Zoeken in deze blog

woensdag 26 oktober 2022

Net als Alen

 


In april 2021 kreeg ik via een vriendin te horen dat Alen mij zocht. Ik was stomverbaasd. Veertig jaar heb ik niks van of over hem vernomen, ik ging er al vanuit dat hij niet meer in leven was. Gezien zijn excessieve drugsgebruik en lastige leefsituatie en geschiedenis was die gedachten zo gek niet. En toch, hij bleek te leven en hij had zelfs Facebook! En ik heb al de jaren gezocht. Blijkbaar wilde hij nu wel gevonden worden, onder zijn foto, met zijn vertrouwde ondeugende blik stond: vader, echtgenoot, kok. Wat werd ik blij van deze drie woorden: hij leeft, hij is getrouwd, hij heeft kinderen en werkt zelfs als kok, een passie die hij altijd al had!

Maar hij belde met slecht nieuws: 4 jaar eerder is een agressieve vorm van kanker bij hem ontdekt, hij had al talloze behandelingen achter de rug en op dat moment was de ziekte redelijk rustig. In het licht van de confrontatie met zijn onsterfelijkheid nam hij zich voor om mensen op te zoeken die veel voor hem hebben betekend, onze gezamenlijke vriendin en ik waren zulke mensen voor hem.

Ik was zeer ontroerd door deze hernieuwde ontmoeting. Alen was ingewikkeld, zeker, en wij waren erg jong in de tijd waarin we een relatie hadden, een volwassene relatie was het dus zeker niet, maar hij bleef al de jaren wel in mijn hart, als een jong broertje, lotgenoot, vriendje. We begonnen regelmatig te bellen, verhalen uit te wisselen over relaties, huwelijken, kinderen, werk. Ik kreeg een complex beeld van zijn leven, aan de ene kant vol passie en liefde, aan de andere kant, veel donker, conflict en heftigheid.

Hij bleef het jonge broertje, hij had mij nodig en ik was blij er nogmaals voor hem te zijn. Ja, soms werd ik moe van hem of raakte ik gefrustreerd, dan kon hij mijn feedback goed ontvangen, je hebt gelijk, ik weet het, ik waardeer jouw eerlijkheid. Heel intiem, dichtbij, bekend, vertrouwd. Ik heb altijd gezegd dat Alen = ik in het kwadraat. Zeer gecompliceerd, gaat door het leven met een superzware rugzak en tegelijkertijd, vol leven, creativiteit en liefde.

Op een gegeven moment vroeg hij mij zijn levensverhaal te lezen, hij was ermee bezig als onderdeel van zijn therapie en als zowel afscheid als naslag voor zijn kinderen die blijkbaar niet alles over zijn verleden wisten. Hij had iemand nodig die zijn schrijven enigszins zou ‘oppoetsen’, zijn Hebreeuws was rauw en niet zonder fouten. Ik had hem aangeboden om dit te doen, zo kon ik hem een cadeau geven en zodoende mijn eigen cirkel met hem afsluiten.

Toen we klaar waren schreef ik er een bijlage bij over wat Alen voor mij betekent. Dit stuk vertaal ik hieronder.

-

Net als Alen was ik ook een verdwaald kind. We kwamen elkaar tegen rond onze omzwervingen in de Sinai, een plek die voor ons beiden – los van elkaar – een ruimte werd waar we adem konden halen, een plek van troost en houvast. Fysiek ontmoetten wij elkaar in Dahab in 1982 tijdens de evacuatie uit de Sinai – precies zoals Alen schrijft, werden alle nog aanwezige Israëliërs én toeristen in heel de Sinai door soldaten op vrachtwagens gezet en naar de grens gebracht als onderdeel van het vredesakkoord met Egypte. Ook ik met een aantal vrienden en ook alen zaten erbij. Later hebben wij een periode samengebracht, als vriendje en vriendinnetje.

Ik was twintig en net klaar met mijn zogeheten legerdienst. Alen zei dat hij achttien was, later bleek dat hij nog maar zestien jaar oud was, maar zijn doen en laten waren niet van een middelbare scholier, en dat klopte, ook hij ontvluchte school.

Lezend in het verhaal van Alen word ik sterk ingezogen, terug naar die periode, een bitterzoete ervaring. Alen was voor mij in die tijd een bron van troost, als een jong broertje, met zoveel gelijkenis tussen ons: in de gevoeligheid, de talenten, de sterke wil om te leven en te scheppen en in het diepe gevoel van verlating en eenzaamheid. We klampten ons aan elkaar vast en hadden een mooie en ook gekke tijd samen. Omdat twee drenkelingen geen kans van overleving hebben samen, gingen we naar een tijd een eigen weg. Na een aantal jaar ben ik weggegaan uit Israël, heb mijn leven in Nederland opgebouwd en Alen verdween uit mijn leven. Wat overbleef waren mooie en bizarre herinneringen en veel vragen.

Onze relatie eindigde rond 1983 en we hielden contact nog hooguit 2 jaar daarna. Ik heb hem sinds toen niet meer gezien totdat hij in 2021 zijn hand naar mij uitreikte en ik pakte die meteen vast. Alsof er geen veertig jaar tussen zaten werd het contact meteen vanzelfsprekend. De blijheid en de opwinding van het hernieuwde contact hebben in de eerste periode de drijfveer ervan overschaduwd, de ziekte. Ik was me niet bewust van hoeveel moois en liefs had in mij had achtergelaten. Ik kreeg een cadeau.

Ik heb veel bewondering voor Alen, mijn verloren vriendje. Zoveel scenario’s hebben al die jaren door mijn hoofd gespookt: Alen als zwerver langs de weg, Alen als verslaafde die allang overleden is aan een overdosis... Maar ook, misschien, een muzikant, een drummer zoals hij wilde zijn en probeerde te worden? Het internet hielp me nauwelijks. In de jaren negentig werd hij vermeld als drummer bij één nummer en dat was het. Alsof hij van de aardbodem verdwenen was. Ik gaf het op.

En plots duikt hij op, helemaal zichzelf, met een ondeugende glimlach en op Facebook profile staat: ‘Vader, echtgenoot, kok.’ Wat een vreugde! Hij leeft! En niet alleen dat, hij is een echtgenoot en een vader! Én kok... Tegelijkertijd kwam het slechte nieuws: Alen is terminaal ziek. In die periode, na twee jaar zware behandelingen, leek de ziekte even tot rust gekomen en Alen greep het leven met beide handen aan. Hij probeerde wat op te bouwen, te herstellen, dingen goed te maken, cirkels af te sluiten en iets goeds achter te laten.

Sindsdien hebben we vrij intensief contact, natuurlijk alleen digitaal vanwege de afstand en de corona, maar het gevoel van nabijheid is sterk. Ik ben onder de indruk van Alens capaciteiten, van zijn vastberadenheid om niet op te geven. Met ups en downs, midden in zijn ziekte en ondanks moeilijke omstandigheden, gaat hij door. Hij zoekt verbinding, vraagt om hulp, probeert te werken, speelt weer muziek, zorgt voor een goede relatie met zijn oudere kinderen en staat klaar voor zijn jongste, wat er ook gebeurt. Trouw, met eindeloas veel liefde, zelfs wanneer hij aan het aftakelen is.

Recentelijk heeft de ziekte weer de kop opgestoken. Hoe dankbaar ben ik voor de pauze die er was. En wat goed dat hij contact heeft gezocht, mij in zijn leven heeft toegelaten, zijn twijfels met mij heeft gedeeld en mij de taak heeft toevertrouwd zijn verhaal op papier te zetten. Ik kan me geen geschiktere manier voorstellen om onze band af te sluiten. De afstand laat me niet toe zijn hand vast te houden, hem tegen me aan te drukken, en misschien is dat ook niet mijn plaats. Maar als schrijver kan ik hem helpen zijn verhaal te delen, en tegelijkertijd een hoofdstuk in mijn eigen leven afsluiten dat open bleef en nu zijn bestemming heeft gevonden.

Dank je, Alen. Ik hou zoveel van je. Het idee van een definitief afscheid is ondraaglijk. Voor nu ben je hier, en het verdriet stel ik uit tot later.

 

 

Nava Benyamini november 2021 – oktober 2022

 

 

dinsdag 3 mei 2022

Het nieuws van vandaag

 


Het nieuws van vandaag

 

Vandaag was er geen oorlog in Dordrecht. De zon scheen en schijnt vooralsnog. De atmosfeer is redelijk rustig, er zijn vogels te horen en wat klusgeluiden van de omwonenden

 

Gisteren heeft een kat een muis gevangen in een van de tuinen. Hij heeft er een tijdje mee gespeeld en daarna met smaak verorberd. De gedachte om de muis te laten liggen en zo te zorgen voor een natuurlijke kringloop en meer biodiversiteit, komt overeen met een gepubliceerd artikel over het laten liggen van dode walvissen die aan land spoelen. Onderzoekers hebben ontdekt dat het kadaver voor bodemverrijking en meer biodiversiteit zorgt qua insecten, vogels enzovoort

.

 

Sommige bewoners van Dordrecht gebruiken tegenwoordig het overschot aan douchewater dat ontstaat tijdens het wachten op het warme water om de kamerplanten mee te bewateren

.

 

Het is weer een uur verder op deze woensdag 4 mei 2022 en de atmosfeer is nog steeds kalm. Het is vandaag dodenherdenking. Wat verder weg vallen nog steeds veel doden. Dit was het nieuws

.

 

 

  4 mei 2022  © Nava Benyamini

 

zondag 26 september 2021

MARIA MARIA MARIA

 

We komen het theater binnen, er is rust en ruimte, ik zeg tegen Arno, ik blijf hier vandaag…In de zaal, na het gepuzzel van 2 vol, 2 leeg, 2e rij… zitten we. Ik voel me goed, de lucht voelt goed, dat scheelt bij mij al zo veel.

Ik schrijf niet per se op chronologische volgorde, gewoon mijn indrukken, momenten die zijn bijgebleven, beelden en gedachten die er borrelen.

 Bien staat voor. Alles aan haar is mooi. Haar vrouwelijke vormen in de spijkerbroek, ze lijkt ontspannen, gefocust, helemaal daar. Haar witte bloes maakt haar een heilige, maar haar spijkerbroek maakt haar een vrouw van nu. Het mooie wit-maar-niet-spierwitte licht schijnt op haar, als vanzelf, dit hoort zo. Ze straalt zonder haar menselijkheid te verliezen.

Alles op het toneel geeft mij rust, omringt mij met warmte. Alles klopt. Er is een flow van dingen die in elkaar overvloeien, de ongelooflijke stemkwaliteit van de zanger, zachtheid om gegoten in precisie, en weer die rust, die kalmte, het is vertrouwd, het is goed. (Ik merk dat ik dan denk: ‘het voelt zo goed, ik hoop zo dat deze warme bubbel niet gaat barsten’, en dan ook: ‘en wat dan nog...?’)

Bien spreekt. Elk lettergreep is een uitgemeten schakel binnen een kunstwerk. Alles, maar ook alles klopt. Bien is inderdaad een spreek artiest, ze bouwt werelden met haar vertellen. Dat vertellen bestaat uit woorden met betekenis, uit hele fijne intonatie nuances, uit woorden en zinnen die soms over elkaar heen rollen, bollen, struikelen, vallen en weer opstaan, uit het door elkaar gooien van inhoud. Ik zie de beelden die ze uitspreekt helder voor mij, met drie zinnen zijn we weer duizend jaar verder in de geschiedenis, en dan weer rollen, of hollen, of neerstrijken ergens in een ander werelddeel.

De bevalling is daar een voorbeeld van, alle tegenstrijdige emoties die door haar heen gaan racen met en door elkaar. En dan haar lichaam die de woorden vormt, of zich laat vormen door de woorden, beweegt op een wonderlijke en exacte manier mee, of andersom. De zang-gil-spraak is zo prachtig, niks engs aan, alleen maar waar. Even hoor ik Björk door de hoge tonen en de bizarre harmonie.

Alle andere elementen in het stuk zijn wezen net zo betoverend. De muzikanten, de zanger, de muziek zelf met al haar stijlen en schakeren die in elkaar overlopen en elkaar volmaakt aanvullen. Ook ieder muzikant is apart te bewonderen. Alleen maar lof. De blazers die zelf zo zingen, de percussie, toetsen, gitaar, viool, alles klopt in deze magische klankwereld. Het is soms wrang, maar hoe kan dat dan dat het allemaal toch goed voelt? Misschien heb ik gewoon een goeie dag met heldere filters, dat kan de betovering zeker wat omhoog schroeven, maar dat de kwaliteit erg hoog is, daar twijfel ik niet aan.

 Enige deelnemer bij wie ik wat minder voel is de violiste wanneer ze uit haar viool stapt. Dan wordt de magie voor mij een klein beetje onderbroeken, maar echt maar een klein beetje.

 Bien de zon, de koningin, wat een tinnen krans teweeg kan brengen. Eerst vanuit de schaduw, we horen haar alleen, maar ik zie haar staan, daarna weer centraal op het podium, volop stralend in het licht. En dan gaat het ding er simpelweg af. Dit ontroert mij, de illusie werkt.

Aan het einde ben ik sprakeloos, maar ook gewoon voldaan, alsof ik een perfect uitgebalanceerde maaltijd heb gehad waarbij smaken, geuren, kleuren, voeding allemaal in harmonie met elkaar mij gevuld en gevoed hebben. Het hele stuk, op een aantal kleine stukjes na, voelde als een lange meditatie of roes. Ik heb het gevoel dat Bien dit ook zo moet ervaren, die opperconcentratie... hoe kan het anders? Daar ben ik benieuwd naar. En in de momenten waarin ze er even voor mijn gevoel ‘uitstapt’ is ze gewoon de vertrouwde actrice Bien, ook zo fijn en lief en grappig en goed om naar te kijken en te luisteren.

Aan het einde spreekt de echte Bien met de stem van mijn lieve schoondochter en zegt, jullie mogen blijven hangen, ik moet snel weg om de kinderen in bed te leggen, en er wordt natuurlijk gelachen. Is het nu moeder Maria of moeder Bien? Ook dit doet ze (misschien wel onbedoeld maar toch) zo goed.

 

Ik zeg: BIEN BIEN BIEN!!

 

 

 

Nava, september 2021

dinsdag 6 november 2018

De piano



Nu heb ik mijn piano uit Israël laten komen. Mijn piano. Het is niet zomaar een voorwerp. Hij is een persoonlijkheid, met een eigen karakter, emoties en geschiedenis. Mijn Schimmel, de zwarte, de glimmende.

Hij is aan het begin van de jaren zestig ergens in Duitsland geboren en in het jaar 1964 hebben mijn ouders hem in Michigan gekocht, net voordat ze terug naar Israël gingen. Wat mij niet helemaal duidelijk is of hij eerst een tijdje bij het gezin in Michigan woonde of, wat toch logischer lijkt, direct, nog nieuw in verpakking, naar Israël is verscheept. Op de foto's uit de periode in Amerika zie je een andere, een voor mij onbekende bruine piano. Maar vanaf de allereerste foto uit Israël zie je alleen maar hem. De Schimmel.

We hebben er allemaal op gespeeld. Mijn moeder, want zij studeerde, bij wijze van inhaalslag, piano in de jaren na de oorlog in Rome, zo rond haar negentiende, twintigste, en bleef nog altijd haar spel bijhouden door af en toe met gevoel de eerste Nocturne van Chopin ten gehore te brengen, of de beruchte Hanon etudes energiek te herhalen. En Shuki natuurlijk, die jarenlang les had gehad, maar later op gitaar overstapte en die, behalve klassieke stukken, ook liedjes van de Beatles op beide instrumenten kon spelen en nog meer dingen die ik me maar vaag kan herinneren. Want hij was eigenlijk al groot en uitgeleerd op het moment dat bij mij de bewuste herinnering pas beginnen.

Rond mijn vijfde kreeg ik voor het eerst les bij een of andere deftige 'yekke' mevrouw (Muller?), die misschien ook een tijdje de lerares van Shuki was. Ik denk me het rode beginners boek van Thompson's Preparatory te herinneren en een oude, gedrongen dame die bij ons thuis kwam en naast mij achter de Schimmel plaats nam. Ik was niet zo dol op haar en ook niet op de lessen en toen zijn ze, vanuit de gedachte dat ik nog te jong was, stopgezet. Een tweede poging werd gedaan met mijn privé lerares Engels. Eigenlijk vreemd dat ik een privé lerares had voor Engels, blijkbaar vonden ze het belangrijk om mijn beheersing van de Engelse taal uit mijn babytijd nieuw leven in te blazen. Het was een vrij zweverig figuur, jong en tenger, die eens in de week bij ons thuis kwam en met mij diverse activiteiten deed. Zij had originele/ progressieve ideeën over onderwijs, en alles aan haar voelde gemaakt. Ik herinner me ons wandelen en zitten in 'Gan Ha-Esriem', en dat ze Engels sprak met een Amerikaans accent, dat ze met behulp van kaartjes met woorden en plaatjes werkte en dat ze mij ook piano probeerde te leren spelen, want daar had ze blijkbaar ook verstand van. Maar om eerlijk te zijn, werkte dit ook niet.

En dan ineens, bij het bereiken van de respectabele leeftijd van acht jaar, ben ik naar een echte pianolerares gestuurd, met veel ervaring en een echte praktijk. Dit keer waren de lessen niet in onze woonkamer, maar bij haar thuis, twee keer in de week een half uur, zoals het hoorde. Het wonder geschiedde en ik begon te spelen. Bij Rachel Harpaz voelde piano leren heel natuurlijk en ik leerde snel en makkelijk. Zij was aardig, maar niet te, bijzonder, maar niet te, streng, maar niet te. Ik begreep wat ze mij uitlegde en voerde uit wat ik begreep, precies zoals ik lezen en schrijven had geleerd in de eerste klas. Het was voor mij vanzelfsprekend dat deze noten toonhoogtes en -lengtes representeerden. Mijn vingers voerden hetgeen uit dat mijn hoofd begreep en mijn oren hoorden de klanken die mijn vingers produceerden. Zo leerde ik en speelde ik piano en vond ik de lessen over het algemeen leuk ook. Helaas werd er verwacht dat ik thuis zou oefenen en dan veranderden de lieve muziekstukjes in een keer in enge monsters. Het onderwerp 'oefenen' werd een onuitputtelijke bron van discussies, ruzies, dreigingen, smoesjes en emotionele chantage, die voortduurden tot het einde van mijn middelbare school.

Mijn moeder ontbrak het vermogen zich niet-te-bemoeien met alles. Zij was een compulsieve bemoeial – een eigenschap die ik, tot mijn grootste spijt, van haar heb geërfd. Ze kon niet niks-zeggen, ze kon niet stil zijn en dingen hun gang laten gaan. Dus ja, onder de miljoen andere onderwerpen waar ze een mening over had zoals, hoe ik eruitzag, wat ik aantrok, met wie ik speelde, had ze over mijn pianospel ook overvloedig veel meningen, ideeën en kritiek. Op een jonge leeftijd verdroeg ik het allemaal nog redelijk rustig, maar logischerwijze, naarmate ik ouder werd, begon het steeds meer op een kleinschalige wereldoorlog te lijken.

Na ongeveer vier relatief gelukkige pianospeljaren bij Rachel – de lessen waren dicht bij huis, de sfeer was vriendelijk, het gevoel dat je nog kind bent – er is besloten (raad eens maar door wie) dat het beter zou zijn als ik naar het ‘conservatorion’ (muziekschool) zou gaan, om 'serieuzer' te leren en vooruitgang te boeken. Niemand vroeg wat ik eigenlijk wilde. In dit plotselinge besluit zaten wensen, hoop en verwachtingen in verborgen waarvan de vermoedelijke bron een of ander verleden was dat met mij en met mijn leven in mijn Bet-Ha Keremische heden niks te maken had. Aan de andere kant creëerde dat besluit een vooruitblik naar een toekomstige tijd waar ik mij tot dat moment nooit mee bezig had gehouden. Zo kreeg mijn wereld nieuwe dimensies.

Het 'conservatorion' lag in de wijk Rechavia en ik moest er met de bus, of zelfs met twee bussen, naar toe. Dat was een veel minder prettige ervaring. Ineens verdween het vertrouwde gevoel van veiligheid en bescherming. Niet meer was ik het meisje dat met haar rode pianotas de paar tientallen meters tussen thuis en het huis van de lerares vrolijk huppelde – linksaf de heuvel op, de Ha-Gai straat uit, tot aan de hoek waar je de trap op kon om gelijk naar Ha-Chaloets door te steken, weer linksaf en na vijf, zes huizen was ik er, nog een paar stenen treden, door de voortuin, een trappenhuis, gelijk aan het onze, om bij de voordeur te komen. Dit alles verdween en in een keer was ik een pre-pubermeisje dat de grote wereld werd ingeduwd, dat geconfronteerd werd met blikken, stemmen en geuren van, en contact met en tussen vele vreemden die gepropt zaten in ongemakkelijke bussen, twee keer in de week, heen en terug. Dat waren vele minuten van blootstelling aan een wereld die op de een of andere manier mij vreemd en bevreemdend voorkwam, in mijn eentje, met mijn volwassen-wordende lijf en verward-wordende geest.

Wat er nog bij kwam was het feit dat mijn nieuwe pianolerares, mevrouw Yevgenia Yarmonenko Braginsky (in het kort door Shuki 'mevrouw Bragim’ – wat mevrouw Schroeven zou betekenen - genoemd), was niet precies wat je zou noemen een kindervriend. Niet dat ze gemeen was of erg streng, ze was zelfs aardig, vooral wanneer ze met mijn moeder Russisch sprak, maar zij was uiteindelijk meer een goede en enigszins gefrustreerde pianiste dan een gepassioneerde pedagoog vol idealen over onderwijs en liefde voor de jeugd. Haar Hebreeuws kon ik min of meer verstaan, en zij dat van mij idem dito, en toch was er tussen ons een redelijk contact. Ik begreep in grote lijnen wat ze van mij verlangde en zij van haar kant gaf me zo nu en dan zelfs een compliment.

Omdat het hier Israël was en niet Rusland en de meeste Israëlische kinderen waren niet in het bijzonder opgevoed met strakke discipline en doorzettingsvermogen, moest zij met de imperfectie van een groot aantal van haar leerlingen genoegen nemen. Tot haar vreugde had ze gelukkig ook veel Russische leerlingen die echt oefenden, goed konden uitvoeren en met wie ze ongetwijfeld beter kon omgaan. De leerling voor mij bijvoorbeeld was Maya Kopytman, de dochter van. Ze was een prachtig kind met glanzend, honderd procent stijl, zwart haar, ze speelde volmaakt en sprak vloeiend Russisch. Vanzelfsprekend was ik jaloers op haar, ze speelde echt heel mooi en haar ronde Russische vingertjes gehoorzaamden haar voorbeeldig. De leerling na mij was een jongen die eruitzag als een meneer, omdat hij een soort genie was, later is hij, zoals je kon verwachten, een componist geworden. Op een dag schreef hij mij een liefdesbrief waar ik geen raad mee wist en waarna ik geen woord met hem meer uitwisselde.

Gedurende al die jaren, de kinderjaren, de pubertijd, de jaren van verwarring en zoeken speelde en leerde ik, experimenteerde en studeerde ik – dan meer en dan weer minder – 'rommelde' ik, zoals het heette wanneer ik iets zelf verzon, begeleidde ik liedjes en speelde vierhanden met Shuki op onze zwarte glimmende Schimmel. Deze in de jaren zestig geboren Duitser, die mijn moeder kocht ondanks het feit dat hij Duits was, want het is overbodig te melden dat andere Duitse producten geen voet bij ons thuis zetten, maar een piano, dat is wat anders, kom toch.

~

De Schimmel is glimmend en glinsterend vanbuiten, maar vanbinnen is hij zacht en diep. En hoewel je zijn klank toch ook als briljant zou kunnen omschrijven, is het een glans die diep vanuit zijn allerbinnenste komt, de glans van donker fluweel van hoge kwaliteit. Zijn klank is groot, resonerend, levendig, alsof hij werkelijk iets wilt uitdrukken, en tegelijkertijd is hij zachtaardig, zacht als datzelfde fluweel. Al een half jaar staat hij hier, in mijn huis in Dordrecht, in mijn pas opgeknapte woonkamer. Daar staat hij, op de mooie eikenvloer, donker en glimmend, zo knap als altijd en we zijn beiden tamelijk gelukkig.

Toen mijn moeder overleed zou Shuki de Schimmel krijgen. Ik had namelijk al een mooi instrument, de Pleyel, en hij niet. Maar Shuki, zoals Shuki, kwam niet, nam hem niet mee, reageerde ook niet op brieven en telefoontjes. Daarom is de Schimmel in bruikleen naar mijn goede vriendin Chamutal gegaan die meer dan blij was hem te gast te hebben en zo konden zij en haar muzikale kinderen er fijn gebruik van maken. Omdat in het testament stond dat na verloop van zoveel tijd de piano voor mij is, werd de wachtende piano op een dag officieel mijn eigendom. Maar gezien het feit dat ik al twee piano’s had en in Nederland woonde is de Schimmel nog tien jaar bij Chamutal blijven staan, zijn vonnis afwachtend; naar Shuki of naar mij? Jeruzalem of Dordrecht? Of misschien toch maar verkopen? Ondertussen stond hij daar fijn en vertrouwd naar ieders tevredenheid.

Na het opknappen van mijn huis in Dordrecht en de verhuizing van onze oude piano naar Amsterdam, naar Ilay toe - de lieve oude bruine Rösler was mijn eerste piano in Nederland, hij verhuisde vier keer met ons mee en was getuige van alle belangrijke veranderingen in ons leven. Op de Rösler gaf ik in de eerste jaren les, voordat ik een eigen studio had, voor de uitstekende Pleyel. Maar ook daarna hield ik ervan om juist op de Rösler Bach te spelen vanwege zijn bescheiden, intieme klank die naar mijn smaak beter bij Barokmuziek paste. Op de Rösler oefende Ilay in het enige jaar waarin hij pianoles kreeg (nee, niet van mij), en op de Rösler deed Anan zijn eerste ontdekkingen en zou hij mij (jawel, mij) tijdens autodidactische sessies dingen vragen zoals: “welk akkoord is dit precies?” of “hoe moet ik hier eigenlijk verder?”, waarna ik weer mocht gaan en hij verder zelf ging puzzelen. Op de Rösler speelden onze gasten, en de leerlingen tijdens voorspeel middagen, en natuurlijk Jelle, de oppas en huisvriend – ontstond er een een gapend gat in de gerenoveerde woonkamer. Het besluit om de Schimmel te laten overkomen was geheel niet rationeel. Financieel gezien was het een niet rendabele zaak, maar ik kon gewoon niet anders. Mijn heimwee naar mijn Schimmel heeft het gewonnen en mijn blijheid tijdens heel het proces vormde het levende bewijs dat het toch het juist besluit is geweest.

Moedig doorstond hij de lange reis. Tijdens mijn zoektocht naar een eerlijk en zo mogelijk ook sympathiek verhuisbedrijf moest hij nog even geduldig wachten. Deze zoektocht kostte mij talloze mails, telefoons en faxen, prijzen vergelijkingen, regelgevingen nalezen, contracten tekenen en zo meer van dat soort zaken. Vervolgens, moest hij door de bureaucratische procedures van de havens van zowel Haifa als van Rotterdam heen om eindelijk, op een wolkeloze dag, in een grote vrachtwagen bij mij in de straat te verschijnen. Mijn geliefde piano was aangekomen, vastgeketend aan een harde, lelijke houten frame die bij mij onaangename vermoedens deed rijzen omtrent de manier waarop hij eraan gebonden werd, de mogelijke grofheid waarmee hij was behandeld etc. De deur-tot-deur service bleek een letterlijke betekenis te hebben, tot aan de deur en dus ook geen millimeter verder; de chauffeur was van plan om hem daar neer te zetten en vervolgens meteen te verterekken. Gelukkig had ik een voorsprong van een aantal uur om mij op dit feit voor te berieden en kon twee hele sterke mannen regelen die met een enorme inspanning – het is echt een heel zwaar ding! – mijn Schimmel geholpen hebben de laatste meters richting zijn nieuwe staanplaats door te komen.

Hoewel een beetje vuil en met veel vingerafdrukken (moeder draait zich om in haar graf), met kleine krasjes en littekens hier en daar en toch gezond en wel, kwam hij binnen en nam zijn nieuwe plek in. Eerst stond hij er een beetje verlegen bij, er van niet helemaal overtuigd dat hij op het juiste adres terecht was, een beetje naakt en zich schamend om het vuil dat hij onderweg had verzameld. Na een schoonmaakbeurt en een grondige inspectie voelde hij zich al een stuk beter. Onder het vuil was hij helemaal heel, helemaal zichzelf. En het allerbelangrijkste: de klank! Zijn vertrouwde klank was voor mij direct herkenbaar en bovendien was hij niet eens ontstemd! Na tien jaar stil te hebben staan, zonder enige vorm van onderhoud en bovendien na een lange, vermoeiende reis over land en zee klonk hij gewoon fantastisch!

Missie volbracht. Nu staat hij hier en ik ben zo gelukkig als een kind. Ik loop langs hem en geef hem een aai. Ik stof hem en veeg de vingerafdrukken af (moeder lacht tevreden in haar graf). Ik praat tegen hem, herinner hem aan oude tijden. Sinds dat hij er is heb ik mijn goede Pleyel in de steek gelaten. Ondanks het feit dat hij mechanisch veel beter is, dat zijn stemming stabieler is en dat ik hem gekocht heb juist om het feit dat hij aan de Schimmel deed denken - en inderdaad, hij heeft een mooie, grote, rijke klank. Maar ik kan niet anders, ik ben verslaafd aan mijn Schimmel. Zijn zachtheid, zijn diepte, onze band, hier kan de Pleyel niet tegenop, en bovendien, de Schimmel kent alle stukken die ik vroeger heb gespeeld. Ik speel de tweede Suite van Bach in A klein – die een Ilay zo mooi vindt, misschien omdat hij in mijn buik zat in de tijd dat ik dit stuk aan het studeerden was – en zeg tegen hem: “weet je nog?” en zeker te weten, hij weet het nog.

~

In de kinderjaren was hij een soort groot lief huisdier. Hij luisterde en gehoorzaamde en gaf ook vrijgevig terug. Het mooie was dat hij ons allemaal wist te nemen zoals we waren en ons ruimhartig te weerspiegelen. Wanneer mijn moeder speelde wist hij de exacte 'Hanonhied' of 'Chopinheid' te weerklanken. Wanneer Shuki speelde werd hij veel warmer, soms een beetje jazzy, iets humoristisch of scherend. Shuki speelde de Tikwa in Jazz stijl, elk akkoord met zijn septiem, een simpele truc, werkt altijd. Wanneer ik speelde deed hij altijd zijn best. Zijn grote klank vormde nooit een teleurstelling, alleen ik stelde mijzelf voortdurend teleur. En mijn moeder natuurlijk. Omdat mijn moeder per definitie in een staat van teleur gesteldheid verkeerde moest er ook altijd iemand zijn in de rol van degene die deze staat veroorzaakte. Shuki en ik deelden de last. Mijn vader was al buitenspel, d.w.z. hij werd een vaste bron van teleurstelling, erger kon niet (behalve dan de Nazi’s, de Russen en de Litouwers). Omdat ik geacht werd om te oefenen en omdat al die verwachtingen en teleurstellingen permanent om mij en om de piano heen hingen, werd mijn relatie met de piano geleidelijk aan steeds troebeler en complexer. Ik kon zo woedend worden wanneer ik fouten maakte dat ik op hem af ging reageren en wanneer de frustratie naar mijn benen zakte, letterlijk tegen hem aan schoppen. Tegelijkertijd wist ik heel goed dat hij niet meer dan een zondebok was, een onschuldig slachtoffer, en dat ik in wezen gewoon van hem hield. Hij was een rots in de branding, een eiland van schoonheid en echtheid in de mist om mij heen, al moest hij zo nu en dan mijn leed delen. Maar een piano, als elk ander huisdier en misschien nog meer, wist zijn leed met liefde te aanvaarden.

Tijdens de middelbare school- en puberjaren stopte ik en begon ik weer om vervolgens opnieuw te beginnen en te stoppen met de lessen bij mevrouw ‘Bragim’. Het oefenen bleef een bron van conflicten tussen mij en mijn moeder, maar helemaal stoppen met spelen deed ik niet. Keer op keer keerde ik naar hem terug, naar mijn Schimmel, en zoals altijd, was hij daar voor mij, zich de oude stukken herinnerend, mijn nieuwe experimenten accepterend. Ook wanneer ik gitaar was gaan spelen en met mijn nieuwe instrument steeds meer tijd was gaan doorbrengen. Zingen en mijzelf begeleiden vond ik fijner op de gitaar. Wanneer ik mijzelf op de piano begeleidde ging mijn kleine stem in de grote klank verloren en mijn handen, die gewend waren de hoofdrol te hebben, lieten geen ruimte over voor de stem. De gitaar was bescheidener. Zij vereiste minder vingerkracht en gaf mijn stem altijd de ruimte om te klinken. Op de gitaar begreep ik beter wat ik met de akkoorden moest doen, het was simpel, of ik maakte het simpel, het was tenslotte 'mijn instrument' niet, het was maar een soort zijdelings vermaak. Op de piano wist ik niet zo goed raad met de akkoorden, er waren er te veel mogelijkheden en te veel weet van onwetendheid.

De gitaar vormde ook een nieuw hoofdstuk. Een hoofdstuk van puberen, van Barak – die mij gitaarles gaf en in mijn leven kwam als vriend van vrienden van Shuki – dat wil zeggen, behorend tot de wereld van 'de groten' – en later mijn eerste vriendje werd, vier jaar ouder dan ik – en het verschil tussen vijftien en negentien is groot!! Een hoofdstuk van roken en blowen, van kennismaking met nieuwe muziek, van open rebellie tegen de volwassenen, van losbandigheid, van veel verwarrende emoties, van verboden avonden in straathoeken – omdat mijn moeder het niet toestond dat Barak en ik samen onder een dak verbleven, deden we het maar zonder dak…

De gitaar bleef een belangrijke rol spelen, zingen en begeleiden, uren en uren en dagen en avonden met Chamutal en Yael. ‘Akkoorden uitzoeken’ werd een centrale bezigheid, ik had geen leraar meer nodig, ik leerde mijzelf luisteren en uitzoeken. Beatles, Beatles, en Beatles. Veel alleen op mijn kamer, met de koffer-platenspeler, op de grond, ernaast hurken, de arm met de naald elke paar regels optillen... Ook tijdens de uitstapjes naar de Sinai was er altijd wel een of andere hippie met een gitaar. De piano stond maar te wachten en ik speelde er soms op en soms niet, soms was ik thuis en vaak niet. Mijn middelbareschooltijd kwam tot een dramatisch einde toen ik naar de Sinai ‘vluchtte’, geen eindexamen deed en toch een aantal vakken mocht afronden volgens een speciale regeling. ‘Ze’ begrepen niet wat er met mij aan de hand was, ik zelf ook niet. Maar het was hun vak, ze hadden toch gemoeten...

Wanneer niks meer werkte ben ik bij mijn vader gaan wonen. Ik sliep in een soort hok dat ooit balkon was geweest. Het appartement was eigenlijk te klein voor een extra bewoner, maar ze wilden mij niet afwijzen. Het was allemaal erg onprettig en kwam niemand gelegen uit. ‘s Nachts zou ik uren naar muziek luisteren, huilen, aan sterke emoties lijden die mij meesleurden naar donkere dieptes. Ik begreep de leefregels van het gezin niet en het gezin begreep mij ook niet. De communicatie was slecht, zij wisten geen raad met mij en dat was geheel wederzijds. Af en toe speelde ik op de huispiano – een bruine Yamaha waar ik niet zo van hield - ik ging zelfs tijdelijk terug naar mevrouw ‘Bragim’ -  het was mij niet eens duidelijk of ik er überhaupt mocht spelen, ik was nergens zeker van, ik begreep het niet, ik wist het niet, ik had het niet geleerd.

De gitaar was altijd bij me.

Bij gebrek aan een betere oplossing hebben ze voor mij een kamer gehuurd. Alleen. Een slechte ervaring die faliekant faalde en een bijna fataal einde kende. Daarom was ik, een paar maanden later toen ik in legerdienst moest, weer teruggegaan naar mijn vader. Deze tweede kans eindigde voor de tweede keer bijna fataal en werd gevolgd door een ernstig gesprek en mijn uitzetting opnieuw naar een kamer, in de stad, op Queen Helena straat, dit keer met huisgenoten. In die tijd heb ik, via Barak, Shellie, de kleine zangeres, leren kennen en in mijn kamer hebben we met zijn drieën veel lange nachten en korte dagen met blowen, zingen en spelen doorgebracht, vele surrealistische zonsopgangen beleefd, eindeloze filosofische gesprekken over leven en dood gevoerd en ga zo door. Dit alles hoort tot de gitaartijd. Zo nu en dan zouden we naar mijn moeder toe gaan om, terwijl zij op haar werk zat, oefensessies met de goede oude Schimmel te houden.

Gedurende mijn zogenaamde legerdienst die gepaard ging met frequente afwisseling van baan en van basis, divers bijzonder verlof en regelmatige uitstapjes naar de Sinai, was ik piano–loos. Na afloop daarvan ben ik in Bet-Hakerem gaan samenwonen met Alain, mijn veel te jonge Russische vriendje en ben toen eigenaar geworden van een zeer oude zwarte piano. De Schimmel werd een van de dingen die het de moeite waard maakten om zo nu en dan bij mijn moeder langs te gaan.

Op mijn oude-nieuwe piano probeerde ik voor het eerst te improviseren, een nieuw hoofdstuk te beginnen, mijzelf te hervinden, iets uit te vinden. Mijn toenmalige therapeut beweerde dat zoiets als ‘kan niet improviseren’ niet bestond. Wat wist hij ervan? Het werkte niet. Of misschien een beetje toch wel. Want bij improvisatie bestaat er geen juist en onjuist, toch? Ik zou tot drie uur in de middag slapen en opstaan met een troosteloze gedeprimeerdheid die ik probeerde te bedwingen, of anders van me af te schudden door een eind te gaan hardlopen in het ‘Jeruzalem bos’. Maar de sigaretten wonnen het van mij.

Dit alles was het ook niet voor mij; het vriendje niet, het appartement niet, die piano niet, die therapeut niet en ook deze rare vorm van improvisatie niet. Ik (her)vond mijzelf niet en ben dan maar op reis naar het buitenland gegaan - want zo deden anderen het toch ook? De piano ging tijdelijk naar Shuki die toen nog mijn broer was, samen met een hondje, Blues genaamd, dat ik kort daarvoor had geadopteerd. Ik ging naar Londen – aanvankelijk zat ik bij familie van mijn vader maar algauw kwam ik op allerlei plekken die ik mij maar gedeeltelijk kan herinneren en waarvan ik het merendeel misschien het liefst vergeet. Dat laatste is met name waar wat mijn volgende halte betreft, Parijs, waar ik twee maanden ben gebleven. Toen ik terugkwam van dit vreemde avontuur, redelijk verward – Shuki probeerde te helpen, hij was ook de enige die echt met mij praatte en mij enigszins te probeerde kalmeren – ben ik weer les gaan nemen bij mevrouw ‘Bragim’, deed toelatingsexamens voor het conservatorium, werd aangenomen en ben student geworden.

In mijn eerste studiejaar woonde ik weer bij mijn moeder en speelde op de Schimmel. Alles leek weer bij het oude; ik woon thuis, mijn moeder is er, ik speel, ik oefen, zij moet leren omgaan met het feit dat ik geen kind meer ben en probeert wat minder aan mijn kop te zeuren, we maken ruzie hoe dan ook. In dat jaar speelde ik een aantal Preludes en Fuga’s van Bach, Lieder ohne Worte van Mendelssohn en de ‘Tempest’ sonate van Beethoven. Ik zit op de zwarte pianokruk in mijn pyjama, ziek met hoge koorts en speel het derde deel in drie achtsten. De eindeloze herhalingen, de schommelingen tussen schijnbaar op elkaar lijkende mineur-harmonieën die je maar steeds opnieuw verassen met hun onvoorspelbare wendingen en de plekken waar ze je heen slepen... Ik krijg een visioen, een soort ijldroom waarvan het mij duidelijk is dat hij uit deze betoverde muziek komt: ik zie een fabriek, een lopende band, machines die onophoudelijk werken, produceren, hun ritme is het ritme van het sonatedeel, ze maken snoep in alle mogelijke maten en kleuren. Alles is zoet, alles is kleurrijk, de kleuren flitsen voorbij en wisselen elkaar af. De arbeiders zijn kinderen, misschien ook in pyjama, net als ik…

Tijdens mijn studiejaren genoot ik blijkbaar een hogere status - eerst op kamers in Abu-Tur en daarna met man en kind in Neve Sha’anan – en de Schimmel verhuisde met mij mee terwijl mijn moeder de oude piano nam, de piano die ik in mijn pre-studententijd voor een paar sjekel kocht - een enigszins honky tonk-achtig schepsel, met een harde en onvaste klank, bejaard, beverig, bijna stervende, die inderdaad ook ineens het leven liet. Er bleek een scheur te zitten in de klankbodem, een ongeneselijke ziekte voor een piano van zijn leeftijd. Hoe het ook zij, mijn Schimmel was bij me heel mijn studietijd en sierde elk appartement waar hij in stond.

Het huis in Abu-Tur was zo smaakvol ingericht en vormgegeven, het uitzicht op Oost Jeruzalem zo adembenemend en de tuin zo groen en verzorgd dat de Schimmel zich daar helemaal thuis voelde, tussen edele schepselen als hijzelf. In dezelfde periode verliet mevrouw Bragim ineens het land en ik ben gaan les nemen bij Beni Oren. Een welkome verandering van honderdtachtig graden. Ineens werd er gesproken over m u z i e k, ineens was er inspiratie, gesprekken over de betekenis van muziek, over de componisten, de innerlijke wereld van de stukken, de manier waarop je klank produceert. Het was een verademing. Ik hield van Beni. In Abu-Tur gingen de Schimmel en ik de uitdaging aan van de tweede Toccata van Bach, van Brahms en van Beethoven. Beni liet het daar niet bij en bleef mij uitdagen met complexe stukken.

Ik deed Tai-Chi en Zen meditatie, probeerde ook karate en at veganistisch. Het thema oefenen bleef ingewikkeld. Er waren periodes dat ik de nodige twee uur per dag haalde en andere waarin ik het helemaal niet haalde; periodes waarin ik mijzelf vond in een of ander plek met vrienden, vaak in Tel-Aviv, periodes waarin ik verzonken zat in mijn wanhoop, in mijn haar-uitrek tic, in mijn zelfhaat, in blowen en het nuttigen van diverse stoffen, in kettingroken en het drinken van weer andere stoffen. En mijn zelfhaat sloop in mijn pianospel - ik wist niet hoe ik wilde spelen, wat ik wilde zeggen, wie ik achter de piano was - wat mij wederom frustreerde en nog meer boosheid en haat veroorzaakte. Maar de periodes waarin ik wel oefende, mediteerde en gezond at waren van de mooiste in mijn leven. De sfeer in Abu-Tur was betoverend en ik voelde mij overspoeld door inspiratie, een staat waar Beni, Bach en Brahms sterk aan bijdroegen. Zo nu en dan kon ik de schoonheid aanvaarden.

Dit dubbele leven kreeg een scherpe wending toen ik zwanger werd. Via Barak leerde ik een enigszins aparte Nederlandse jongen kennen. Ik vond hem aardig en grappig met zijn gekleurde plastic oorbel, zijn roze T-shirt en een enkel haarplukje dat over zijn bruine oog hing. Na iets meer dan een jaar en diverse reizen naar Griekenland, Nederland en Portugal was ik zwanger van hem geraakt en mijn leven veranderde voor altijd.

Gert kwam naar Israël en wij verhuisden naar een driekamerappartement in Neve-Sha’anan, een prachtige plek op zichzelf, heel anders dan Abu-Tur weliswaar, maar er was een baby op komst en we moesten praktisch zijn. De Schimmel kreeg daar zijn eren plek juist in de slaapkamer waar meer ruimte was en ook meer privacy om te oefenen. Daar begon ik ook les te geven aan mijn eerste leerlingen, de buurmeisjes. Mijn wilde leven kwam in een keer tot stilstand. Mijn onrust leek ineens verdwenen - het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk hoe dat precies kon. Daarmee stopte ik ook met alle ongezonde gewoontes, maar raakte voor mijn gevoel ook mijn inspiratie een beetje kwijt. Heel mijn energie ging naar het kind dat in mij groeide. Ik werd moeder, huisvrouw, vrienden begrepen het niet, Shuki hield afstand. Mijn ouders wisten er eerst geen raad mee, waren bezorgd, wezen het af om uiteindelijk de situatie en het kind te omarmen. Zelf was ik zo ontzettend blij met deze zwangerschap dat ik een muur om mij heen bouwde met als enige doel die te beschermen, en net als die muur werd ik sterk, hard, strikt, strak, compleet inflexibel.

Tegelijkertijd met de zwangerschap en de golf van pragmatisme die over mij heen stortte, besloot ik, besloten we, er is besloten - nadat ik het niet zo heel goed deed bij het overgangsexamen van het tweede naar het derde jaar - om over te stappen naar de studierichting muziekonderwijs. Voorheen paste deze richting totaal niet bij mijn zelfbeeld, zo anti-instituut als ik was, zonder middelbareschooldiploma, ik ging toch studeren alleen omdat ik niks beter wist en ineens zo’n brave studie doen? En toch leek mij dit op dat punt praktischer; zo was de druk wat oefenen betreft wat minder en kon ik toch verder met de studie. Ook ben ik overgestapt van Beni naar Talma Cohen, een goede beslissing, alleen jammer vond ik om de inspirerende Beni kwijt te raken. Talma was een goede docent, meer praktijkgericht, maar zeker niet inspiratieloos. Ik heb veel van haar geleerd, het was een beetje alsof ik terugging naar mijn kinderjaren piano juf, Rachel, ja, ook Talma woonde in mijn oude wijk, de cirkel was eventjes rond.
Bij Talma speelde ik Bach, Schubert en Mozart, kreeg ik betere techniek en haalde wat kennishiaten in.

Tijdens mijn conservatorium studie en mijn eerste jaren als jonge moeder begon de Intifada. Ilay ging al naar de kinderopvang van de twee lieve oma’s Ester en Adina aan het begin van onze straat. Hij had vriendjes en vriendinnetje met wiens moeders ik ook bevriend raakte, Gert werkte in de dierentuin, ik studeerde en gaf pianoles, mijn ouders pasten op. Een vrij geregeld leventje. En ineens, de Intifada. De Palestijnen gooiden met stenen. Wat mij betreft was het een duidelijk signaal: tot hier, we willen de bezetting niet meer, ga uit onze gebieden. Als het aan mij lag was ik meteen weg. Ik ging zelfs niet meer naar de oude stad. Deed iedereen dat maar en had de geschiedenis er heel anders uitgezien. Het einde van mijn studie was in zicht en wij kregen het idee om voor een of twee jaar naar Nederland te gaan; ik was toch niet voor niks met een Nederlander getrouwd? dacht ik bij mijzelf. Er kroop ook angst bij mij naar binnen om mijn kleine jongen: weet jij veel of een of ander doorgedraaide Palestijn - die mijn politieke opvattingen toevallig niet kent - in razernij de dichtstbijzijnde kinderopvang niet zal binnenstormen?

Op mijn eindexamen kreeg ik een mooi cijfer. Ik speelde de eerste partita van Bach in Bes groot - een wonderlijk stuk – sonate van Mozart in F groot, een romantisch stuk, misschien het impromptu in Ges groot van Schubert, en een modern Israëlisch werk. Ik kreeg veel complimenten en ik geloof dat Beni, die tussen de examinatoren zat, mij vroeg of ik nu verder wilde richting uitvoerende musicus. Maar wij waren al half ingepakt, ons plan lag vast en begin augustus vlogen wij naar Amsterdam.

Onze spullen gingen voor een groot deel naar mijn moeder, waaronder natuurlijk de Schimmel. Langzamerhand bleek dat we na een jaar en ook na twee voorlopig niet terugkeerden. Tijdens onze jaarlijkse bezoeken haalde mijn vader ons op van het vliegveld en regelde verder ons verblijf. Mijn moeder wachtte met eten en de Schimmel wachtte dat we kwamen spelen. Zoals altijd kwam weer het bekende gezeur: kom, speel wat, de aanwezigen stilte opleggen, zich bemoeien met wie gaat er spelen en wat en onvrede uiten over het ‘gerommel’ van de kinderen… hoe ik toch iets van mijn creativiteit heb kunnen behouden is mij een raadsel.

Onze spullen stonden er te staan. Een deel namen we tijdens de verschillende bezoeken mee en een deel lag er, samen met mijn moeder, oud te worden in de blauwe speelgoedkast - dezelfde kast overigens waarvan Shuki, tijdens zijn enige bezoek na het overlijden van onze moeder, zei, dat hij vrijwel zeker wist dat de oude zware hamer, met de roodgeverfde handvat nog precies op dezelfde plek erop zou liggen. Bij moeder verandert er niks, nooit, zei hij. Hier is het thuis. Hier blijft alles hetzelfde, hier kan ik altijd terecht. En ik vroeg mij alleen maar af waarom hij dan niet terecht was. Niet toen ze ziek werd, niet toen ze op sterven lag en ook niet toen ze overleed. Alleen aan het einde van de Sjiva is hij even langsgekomen – precies zoals bij onze vader, op de laatste dag. Daar stond hij dan in de deuropening en ik herkende hem simpelweg niet. Ik zag een orthodoxe man met een zwarte Keppel en stond maar voor mij uit te staren. Ik kon niets bedenken totdat hij ineens zei: je herkent mij niet hé? En zijn stem spoelde alle vreemdheid in een keer weg.

Wekenlang was ik bezig het huis leeg te ruimen en al het nodige te regelen. De Schimmel - nadat Shuki hem samen met de rest van de inboedel afwees en beleefd heeft geweigerd hem mee te nemen – verhuisde zoals verteld naar Chamutal waar hij geduldig is blijven staan wachten op de grote reis, voor de derde keer in zijn leven, over zee.


© Nava Benyamini 2012 / 2017 - 2018

Oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven in 2012 toen de piano arriveerde.
In 2017 heb ik het verhaal naar het Nederlands vertaald. Ik werd verrast door de vele enthousiaste reacties van vrienden en bekenden in zowel Israël als in Nederland. In 2018 is het verhaal in het boek van mijn zoon en theatermaker, Ilay den Boer - Het beloofde feest -(Uitgever: J.M. Meulenhoff) verschenen.



zaterdag 6 oktober 2018

Op een eiland

Het is anderhalf jaar verder, met tussendoor, precies een jaar geleden, nog een bezoek aan magische Kreta in de lente (!)  Het schrijven van dit stuk wilde niet zo vlotten door de omstandigheden... Maar ik wil het graag publiceren, dus kort ik wat in, zet er ..... tussen en ga ervoor. Veel leesplezier.


Kreta.

Kreta, het volgende hoofdstuk in de reis, de reis door landen waar de lucht en de zee blauw zijn, de aarde bruin en de zon schijnt, de reis die wat mij betreft ook naar binnen leidt, de reis waarvan ik hoop mij anwoorden zal geven, ergens heen zal brengen, letterlijk en figuurlijk. Hoe? Geen idee, en dat is maar goed ook. Het verstand kan dit niet. Keer op keer merk ik dat ik tot inzichten kom juist wanneer ik het niet probeer te begrijpen. Wanneer ik zwem of wandel, schrijf of naar de zee zit te kijken. Maar dat gaat ook niet vanzelf.

Chania
De overgang van Israël naar Griekenland maakt een enorme indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: het is dezelfde film met een andere soundtrack. De uitgang van het vliegveld in Athene is net Ben Gurion alleen zijn de taxi's banaangeel en als je de buitenlucht instapt staat er een enorme berg tegen de strakblauwe lucht afgetekend. Een detail. De mensen zien er qua uiterlijk niet heel anders uit, en in Chania had ik het gevoel rond te lopen in een mengelmoes van Tel Aviv boulevards, oude Islamitische gebouwen in Akko, de vegetatie van de Galilee en de smalle steegjes van Jaffa of van de oude stad Jeruzalem.

De verschillen: het is frisser, de lucht is helderder, de zee is blauwer en aan de top: de mensen zijn rustig, beleefd en ultra behulpzaam, hartverwarmend gewoon. Het was een enigszins surrealistische gewaarwording, zo van, als het ook zo kan, waarom doen de Israëliërs dan zo luidruchtig in de overvolle winkelcentra, zo zenuwachtig in de omgang en zo agressief in het verkeer? Het is alsof iedereen hier aan de valium is... Zoals de buschauffeur die achter ons aan liep om mijn in de bus achtergelaten tasje persoonlijk terug te geven, of de meid van de infobalie op het station, die  met onze accommodatie is gaan bellen, bij de lockers, de kiosk, overal is iedereen aardig, vreemd gewoon! En zo zijn we onder de hoede van twee lieve buschauffeurs helemaal tot aan de deur bij Gina van 'Zorbas Rooms' gebracht.


Zorba's rooms
Gina!
Het spreekt dus bijna voor zich dat Gina alles kookt wat we maar willen, alles geeft wat we maar nodig hebben, met ons samen in haar auto boodschappen gaat doen wanneer we iets nodig hebben en dat allemaal met een brede lach en alle tijd van de wereld. Niet dat ze niks te doen heeft. Gina en haar man Jorgos hebben vijf kamers, een restaurant, 350 olijfbomen, fruitbomen, kippen, schapen en geiten. Ze melken de beesten en maken zelf diverse kaassoorten, jam, eigen bergthee en ga zo door. Op het moment dat wij er zijn is de olijvenoogst op zijn hoogtepunt en er komen diverse familieleden om te helpen. Stuk voor stuk lieve en aardige mensen. De neef van Jorgos is oceanoloog en weet de weg in zee, 's nachts gaat hij met het nodige apparatuur vis halen. Verse gegrilde vis op het menu dus. Ook krijgen we eieren van eigen kippen en op een avond is er eigen kip op het menu, andere avond geit, maar niet voor mij. Het water is afkomstig van bergbronnen en is superlekker - nog een enorm verschil met het vieze kraanwater in Israël - en het water in de douche wordt door de zon verwarmd. Lijkt wel een paradijs.
Gina, Jorgos en hun dochter - de Grieken hebben de zee in hun ogen...











Op elke heuvel staat er een kerkje


Ook de buurman heeft er een in zijn tuin...
Aan de wandel, lekker weer...
Ik schrijf: "Nu zei iemand: Griekenland is gesloten in de winter, en dit is inderdaad een beetje waar. Gina is open, maar de talloze Tavernas en Rooms in de omgeving zijn gesloten. Het zal in de zomer wel stervensdruk zijn. Wij vinden het prima. We zijn er om te leren reizen. We hebben geen plan, het plan zonder plan is om te leren voor de volgende keer. We gaan oefenen met wandelen, we duiken in de mooi natuur, de bergen, de stranden. We maken foto's en kijken naar de planten en naar de schapen en de geiten en de vogels en de insecten. We lezen en schrijven en mediteren. Met name probeer ik de spoken te verdrijven, te weten: zorgen, twijfel, onrust en hun vele vrienden en familieleden."




"...we beginnen weer basic Engels te spreken, we herkennen het fenomeen o.a. uit ons verblijf in de Sinai wat jaren terug. Werkwoorden alleen in de tegenwoordige tijd, geen voorzetsels, geen vraagvorm: I cook, you come, we go shop, I buy, you want. Goede herinneringen uit de 'fish or chicken' tijd. We zijn blij met onze simpele kamer. Het is er zoals gezegd leeg, wij zijn de enige gasten en genieten volop van de exclusieve zorg, de lege stranden en de lage prijzen."

uitzicht vanuit onze kamer
"...overigens, 30 jaar geleden ben ik met mijn toenmalige vriend naar Rodos en een paar kleine naburige eilandjes geweest. Het was bijzonder mooi, maar in die tijd, de tijd dat we zo vaak naar de prachtige stranden van de Sinai gingen, dat we liftten en er op los leefden, was voor ons de schoonheid van Griekenland bijna vanzelfsprekend. Nu kijk ik er met andere ogen naar, dat dit nog bestaat, die puurheid, de rust, de goedheid, het langzame, simpele leven, alsof ik er niet meer helemaal in geloofde, dat het nog ergens bestond..."

Hiken en liften
Na een week bij Gina en een aantal door Arno en zijn apps nauwkeurig geregistreerde en opgemeten hikes in de bergen en langs de zee, gaan we een nieuwe uitdaging aan: lopen tussen een aantal dorpjes in de omgeving. Moeilijkheidsgraad: niet meer dan tien km per dag, het kan hier behoorlijk steil zijn. Arno zoekt de routes uit en ik ga op accommodaties jacht. Helaas is er niks open tussen Frangocastello, waar wij ons bevinden, en Plakias, onze eindbestemming zestien km verderop. Jammer, maar niet getreurd, wanneer we niet meer kunnen lopen gaan we liften, dit kan hier gewoon, lekker terug in de tijd ook in dat opzichte.

foto liften

Maandag, een week na aankomst in Kreta, met twee volgepropte super efficiënt ingepakte rugzakjes vertrekken we. Onze koffers laten we bij Gina staan, vindt zij prima. (foto's vertrek). Het is een warme dag en het uitzicht is adembenemend. De zee duikt overal op, tussen de heuvels, achter de bergen, onderaan de rotsen en dan weer voor onze neus. Langs kleine dorpjes waar alles gesloten is, maar wel genoeg bankjes en plekjes om uit te rusten en te picknicken, zwerfkatten volgen ons - we geven ze te eten. Net als de mensen hier, zijn ze lief en niet opdringerig, honden blaffen ons na.

foto collage van inpakken
foto's lopen

"Al liftend kwam er ineens een bus die voor ons gewoon stopte, dat doen ze hier dus, voor iedereen en overal. Comfortabel ook, hoewel de chauffeur gerust een sigaret zomaar kan opsteken. Afgezet op een kruispunt moesten we nog in Plakias zien te komen en dat lukte uiteindelijk door een combinatie van lopen en een lift van een aardige jongen die ons voor de deur van onze accommodatie neerzette."

foto's plakais
Plakais 1
Plakais is een behoorlijk toeristisch dorpje, maar ja, 80% van de winkels, restaurants en accommodaties is natuurlijk dicht. we raken eraan gewend. Het paradijselijke naaktstrand dat op google maps zwart ziet van parasols en ligbedden is enkel bezet door een aantal verdwaalde westerlingen, men name Duitsers, die hier overwinteren of anderszins terecht zijn gekomen in de twilight zone van Buiten Het Seizoen. tegen de rosten aan kan het best warm aanvoelen, en het water is glashelder en fluweelzacht.

Foto's Damnonie

Terug bij Gina
Na deze eerste kennismaking met Plakais en omgeving gaan we weer lopend en liftend terug naar Gina. Onderweg nog eventjes Adam en Eva op het strand spelen, de zee is te lekker om het te laten.. (foto). Eenmaal terug gaan we 'mindful zwemmen' en mediteren aan zee, wij en een twee vissers bezitten dan het strandtje. Ik koop kleurpotloden en begin aan mijn mandala kleurplaatjes, erg rustgevend. (foto) En dan opnieuw bezinnen, hoe verder? We hebben immers geen plan, dit heeft voor- en nadelen merken wij. Voor mij, als eeuwige twijfelaar is het niet zo'n gek idee om de volgende keer iets van tevoren te plannen. Genoteerd onder notitie: 'reislessen'.

Foto Gina strand

Tijdens het lopen en het zwoegen komt er eindelijke een beetje rust in mijn kop, een beetje minder moeten. "Ik merk ineens dat mijn gedachten zich steeds inspannen omtrent de ene vraag: wat ga ik doen? wat wordt mijn nieuwe levensdoel? En ineens, tijdens het lopen, krijg ik een ingeving, namelijk, ik hoef helemaal niks groots te gaan doen, geen grote beslissing te nemen. Het buiten zijn, de blauwe lucht en de zee zijn zo heilzaam voor mij, dingen aangaan zo goed voor mij, ik wil meer reizen, ik wil deze vrijheid voor mijzelf creëren. Stel dat ik nu een aantal maanden werk kan vinden in Nederland en vervolgens weer op reis ga? Die gedachte voelt goed en geeft mij voor de rest van de reis een soort houvast".

Foto lopen
Zonder auto
Zee zee zee en bergen
Eenvoudig leven
Rits en tandenstokers
Sokken, t/m v arno

Het vervolg: we huren toch maar een auto, met enige weerstand van mijn kant - ik vond het namelijk heerlijk om een tijdje niet te hoeven rijden - en gaan naar het noorden om vervolgens ook het berggebied rond Spili dat niet ver bij ons vandaan ligt te gaan verkennen. Gina en Jorgos brengen ons naar de bushalte, we nemen afscheid en zitten weer comfortabel in een hoge bus richting Rethymno, de derde grootste stad van Kreta. Daar bewonen we voor een paar dagen een bijzonder en prachtig huis met een piano (!).

foto bus

Rethymno
Dit huis verdient een klein apart verhaaltje. Wanneer ik op airbnb bij het beroep van de eigenaar het woord 'musician' zie, raak ik vanzelfsprekend nieuwsgierig. Ioannis bleek een jonge violist te zijn uit Rethymno die in Keulen een conservatorium opleiding doet (en in een zeer goede kwartet speelt!). Hij regelt het verhuur namens zijn moeder, Poppi, recent weduwe geworden, die dan tussen de stad en hun buitenverblijf in een olijfboomgaard in het zuiden hopt. Het was erg speciaal om in dat huis te verblijven, het is ook voor heet eerst dat we in Griekenland in iemands eigen huis logeren. Een huis vol kunst, muziek en liefde. Het gevoel dat iemand je zijn huis gunt ervaar ik als heel bijzonder en besef dat mijn eigen gasten misschien ook iets dergelijks ervaren.

Foto huis Poppi en kleine Ioannis.

Voor de rest, eindelijk een echt huis met een keuken en centrale verwarming, en dat is hard nodig gebleken! Het regende dat het goot en het stormde ook behoorlijk.. buiten lopen was een opgave, het water bleef maar in de straten hangen en het hield twee dagen maar niet op. Toch moesten we wel, naarstig op zoek naar een dikke trui tegen de plotselinge kou, naar wol om te haken(!) en naar een huurauto hebben we alle straten van deze mooie oude stad doorkruist. Van de zeven autoverhuurbedrijven was er een (!!) open.  En dan toch maar door de regen naar de Fortezza, want die moest je wel gezien hebben.

Fotos Rethymno

Mourne - Spili
De volgende halte is het dorpje Mourne bij Spili, een geschikte uitvalbasis voor wandeltochten. Een prachtige omgeving, fijne kamer, buiten koud, fantastisch uitzicht met 'lichtende bergen', zoals Arno ze noemde, onze huisbazin - ja weer 'musician'! - was niet minder dan een voormalige violiste bij The London Philharmonic Orchestra, hoe is het toch mogelijk? Vier jaar terug kreeg zij een blessure waardoor ze niet meer zo intensief kon spelen en besloot een nieuw leven te beginnen, een B&B op Kreta. Zij is ook actief voor dierenrechten, een precaire en belangrijke kwestie op Kreta. Haar naam... Gina, ja, dit keer een Engelse met een Italiaanse naam, die honden en katten hoedt i.p.v. schapen en geiten..

Foto's Spili

We worstelen enigszins met wat we kunnen eten, gezien het feit dat we in de kamer niet zelf kunnen koken en er bijna niets open is in de omgeving. Uiteindelijk, na een ijzertekort-dipje van mij, vinden we een mooi restaurant bij een van de beroemdste 'kloven' van Kreta, weer zo'n plek met parkeerplaats voor zo'n 100 bussen en 200 auto's, waar ik bijna in mijn eentje op geparkeerd sta. Hoe dan ook, ik moest over mijn vleesvrees heen, het lichaam gaf het aan en op Kreta weet je als je lam eet of kip dat het van het land komt en een goed leven heeft gehad.

Foto kloof

Een ander knelpunt bij Gina blijkt... wifi. Ja, de mens - of tenminste de van B&B naar B&B reizende mens - blijkt afhankelijk te zijn van dit goed (Arno las precies toen een stuk over wifi als een eerste levensbehoefte). In onze kamer was de verbinding slecht, en buiten renden en holden er vijf honden en vijf katten rond - allemaal even lief dat wel , maar ook zonder allergie, je kon gewoon niet even rustig zitten internetten, bovendien werd het steenkoud! Wifi van het dorp was te ontvangen op bepaalde plekken in het dorpje, dus zijn we in de kou buiten gaan zitten, naarstig op zoek naar: 1. de volgende halte, 2. een vlucht naar Portugal of Spanje. Uiteindelijk hebben we de keuze gemaakt om een accommodatie te vinden waar we rustig kunnen zitten bijkomen van de kou, de honden en het gebrek aan internet, een accommodatie met goedwerkende wifi en iets meer luxe was het doel.

Foto Mourne

Triopetra
'Giorgio's house' in Triopetra, De drie rotsen - een ruig gebied met veel wind, donkerblauwe zee en veel rotsen - lag prachtig vrij boven op een heuvel. Van alle kanten enorme uitzicht, gigantische tuin en terras.
foto's
Een goeie keuken, een werkende wasmachine, een aparte slaapkamer, airconditioning die met een beetje moeite ook aardig wat warmte afgaf, en wifi, tuurlijk. Maar die deed het dus niet. Karma? En wij wilden zo graag onze reis verder plannen. Giorgio schrok ervan. De communicatie verliep doorgaans op afstand via zijn dochter, gezien zijn Engels even beperkt was als onze Grieks. Bellen, smsen, hulp roepen bij de buurman. Deze hele lieve en behulpzame jongen man heeft zijn wifi tot onze beschikking gesteld. 'Zijn' wil zeggen, van de zeven appartementen die hij verderop verhuurt en momenteel allemaal leegstaan.

Foto's Triopetra
...


"...en van binnen, veel doorstaan. Mijn smetvrees is met namen op de proef gesteld. Ik heb ontdekt dat ik een knoop heb die ik uit kan zetten. Misschien kan ik het niet altijd, maar soms is ook al heel wat. Aan het begin van de reis voelde ik de 'bevrijding' waar ik zo naar verlangde, zo van, ik zit niet meer vastgelijmd aan mijn kleine veilige bestaan jn mijn coconnetje, ik woon in mijn eentje in een huis vol dieren en onbekende geluiden met een hek dat niet opslot kan, noodzaak maakt creatief. Ik kan het aan, gewoon omdat het moet, soort van, dan. Ook in Kreta vormden de wisselnde accomodaties meestal een postieve uitdaging. Kijk mij, ik drink uit een beker die er staat en ik spoel hem niet eerst om, kijk mij, ik slaap in dit bed, wetend dat talloze gasten er voor mij in hebben gelegen. Ik kan het. En dan zonder auto. Gewoon met de bus, lopend of liftend, of anders met de lieve Gina samen boodschappen doen. Creatieve oplossingen zoeken. Misselijk worden in de bus, maar denken, ok, dan zet ik een muziekje in mij oren en haal ik diep adem, het is straks voorbij, en kijken naar de adembenemende uitzichten uit het raam..."

Het blijkt dus weer, dat ik niet gelukkiger word wanneer er gemak is, maar juist wanneer ik ongemak aanga.

...

Het oorspronkelijke plan om door te reizen naar Spanje of Portugal bleek lastig i.v.m te laat zoeken naar vluchten. Die waren allemaal ineens erg duur en erg lang en omslagtig, tenminste naar onze bestemmingen. We besloten om voor de laatste vier weken een vast plekje te zoeken. Kreta is zo verkeerd niet, blijven we hier tot vier januari. 'Giorgio's house' in Triopetra leek ons geschikt. Vanuit de tuin zien we de zee van twee kanten, bergen, en voor de rest niks en niemand, ok, op de schapen en de herders na. Er is een zogeheten 'minimarkt', die ging, als je geluk had en er iemand kwam die de eigenaar vanuit zijn woning op de helling riep, pas om 17.30 open en had alleen maar sponsjes, wasknijpers en wat oude sinnasappels. Dan maar naar Spili voor boodschappen. We begonnen ons te settelen en te nestellen. Helaas verliep de communicatie met de huisbaas niet zo soepel en zijn we opnieuw vertrokken.

...

Souda
"Souda, 5 km van Plakais. De deur klemt en gaat niet echt op slot, door problemen met het afvoer (dat een enorme paniekaanval bij mij teweeg bracht gelijk de eerste dag) moeten we naar een andere toilet via de tuin, provisorische plankjes, kapotte spiegel, oude slaapbank, schoon maar... En ga zo door, maar er is liefde, er is bereidwilligheid, er is een fantastisch terras dat op de zee uitkijkt (foto), en het is betaalbaar, dicht bij alles, natuur, stadje, zee, bergen... We zijn weer studenten. De kamer is opgevrolijkt en 'opgezelligd' met kaarsjes, steentjes en schelpjes, kerstverlichting uit de supermarkt en rommeltjes van de wekelijkse rommelmarkt - weer t.b.v. dierenrechten -  mijn ingekleurde mandala's, kaartje uit het klooster in Irael enz. Gezellig, ook tijdens de storm. We koken of eten uit, wandelen, zwemmen wanneer het kan, lezen, tekenen, ik haak, Arno studeert..."

Traditionele Kretenzische muziek leeft hier enorm. Zelfs in de uitgestorven wintertijd. Elke week is er ergens minimaal een optreden van dit bijzondere muziekgenre. Zelfs jongeren komen er op af. Vertederend vind ik dit. De lyra is het volks instrument, begrleid door de laouto en de mandolino. Vaak klinkt het troubadour  - achtig, er worden hele verhalen verteld. Het lijkt niet op Griekse muziek zoals we die kennen. Een wetenswaardigheid: Stroei Voei uit Ja zuster, nee zuster, is niet in het Grieks! Dit heft Gina ons verzekerd! Dat weerhoudt ons er niet van om het steeds maar te bijven neuriën, evenals Girl van The Beatles, die ook behoorlijk Grieks in onze ogen klinkt. Wij zijn ook rare muziekbeesten, Arno en ik... :)

Foto's optreden

...

Plakias 2
Door het steeds slechter wordende weer en bovengenoemde omstandigheden in onze 'studentenkamer', verhuizen we weer. Tegen onze zin in, want de locatie is prachtig en de kamer is gezellig, maar gewoon niet te doen. Zelfs rijden nar het dorp is niet altijd veilig. Dan maar onze oude sfeerloze kamer in Plakais weer. Daar is tenminste warm water en de douche en de wc doen het gewoon. Zijn we ook dicht bij de winkels en restaurants. Wanneer het stroom voor de zoveelste keer uitvalt, is een cafeetje met een houten kachel, toch ook wel erg prettig. Keerzijde: er wordt gerookt in horecagelegenheden.

"...Wanneer het weer slecht wordt in de laatste twee weken, gaan we toch af en toe een frisse neus halen. Dan blijkt Arno het talent te hebben om mij door onmogelijke bergpaadjes heen te sleuren of door een verlaten vakantieoord te dwalen, op weg naar een of ander privé strandje of via een mysterious bergwand van een onheilspellende rotslandschap, waar het betsaan van alleen bekend is onder schapen, geiten en bij Arno, die versterkt is door een vaag vermoedelijk streepje op google maps. En ik volg mijn mannetje maar, als een braaf echtgenote... Terwijl ik stiekem op een potje beschaafd luchtje scheppen heb gerekend."

foto oord, Arno in de wolken, rotsen, enz
Mijn nerd is een avonturier - naakt zwemmen, in de regen lopen, moeilijkste routes
...

"Ik had graag gebleven om te zien hoe al dat groen wat nu boven de grond komt zich omvormt tot bloesem. Bollen en knollen en wortels van alle vormen en fotmaten produceren na al die regenval vers groen blad. De bergwanden zijn voor grote delen vergroeid en overal komen er bladerige beloftes uit de grond. Nog een maand en dan zal de enorme bloei vast wel beginnen. Tulpen, narcissen, lissen, cyclamen, anemonen, klaprozen en nog veel meer, dat vermoed ik allemaal. Maar voor nu moet ik het doen met regen, wind, mist en groene beloftes. Ik ga toch maar eerst naar huis om vervolgens te oriënteren op het volgende hoofdstuk. Werk zoeken? Tijdelijk? Of iets dat ik met mij mee kan nemen, zoals vertaalwerk? De volgende reis plannen? Misschien wel allemaal. Ik wil hier blijven, en het kan ook, waarom ook niet? Maar naar huis gaan heeft ook een belangrijke functie in het geheel en bovendien mis ik mijn kinderen, kleindochter en vrienden. En mijn huis toch ook wel. En het gemak. Natuurlijk ben ik ook huiverig voor de oude spoken. Die zullen er ook weer komen, zijn eigenlijk niet weg geweest. Af en toe had ik rust, vaker dan thuis kon ik de afgelopen weken er gewoon zijn, niet zo veel moeten, genoeg habben aan lezen, schrijven, tekenen, wandelen, zwemmen. Kan ik thuis kijken of dit daar ook wel een beetje wil lukken."

.......

"Nu, half december, nadert ons verblijf hier zijn einde. We hebben een groot deel van de regio's Chania en Rethimno gezien. Dit eiland is wonderlijk, zeker in de winter. Ik kan in woorden de ontelbare tinten blauw, de zee, de lucht, de wolken, de regenbogen, de bergen niet vatten. De zee, de zee die er overal weer tussenin duikt, tussen bergen en dalen, in de verte en dichtbij, waar we vanaf ons terras op neerkijken, waar we steeds weer in gaan zwemmen, als de zon maar warm genoeg is. De storm, allerlei soorten storm, allerlei soorten wind, in de bergen, uit de bergen, aan zee, vanaf de zee, naar de zee toe. Windvlagen die de zee inwaarts 'schaatsten', enorme storm die het ijzeren hek van ons huisje, 2 meter breed, omver heeft geblazen."

fotos storm, hek, wolken

Wie de Hebreeuwse taal machtig is, is welkom mijn gedichten te lezen, die vatten de boel misschien wat treffender.

1-1-2017

We vertrek uit Plakias, waar we drie en halve weken hebben 'gewoond' met gemengde gevoelens. Wel lekker om weer in beweging te komen, on the road again. Maar ook echt afscheid moeten nemen van dit mooie plaatsje, van stranden die we intiem hebben leren kennen, en van de mensen, de winkeliers, huisbazen, restaurants en cafés, en zelfs de van andere schaarse vakantiegangers die je overal weer tegenkomt, voor mijn gevoel ben ik hier al een beetje thuis en neem ik afscheid van mijn buren.
Deze tweestrijd merk ik gedurende de hele reis, behoefde aan verandering aan de ene kant, en aan vastigheid aan de anderen kant. Allebei basale mensenlijke neigingen. In elk geval, de reis terug begint en de geest wil anticiperen op hoe het zal zijn om weer thuis te zijn. Ik wens mijzelf meer in het moment te kunnen zijn, de dingen niet onnodig zwaar maken. Thuis weer kijken wat en hoe, blijven ademen, gewoon doorgaan...

Chania 2


Album boeddha
Album voeten




Heimwee

Crème en wasmiddel fabriceren

Jeronimo

En als je dacht dat je alles had gezien, palmstrand, 460 treden

Storm

Regen en regen noodweer en kou geen warm water Dip Geen kleren

Weer verhuizen

Kameleon koken

Sleutel aan de verkeerde kant

Slager

Koelkasten met ademhalingsproblematiek

Winter community

Grieken geven en geven

Wol

Mandala's

Boeken

Restaurants die open gaan en die dicht gaan, als een monster met 100 ogen

Arno denkt dat we geiten zijn

De zee heeft honderd gezichten

Adam en Eva

Wegwerkzaamheden, lieve nette en vlaggen

Geheime taverna

Alles went

Soms is de rek eruit

Rijden

Punt van kreta