendin kwam opeens een preek tevoorschijn van een of andere imam. Ik versta hem niet, maar die toon beangstigt mij. Ik vroeg aan haar wat hij zei en zij antwoordde: “hij vertelt over kinderen”, in Gaza? vroeg ik, “ja, in Gaza” schreef ze terug. Hartje, traan.

Ik stuur ook naar mijn Arabische  vrienden berichten van hoop, liefde, troost en vrede. Ik weet geen raad met mijzelf en de situatie. Ik, de wereldverbeteraar, snak naar harmonie, naar compassie voor iedereen. Mijn mensvisie die elke mens wil zien, erkennen, waarderen, laten zijn, kan nu nergens heling brengen.

Mijn hart brak zo vaak de afgelopen week dat ik nu alleen maar stil wil zijn. Ik weet niets meer te zeggen, alle woorden schieten tekort. Ik houd mijn gebroken hart met beide handen vast, ik huil van binnen. Ik begrijp het niet meer, laat me alleen maar voelen. Er is iets kapot.

woensdag 26 oktober 2022

Net als Alen

 


In april 2021 kreeg ik via een vriendin te horen dat Alen mij zocht. Ik was stomverbaasd. Veertig jaar heb ik niks van of over hem vernomen, ik ging er al vanuit dat hij niet meer in leven was. Gezien zijn excessieve drugsgebruik en lastige leefsituatie en geschiedenis was die gedachten zo gek niet. En toch, hij bleek te leven en hij had zelfs Facebook! En ik heb al de jaren gezocht. Blijkbaar wilde hij nu wel gevonden worden, onder zijn foto, met zijn vertrouwde ondeugende blik stond: vader, echtgenoot, kok. Wat werd ik blij van deze drie woorden: hij leeft, hij is getrouwd, hij heeft kinderen en werkt zelfs als kok, een passie die hij altijd al had!

Maar hij belde met slecht nieuws: 4 jaar eerder is een agressieve vorm van kanker bij hem ontdekt, hij had al talloze behandelingen achter de rug en op dat moment was de ziekte redelijk rustig. In het licht van de confrontatie met zijn onsterfelijkheid nam hij zich voor om mensen op te zoeken die veel voor hem hebben betekend, onze gezamenlijke vriendin en ik waren zulke mensen voor hem.

Ik was zeer ontroerd door deze hernieuwde ontmoeting. Alen was ingewikkeld, zeker, en wij waren erg jong in de tijd waarin we een relatie hadden, een volwassene relatie was het dus zeker niet, maar hij bleef al de jaren wel in mijn hart, als een jong broertje, lotgenoot, vriendje. We begonnen regelmatig te bellen, verhalen uit te wisselen over relaties, huwelijken, kinderen, werk. Ik kreeg een complex beeld van zijn leven, aan de ene kant vol passie en liefde, aan de andere kant, veel donker, conflict en heftigheid.

Hij bleef het jonge broertje, hij had mij nodig en ik was blij er nogmaals voor hem te zijn. Ja, soms werd ik moe van hem of raakte ik gefrustreerd, dan kon hij mijn feedback goed ontvangen, je hebt gelijk, ik weet het, ik waardeer jouw eerlijkheid. Heel intiem, dichtbij, bekend, vertrouwd. Ik heb altijd gezegd dat Alen = ik in het kwadraat. Zeer gecompliceerd, gaat door het leven met een superzware rugzak en tegelijkertijd, vol leven, creativiteit en liefde.

Op een gegeven moment vroeg hij mij zijn levensverhaal te lezen, hij was ermee bezig als onderdeel van zijn therapie en als zowel afscheid als naslag voor zijn kinderen die blijkbaar niet alles over zijn verleden wisten. Hij had iemand nodig die zijn schrijven enigszins zou ‘oppoetsen’, zijn Hebreeuws was rauw en niet zonder fouten. Ik had hem aangeboden om dit te doen, zo kon ik hem een cadeau geven en zodoende mijn eigen cirkel met hem afsluiten.

Toen we klaar waren schreef ik er een bijlage bij over wat Alen voor mij betekent. Dit stuk vertaal ik hieronder.

-

Net als Alen was ik ook een verdwaald kind. We kwamen elkaar tegen rond onze omzwervingen in de Sinai, een plek die voor ons beiden – los van elkaar – een ruimte werd waar we adem konden halen, een plek van troost en houvast. Fysiek ontmoetten wij elkaar in Dahab in 1982 tijdens de evacuatie uit de Sinai – precies zoals Alen schrijft, werden alle nog aanwezige Israëliërs én toeristen in heel de Sinai door soldaten op vrachtwagens gezet en naar de grens gebracht als onderdeel van het vredesakkoord met Egypte. Ook ik met een aantal vrienden en ook alen zaten erbij. Later hebben wij een periode samengebracht, als vriendje en vriendinnetje.

Ik was twintig en net klaar met mijn zogeheten legerdienst. Alen zei dat hij achttien was, later bleek dat hij nog maar zestien jaar oud was, maar zijn doen en laten waren niet van een middelbare scholier, en dat klopte, ook hij ontvluchte school.

Lezend in het verhaal van Alen word ik sterk ingezogen, terug naar die periode, een bitterzoete ervaring. Alen was voor mij in die tijd een bron van troost, als een jong broertje, met zoveel gelijkenis tussen ons: in de gevoeligheid, de talenten, de sterke wil om te leven en te scheppen en in het diepe gevoel van verlating en eenzaamheid. We klampten ons aan elkaar vast en hadden een mooie en ook gekke tijd samen. Omdat twee drenkelingen geen kans van overleving hebben samen, gingen we naar een tijd een eigen weg. Na een aantal jaar ben ik weggegaan uit Israël, heb mijn leven in Nederland opgebouwd en Alen verdween uit mijn leven. Wat overbleef waren mooie en bizarre herinneringen en veel vragen.

Onze relatie eindigde rond 1983 en we hielden contact nog hooguit 2 jaar daarna. Ik heb hem sinds toen niet meer gezien totdat hij in 2021 zijn hand naar mij uitreikte en ik pakte die meteen vast. Alsof er geen veertig jaar tussen zaten werd het contact meteen vanzelfsprekend. De blijheid en de opwinding van het hernieuwde contact hebben in de eerste periode de drijfveer ervan overschaduwd, de ziekte. Ik was me niet bewust van hoeveel moois en liefs had in mij had achtergelaten. Ik kreeg een cadeau.

Ik heb veel bewondering voor Alen, mijn verloren vriendje. Zoveel scenario’s hebben al die jaren door mijn hoofd gespookt: Alen als zwerver langs de weg, Alen als verslaafde die allang overleden is aan een overdosis... Maar ook, misschien, een muzikant, een drummer zoals hij wilde zijn en probeerde te worden? Het internet hielp me nauwelijks. In de jaren negentig werd hij vermeld als drummer bij één nummer en dat was het. Alsof hij van de aardbodem verdwenen was. Ik gaf het op.

En plots duikt hij op, helemaal zichzelf, met een ondeugende glimlach en op Facebook profile staat: ‘Vader, echtgenoot, kok.’ Wat een vreugde! Hij leeft! En niet alleen dat, hij is een echtgenoot en een vader! Én kok... Tegelijkertijd kwam het slechte nieuws: Alen is terminaal ziek. In die periode, na twee jaar zware behandelingen, leek de ziekte even tot rust gekomen en Alen greep het leven met beide handen aan. Hij probeerde wat op te bouwen, te herstellen, dingen goed te maken, cirkels af te sluiten en iets goeds achter te laten.

Sindsdien hebben we vrij intensief contact, natuurlijk alleen digitaal vanwege de afstand en de corona, maar het gevoel van nabijheid is sterk. Ik ben onder de indruk van Alens capaciteiten, van zijn vastberadenheid om niet op te geven. Met ups en downs, midden in zijn ziekte en ondanks moeilijke omstandigheden, gaat hij door. Hij zoekt verbinding, vraagt om hulp, probeert te werken, speelt weer muziek, zorgt voor een goede relatie met zijn oudere kinderen en staat klaar voor zijn jongste, wat er ook gebeurt. Trouw, met eindeloas veel liefde, zelfs wanneer hij aan het aftakelen is.

Recentelijk heeft de ziekte weer de kop opgestoken. Hoe dankbaar ben ik voor de pauze die er was. En wat goed dat hij contact heeft gezocht, mij in zijn leven heeft toegelaten, zijn twijfels met mij heeft gedeeld en mij de taak heeft toevertrouwd zijn verhaal op papier te zetten. Ik kan me geen geschiktere manier voorstellen om onze band af te sluiten. De afstand laat me niet toe zijn hand vast te houden, hem tegen me aan te drukken, en misschien is dat ook niet mijn plaats. Maar als schrijver kan ik hem helpen zijn verhaal te delen, en tegelijkertijd een hoofdstuk in mijn eigen leven afsluiten dat open bleef en nu zijn bestemming heeft gevonden.

Dank je, Alen. Ik hou zoveel van je. Het idee van een definitief afscheid is ondraaglijk. Voor nu ben je hier, en het verdriet stel ik uit tot later.

 

 

Nava Benyamini november 2021 – oktober 2022

 

 

dinsdag 3 mei 2022

Het nieuws van vandaag

 


Het nieuws van vandaag

Vandaag was er geen oorlog in Dordrecht. De zon scheen en schijnt vooralsnog.De atmosfeer is redelijk rustig, er zijn vogels te horen en wat klus geluiden van de omwonenden.

Gisteren heeft een kat een muis gevangen in een van de tuinen. Hij heeft er een tijdje mee gespeeld en daarna met smaak verorberd. De gedachte om de muis te laten liggen en zo te zorgen voor een natuurlijke kringloop en meer biodiversiteit, komt overeen met een gepubliceerd artikel over het laten liggen van dode walvissen die aan land spoelen. Onderzoekers hebben ontdekt dat het kadaver voor bodemverrijking en meer biodiversiteit zorgt qua Insecten, vogels enzovoort.

Sommige bewoners van Dordrecht gebruiken tegenwoordig het overschot aan douche water dat ontstaat tijdens het wachten op het warme water, om de kamerplanten mee te bewateren.

Het is weer een uur verder op deze woensdag 4 mei 2022 en de atmosfeer is nog steeds kalm. Het is vandaag dode herdenking. Wat verder weg vallen nog steeds veel doden. Dit was het nieuws.

 

  4 mei 2022  © Nava Benyamini