Zoeken in deze blog

vrijdag 20 mei 2016

Bevrijding?

15-6-2016

Eindelijk maar publiceren dit draak van een stuk... Heb steeds geaarzeld om dit stukje rit-in-de-emotionele-rollercoaster te delen, best kwetsbaar.

Nu keek ik gister naar deze documentaire: "Een bizarre maar optimistische film over de kracht van de verbeelding. De familie Angulo wil naar het beloofde land Zweden, maar door economische omstandigheden komen ze niet verder dan een klein appartement in het, in vaders ogen, verdorven New York. De ouders besluiten hun zes zoons binnen te houden. Moeder geeft hen thuis les en vader geeft hen films, veel films. De opgroeiende broers leren de wereld kennen door middel van de verhalen en de werkelijkheid van de films die zij zien. Ze schrijven scènes uit en spelen favoriete scènes na in zelfgemaakte kostuums en decors, zoals scènes uit Reservoir Dogs en The night before Christmas. Regisseur Crystal Moselle leert de jongens op straat kennen wanneer ze als Wolfsroedel (Wolfpack) gemaskerd en verkleed New York verkennen. Zij raakt onder de indruk van deze jongens die de wereld om hen heen becommentariëren vanuit hun bijzondere perspectief gebaseerd op de filmische werkelijkheid die zij kennen van de meer dan 5000 films die ze thuis hebben gezien"

(mocht de link verlopen zijn, kijk dan hier of hier)

Opnieuw geraakt door de 'kracht van de verbeelding' heb ik zelf ook weer moed gevat. Zo werkt het....

Daar komtie dan.

28-2-2016 – Bevrijding!

Dus, de auto begaf het op weg naar een kort weekje vakantie bij Peter, in een mooi huis, dat ik ontdekt heb tijdens twee retraites die ik daar heb gedaan. Al eerder hebben wij daar een paar dagen een kamertje gehuurd. Een fijne plek.

De wegenwacht bracht ons naar een vervangende auto en onze auto naar de garage. Opvallend genoeg is dit niet de eerste keer dat de auto ons in de steek laat op weg naar vakantie. Het lot wil er iets mee zeggen, blijkt. Maar in tegenstelling tot de andere keren, bekroop mij bij het thee drinken in een bezinestations langs de snelweg tijdens het wachten op de wegenwacht, een soort gevoel van vrijheid. In plaats van mij slachtoffer te voelen, voelde ik mij ineens op een bepaalde manier wakker. De bekende, zo vaak bewandelde paden werden vervangen door iets onbekends, een avontuur. We moesten improviseren, creatief zijn.

Nu moet ik zeggen, dat ik zo'n soort gevoel ook al had toen ik afgelopen kerstvakantie terug kwam uit vakantie in Spanje. Een gevoel van, ja, ik hou niet van vliegen en niet van door tunnels rijden en niet van gevaarlijk kronkelende zandwegen of van steile wandelingen in het donker, en ook niet van onbekende plaatsten en drukke attracties en al zeker niet van lang moeten wachten op een vliegtuig en van nachten niet slapen vanwege rare vluchttijden en ook niet van te veel in een groep zijn en niet van vreemde toiletten en van parfum luchtjes en ga zo door... Sterker nog, heel mijn systeem is gericht op angst en afwijzing van al deze en nog veel andere situatie. De beloning was natuurlijk groot: het verblijven in een paradijselijke locatie midden in de bergen met alleen maar blauwe luchten en verblindend zonlicht – iets wat op mij een acute heilzame werking heeft – met uitsluitend het geluid van stromend bergwater en vogelgezang en de enorme rust dat deze omgeving met zich meebrengt. Maar er was nog iets nieuws, iets dat buiten het 'fijn - niet fijn' spectrum stond; toen ik thuis kwam merkte ik een ander verdienste, een gevoel van voldoening, juist omdat ik al die dingen deed en heb doorstaan. Ik heb het gedaan, jee! Iets ging er open. Ik begon erover te fantaseren om te gaan reizen.

Ik ben niet gewend in mijn fantasieën te geloven. Ik heb zo vaak ideeën en fantasieën waar ik geen raad mee weet. Bij thuiskomst raakte ik in een soort winterdepressie. In Nederland was het begin januari zo diep somber dat ik bijna weigerde te erkennen dat ik er überhaupt was. In mijn fantasie was ik nog in Spanje. In dat zonlicht. Dit gevoel veranderde langzamerhand in de gewone sleur, maar blij werd ik niet. Ik worstel al zo lang met depressieve en angstige gevoelens, en die waren er allemaal weer. Gewoon weer somber.

Totdat de auto op weg naar Kranenburg stukging en dat gevoel van wakker zijn mij weer bekroop.

In Kranenburg, een dorpje voorbij de grens bij Nijmegen, hadden we eigenlijk geen auto nodig. De plek is zo mooi en er is alles. Een mooie grote keuken – eten hadden we genoeg bij ons – een geweldige meditatiezaal om in te mediteren, te yoga'en, te tai-chi'en e.d., een grote woonkamer met een piano, diverse eet- en zithoeken, een houtkachel en buiten, de prachtige glooiende tuin met daar direct achter, bos, bos en bos.

En wanneer we een boodschapje nodig hadden, deden we dit lopend, helemaal geen zin om de auto te gebruiken. Goed voor onze conditie.

En toen moest die vervangende, ongebruikte, auto terug en wat dan? Dan maar verder zonder auto. We besloten om te kijken wat het zal worden. Mijn zoon kon ons komen ophalen, nog iemand bood aan om ons te rijden en er was ook nog altijd openbaar vervoer, alleen is het zo dat wij bepakt waren voor een autovakantie, dus daar ging er een tas in en nog een tas en nog een met van alles en nog wat zoals spelletjes, hoofdkussens, yogamat, haakwerk, tekenspullen, boeken en ga zo door, en dan ook nog kratten met eten, de gitaar en noem het maar op...

Maar ja, eerst de auto terug brengen maar. De weg terug was al heel interessant, met twee plaatselijke bussen die niet zo vaak gingen en daar tussenin veel moeten lopen, zoeken, vragen, wachten, en nog eens lopen van het dorp naar onze vakantieverblijf. Moe, koud, maar voldaan kwamen we er uiteindelijk. Ook die dag bekroop mij dat gevoel: het is misschien minder gemakkelijk, minder vertrouwd en er zijn veel meer obstakels dan ik zou willen, maar ik voel me vrijer, ik voel dat ik leef, ik wil meer.


De laatste dagen hebben we doorgebracht met meer van hetzelfde, binnen en buiten mediteren, wandelen, lezen, muziek maken, nog een keer naar het dorp lopen op uit te gaan eten en als beloning voor de omweg in die vrieskoude nacht, een grote gele volle maan die lekker bovenop twee wolken lag te drijven...

Nu zullen er mensen zijn die zullen denken, nou nou, een beetje met openbaar vervoer reizen, een beetje lopen, wat is daar zo bijzonder aan? Het gevoel is voor mij bijzonder. Het perspectief. Ik ontdek dat ik mijn leven heb ingericht rondom gemak, veiligheid, voorspelbaarheid. Ik vermijd verassingen, herrie, drukte, luchtjes en ga zo door. En ik ben depressief en angstig. Angstig voor al die dingen die er kunnen gebeuren. Depressief door het vermijden ervan. Ik heb een soort steriel leventje gecreëerd waarbij verassingen en afwijkingen niet welkom zijn. Dit mechanisme houdt zichzelf in stand: hoe sterieler, hoe angstiger. Maar ineens, bij het onzeker lopen zoeken naar een bus op een onbekende plaats, of bij het meegenomen worden door een verassend aardige wegenwacht medewerker, of het moeten sjouwen met zeven tassen en een gitaar in overvolle treinen, en naar het station weggebracht worden door een welwillende man, bij het moeten improviseren, bij het moeten vertrouwen op anderen, op het lot, op de gang van zaken, kwam ik tot leven, ik dacht ook, laat ik het maar nemen zoals het komt, en ineens was het geen cliché meer of een mantra, het was het meest praktische om te doen.

Tijdens het mediteren in de tuin, in de winterse zon bij Peter nam ik het besluit om er tussenuit te gaan. Om een time out te nemen om echt op adem te komen. Ik probeer al zo lang opnieuw te beginnen, maar misschien kan het niet zomaar. Misschien moet er even een punt achter om daarna pas opnieuw te kunnen beginnen. Ik voel me blijer en opgeluchter dan ooit. Het is ook eng, maar anders eng.



19-4-2016 – Leegte

En kijk nou eens, zo gezegd, zo gedaan. Ja, echt, al kan ik het nu nog niet bevatten, zoveel is er gebeurd in die korte tijd.

Op 1 april heb ik de leerlingen uitgezwaaid, en het was geen grap, sterker nog, het was behoorlijk heftig, dat had ik niet eens zo verwacht. Zowel leerlingen als ouders vonden het jammer dat ik voorlopig ging stoppen, al konden ze begrip opbrengen. Lieve berichten, begrip, maar ook verdriet en zelfs een huilend meisje op les. Aan het einde mooie kaarten met wijze woorden en lieve cadeautjes, echt hartverwarmend, zeker gezien mijn eigen zelfbeeld, namelijk: 'niks waard'. Het drong ineens door, ze waarderen mij, echt. De laatste lessen waren ook erg leuk en ontspannen. Desalniettemin staat mijn besluit vast.


Ik laat het voor nu allemaal even achter. Thuis keek ik met ongeloof naar mijn mooie studio vol herinneringen, vol instrumenten, vol bladmuziek van alle mogelijke formaten. Op de piano nog allerlei kopietjes, een tekening van kinderhanden... ik heb nog even een afscheidsmelodietje gespeeld op de mooie Pleyel in de studio – normaal gesproken 'de piano van de leerlingen', 'mijn piano' is de Schimmel die benden staat – maar nu wilde ik hem weer even horen, en wat klonk hij prachtig!

Even terugblikken, niet weinig gedaan, met zangers en instrumentalisten gespeeld, klassiek en licht, koren begeleid, zes koren gedirigeerd, drie koren opgericht, muziektherapie gegeven, en in wezen vanaf mijn achttiende al pianoles gegeven. Dit is pak en beet vijfendertig jaar.

En nu zit ik hier en mis ik mijn leerlingen. Nu komt het gevoel. Die leuke puber meiden en jongens en die schattige kindjes die wekelijks bij me kwamen en met wie ik de passie voor muziek kon delen. Leuke leerlingen had ik ook. Dit hoort erbij, verdriet, afsluiten en nu ga ik ervoor al weet ik totaal niet waar precies heen, en al voelt het op dit moment helemaal niet zo hoera-achtig.

Een Nieuw Tijdperk. Iets wat ik heel lang wilde. DE Wending, HET Omslagpunt, DE Verandering, hoelang heb ik hier niet over gefantaseerd, hoe vaak heb ik getwijfeld en getobd?

Kort en krachtig doorgezet, ben er een beetje beduusd van. Afscheid van de leerlingen nog amper genomen en mijn huis als B&B te huur gezet. Hard gewerkt en mijn perfectionisme mocht dit keer behalve angst en slapeloosheid ook superresultaat werpen, een erg knus en fris huisje en meteen zes boekingen, in een maand! Jee!

En nu zit ik bij Peter achter de computer in de mooie kamer, buiten is het groen, het bos is mooi, het weer wil ook meewerken. En ik ben niet blij. Ik ben moe, leeg, voel me een beetje verdrietig en ontheemd. Natuurlijk kan ik altijd naar huis (tussen de gasten door dan), ik doe dit voor een maand als een proef om te kijken of het werkt, niks aan de hand. Afwachten, voelen, laten komen wat komt, dat wilde ik toch? Even er doorheen, logisch dat ik moet omschakelen, toch? Even de boel open houden, en kijken. Ja, toch?



22-4-2016 – Twijfel

Vanavond is het Pesach, het feest van de vrijheid, de bevrijding van de slavernij. De volle maan is ergens achter de wolken. Een beetje mis ik de Pesach-bedrijvigheid die nu in Israël heerst. Ik zou er eigenlijk heen gaan, maar toen bedacht ik me en besloot om naar Duitsland te gaan – weet je nog? - en nu zit ik hier. Altijd dubbel het gevoel rond dit soort momenten, aan de ene kant er niks om geven, wat heb ik nu eigenlijk met die feestdagen? Waarom zou ik ze vieren? Aan de andere kant een oud gevoel van erbij horen, van saamhorigheid, maar is die eigenlijk wel ooit geweest?

Vannacht had ik een soort paniekaanval. De reden: geen keuzevrijheid. Daar heb je het thema weer. Ik moest van mijzelf meedoen met de retraite die hier start, anders zou iemand kunnen denken dat ik een slappeling ben. Zoiets. Ik heb vrij genomen, maar ben ik dan gelijk vrij? Nee dus. En wat is het eigenlijk, vrijheid? En is het een blijvende toestand? En is er dan wel verschil tussen werken of niet werken? En tussen thuis zijn of elders zijn? In de stad of in de natuur? In Europa, in Israël, of verder weg?

'Waar je ook gaat, daar ben je', luidt de titel van een boek over mindfulness, de kunst van het zijn. En zo is het natuurlijk ook. Je neemt je angsten mee, en je spoken, je geschiedenis, je gewoontes. Wat is dan de nut? Dat ga ik hopelijk ontdekken. Nu nog maar net een weekje weg, geduld hebben, nieuwsgierigheid, interesse, open blik. De overtuiging waarmee ik het eerste stuk hierboven in februari had geschreven is enigszins vervaagd. Maar een doorzetter zoals ik ben, ik ga het ontdekken...

Elke dag wandel ik. Lekker in het bos, vandaag langs een mooie plas. Paniek kwam op bezoek ook toen ik in mijn eentje over een smalle houten brug moest lopen, waar een deeltje van ontbrak... meestal hou ik me vast aan Arno, maar hij kan niet altijd mee. Dit wordt ook spannend.



Niet te veel denken, niet te veel plannen, beslissen vanuit het hart, niet vanuit het hoofd. Dit is misschien de hoofdverdienste van zo'n tijd vrij, dat dit mogelijk is. Nu nog oefenen. De retraite is begonnen, ik doe niet mee. Ik doe weer de truc, ik hou een eigen retraite, mijn eigen beoefening luidt: 'negeer de retraite', vergeet de leer, de leraar, de regels en vind je authentieke stem, je ware behoefde. Zo.

 

28-4-2016 – paniek

Vanochtend heeft het tweede deel van Philipp Glass's vioolconcert mij van mijn ligplaats op mijn yogamat opgetild en neergezet in zachte, weidse grasvelden gelegen in hogen bergen. De schone berglucht vulde mijn longen, een kalmte kwam over mij heen, dit alles terwijl ik starend naar waterreflectie vanuit de dakgoot op het plafond mijn ledenmatten aan het strekken was, ja, ik ben thuis. En zo ineens kreeg ik lucht, ruimte, ineens was het gevoel waar ik heel dit avontuur door begonnen ben, weer helemaal daar. Gelukkig hebben ze bij radio vier, tegen hun gewoonte in, niet direct een of ander marsmuziek, of een stevige hoornconcert er achteraan ingezet, maar gingen nog even verder met verstilde lichtdruppels muziek, clair de lune van Debussy. Nog even ademruimte dus. Dat had ik even nodig

Zondag thuisgekomen voor een pauze van het-vechten-tegen-het-vechten, van de-retraite-van-de-retraite, van het zo-hard-proberen-te-ontspannen, dat allemaal gepaard begon te gaan met hyperventileren en paniekaanvallen. En wat dacht je, thuis kreeg ik het nog te kwader. Er zijn mensen in mijn huis geweest, ja, dat wilde ik toch, een B&B, een perfecte nog wel. Die lekker loopt ook. En de mensen kwamen en gingen, en ja, dat kon ik zien en ruiken en voelen. En de paniek sloeg hevig toe. Resultaat, drie dagen paniek, migraine en diaree.

Maar nu dacht ik, ik heb toch wel wat ervaring opgebouwd in oktober, waneer ik een maand lang last had van dit soort grappen. Wat heb ik ook al weer geleerd? Wat heb ik nodig? Ja, ik weet het nog wel. Warmte, liefde, veiligheid, zelfcompassie. Vriendinnen gelijk ingeschakeld, hoe fijn het is dat ze voor me klaar staan, kan ik in woorden uitdrukken, een paar woorden, een kop thee samen, een knuffel. Mijn meditatiegroep, een warm bad, zeer heilzaam. En dan de liefde voor mijzelf, daar heb ik ook al mee geoefend. Verder naar mijn fijne huisarts, die had voor mij een wonderzalf en wat pilletjes. En toch, en toch, de paniek is zo sterk.
Straks naar mijn fantastische acupuncturist en ook naar de psycholoog. Ik voel me gevoed, en nu net vanochtend die Glass die mij er even uit heeft getrokken, voor zolang het duurt.

Het lijkt zo simpel. Die weidsheid is altijd beschikbaar. Neem adem, kom in je lichaam, voel, adem nog eens, luister, tast, ruik en je bent er. Hoe presteren de spoken het dan toch om mij keer op keer hun gevangenis in te lokken? Vipassana leraren zouden zeggen: gebrek aan mindfulness. Blijven opletten, in het moment zijn, aanwezig zijn dus. Maar er is meer. Er is zeker meer. Er zijn de keuzes, het doen. Wat doe je met de angsten behalve te voelen?

1-5-2016 – terug in het zadel




Opgeladen en wel ben ik samen met Arno weer terug in Kranenurg. Het is een feit - hoewel, in hoeverre is iets een feit wanneer alles ook blijvend veranderlijk is? Maar ik schijn een flinke angststoornis te hebben die gepaard gaat met dwanggedrag.

Door cognitieve gedragstherapie leer ik de irrationaliteit van sommige gedachten in te zien en ander gedrag toe te passen. Met mindfulness meditatie leer ik ze maar te laten zijn voor wat ze zijn, het zijn immers maar gedachten en je hoeft ze niet altijd te geloven. Met zelfcompassie leer ik ondanks alles toch van mijzelf te houden. In oktober kwam ik er goed uit naar mijn idee, en toch, een terugval.

Daarom gingen ook tijdens het verblijf op mooi Rivendel contacten met medebewoners, familie die op bezoekt kwam, of een dag oppassen op mijn heerlijke kleindochter, helaas weer gepaard met veel spanningen en angst.

Tussen de bedrijven door hadden Arno en ik onze eigen ritme gevonden en hebben kunnen genieten van de natuur, van elkaar en van onze eigen 'normale gek doenerei'...  



















16-5-2016 – weer pech onderweg

Op weg terug naar huis, na twee weken van een prettige afwisseling tussen werken (Arno), veel in de zon zitten (ik) en wandelen (samen), zijn we bij de Duivelsberg gestopt voor een laatste wandeling en heerlijke pannenkoeken. We hadden het kunnen weten, het heet toch niet voor niks de Duivelsberg? In de auto ingebroken, twee ramen ingeslagen, Arno z'n computer, ipad, toetsenbord e.d. gestolen, plus nog wat van mij. Stom stom stom, ja, nu weten we het, niet zo naïef zijn, 'het is een natuurgebied, er kan niks gebeuren'.., wij zijn TE goed van vertrouwen. Sinds thuiskomst een hoop geregel en gedoe met verzekeringen en aangiften. Op een rare manier lukt het mij niet om boos te zijn. Met een onbestemd gevoel loop ik enigszins re hyperventileren.


19-5-2016 – afronding van het hoofdstuk

Deze maand was leerzaam en turbulent, leuk en niet leuk. De eerste stap is gezet. De bottom line blijft gelijk aan de top line oftewel mijn intentieverklaring van februari, ik ga ervoor. Het is een noodzaak. Er is een vraag ontstaan: in hoeverre heeft de plek waar ik me bevind significante invloed op mijn gemoed? En is er een plek waar ik me zo goed voel dat ik er langer wil blijven? Misschien toch in Israël, of op een andere zonnige plek. Bergen, zee, openheid, stilte. Ik ga het zoeken, ik ga het hopelijk vinden, ook al betekent dit dat ik mijn dierbaren minder ga zien. Ik moet dit keer voor mijzelf kiezen. Het is behoorlijk onwennig, ik kan het niet goed, ik struikel zes keer per dag, maar ik ga, ik ga, ik ga.

Tijdens een stilte wandeling in het bos kwam de tekst van dit lied in mij op. Het resoneerde met de vraag die door mijn hoofd ging: komen er nog rustige, vredige tijden? Als zuiverend water hielp het mij even om de spanning van mij af te laten glijden, en zo ging het bij mij ook even behoorlijk stromen.



Ik heb een poging gedaan om de tekst te vertalen:

Zal het zijn?
Zal het zijn dat een dag er nog komt
Vol van gunst en vergeving?
En je loopt op het veld
Als een wandelaar, simpel en recht

En het bloot, en het bloot van je voet
Wordt gestreeld door het bladige onkruid
Of het mes van de graan
Doet je pijn, maar de pijn is zo zoet

Of een bui haalt je in
Met zijn horde van knettren'de druppels
Op je schouders, je borst, op je nek
En je hoofd opgefrist
En je loopt in het vochtige veld
Met de stilte wijd in je
Als het licht, aan de rand van een wolk

En je ademt, je ademt
De lucht van de groef
Met kalmerende adem
En je ziet dan de zon
In een spiegel van water en goud

En eenvoud, zo eenvoudig
Zijn dan ook de dingen 
En levend en tastbaar
En liefhebben is goed
Ja, liefhebben, liefhebben is goed

Heel alleen loop je dan op het veld
Niet verbrand door het gloeien
Van de brand op de wegen die stijf staan
Van gruwel en bloed
En met zuivere hart ook dit keer
Ned'rig geef jij je over
Net of ben je dit gras, net of ben je een mens.

dinsdag 20 januari 2015

Harduf

Israël, december 2014, Nederland, januari 2015
(Een deel geschreven als dagboek tijdens mijn verblijf en een deel als beschouwing achteraf)

Uitzicht vanuit Harduf
Spreek uit als Hardoef. Een antroposofische kiboets in de Galilea bergen in het noorden van Israel. Hier zit ik, in een appartement die ik gehuurd heb voor heel de maand december - de plek kwam ik overigens geheel per toeval tegen, wist niet eens dat het bestond... Weg uit de kou, de donkere dagen, de goede sint en andere vrolijkheden, kortom, weg uit 'december in Nederland' (in Israel is het welliswaar chanuka, nog een lichtjes feest waar ik het niet zo op heb, ben nou eenmaal niet zo'n feest(dagen)beest, maar chanuka houdt zich nog redelijk bescheiden, beheerst niet heel het leven en commercie en wordt ouderwets in familiekring gevierd, makkelijker te negeren dus). Met een beetje geluk ga ik naar het (zon!) licht, hopelijk een beetje warmte. Naar 'mijn' land, hoewel ik soms niet meer weet of het nog 'mijn' land is. En toch, bij aankomst valt er iets van mij af. Ik ben hier opgegroeid, het is mijn taal, het vloeit. Dat is 1.

Als rode draad, loopt door mijn verblijf in Israël de vraagt omtrent mijn relatie met het land waar ik ben opgegroeid. Die is al jaren gekenmerkt door dubbele gevoelens. Ik vind lang niet alles fijn hier. Israël heeft behoorlijk wat lelijke kanten. Het zit hem in menselijk gedrag. Luidruchtigheid, brutaliteit, zenuwachtigheid, opdringerigheid. En dan zijn er de pijnlijke persoonlijke gevoelens.

Voor het huis waar ik opgegroeid ben, bij de laurier
Mijn ouderlijke huis

Hier heb ik ooit mijn verdriet opgedaan. Vooral Jeruzalem ademt 'verleden'. Elke hoek en elke plek zitten vol herinneringen. De eerste dagen zit ik daar in een mooie B&B en schommel tussen de aantrekkingskracht van mijn jeugdplekken en de neiging om ze te vermijden. Ik schrijf veel, ik probeer te voelen, dat helpt mij er een beetje doorheen.

B&B Bayit Bagina, Jeruzalem

Na een paar dagen wordt het mij zowel van binnen als van buiten bedrukkend in de stad. Naar het noorden dan maar, naar Harduf. Daar wacht tenslotte mijn buitenverblijf op mij. Een surrealistisch bestaan. Het is al meer dan een week boven de twintig graden, abnormaal ook voor hier, heerlijk natuurlijk. Nu al Voldoende vitamine D aangemaakt voor de rest van de winter. Doel 2 mag dan ook afgevinkt worden.

B&B Bayit Bagina, niet verkeerd...
Een antroposofisch dorpje - of een modern wordend kiboets, zoals de meeste kiboetsim tegenwoordig  - wel met een sterk gemeenschapszin. Er lopen hier drie projecten voor mensen met diverse beperkingen, of speciale behoeftes, zoals het hier heet. Deze volwassenen en jongeren wonen in het dorp onder begeleiding en werken in de velden en de moestuinen, in ateliers en werkplaatsen voor aardewerk, hout en papier, ze naaien, weven, bakken, koken en bedienen in cafés, restaurants en winkels, waar alles uiteraard biologisch en vegetarisch is...Mooi. Later hoor ik dat de meeste inwoners van Harduf werkzaam zijn in deze projecten als begeleiders, leerkrachten, therapeuten, coaches, opleiders van begeleiders e.d

Kama centrum in Harduf
Kama, koffie en aardewerk

Het is een mini maatschappij die bijna ideaal lijkt. Om een compleet plaatje te krijgen, moet je er natuurlijk langer zijn en er dieper in duiken. Ik heb me een beetje aan de oppervlakte gehouden en me als een soort gluurder opgesteld, keek her en der, maakte een praatje en genoot ook vooral van het mooie aanbod en van een leefstijl die bij veel van mijn ideeën en idealen perfect past.

Het restaurant waar alles uiteraard heel gezond is...

Een van de centrale gebouwen


Huis is Harduf

Uit diverse gebouwen klinkt muziek, de laatstejaars blijken te oefenen voor hun eindpresentatie, ik hoor zang en mooi piano-, fluit- en klarinetspel,er lopen jongeren met kostuums rond, en er wordt druk overlegd, gerepeteerd en gecoacht, o.a. onder de wijdse, bijbels ogende, Johannesbroodboom...

Overleg onder de bijbelse boom

Mijn bovenbuurvrouw / huisbazin speelt harp, of is het een lier? Best rustgevend zo door de muren heen. En door de straten zweven ze dan, de (soms) opvallend gekleed antroposofen....




In het midden van het dorp is een soort Garden of Eden, of zo voelt het voor mij, met prachtige bomen en struiken; citroen, sinaasappel, grapefruit, granaatappel, geurende rozen in wit, rood en roze, kruiden, in het midden een fontein met de typische bekkens die het water in elkaar doen overvloeien. Verderop de moestuin, de velden, de bakkerij, de koeienstal, de school met zijn vele gebouwtjes en terreinen, er staat een knuffelboom voor de kinderen...

Garde of Eden

Maar dan, 4 km verder op, Shefaram, een drukke Arabische stad. De straten zijn er te smal, de wegen zijn slecht met gevaarlijke kuilen en niet gemarkeerde drempels waar je zo over de kop heen gaat als je niet heel erg goed oplet, de huizen zijn op elkaar gepropt...

Shefaram, of een van de omliggende dorpen

Gedumpt afval

In de schemering, tijdens mijn wandelingen in het bos dat aan Harduf grenst, klinkt de Muezzin vanuit de omliggende dorpen op de heuvels die Harduf omringen. Ook vroeg in de ochtend bezingen ze de grootheid van Allah en zo (zeker) zes keer per dag. Betoverend vind ik het klinken, zoals vroeger toen ik in Abu-Tur op de grens tussen west en oost Jeruzalem woonde. Wanneer er echter meerdere Muezzins door elkaar zingen, klinkt het, muzikaal gezien, enigszins eng... Later kom ik erachter dat het een digitale Muezzin is, en begin ik er, eerlijk gezegd, ook een beetje genoeg van te krijgen...

Op weg naar Mitzpe Aviv, naar mijn vrienden Armiram en Tilda Goldin, om o.a. hun project, Gedeeld Landschap, te bekijken, rijd ik de eerste keer per ongeluk via Shefaram. Ik geloof gewoon niet wat ik meemaak. Het contrast tussen de leefstijl van de Rudolf Steiner aanhangers, de Arabische dorpen die ze omgeven, en dan de 'reguliere' villa-achtige Joodse plaatsjes die over heel de Galilea verspreid zijn is onwerkelijk. (Tussen haakjes, het feit dat Mitzpe Aviv 'Joods en zionist zijn' als voorwaarde voor residentie is gaan stellen, was voor Amiram en Tilda een reden om deze plaats als protest te verlaten. Na wat jaren zijn ze met gemengde gevoelens toch terug naar hun huis gekeerd. Vandaar uit, zetten ze hun activiteiten voort).

Tilda en Amiram Goldin
Uitzicht op Haifa vanaf het balkon

Het project Gedeeld Landschap zijn Amiram en Tilda gestart ter nagedachtenis aan hun zoon, Omri, die in 2002 is omgekomen in een zelfmoordaanslag op een bus. Het is een groot stuk land, liggend op een heuvel, waar tussen de rotsen de natuurlijk flora - eiken, charob, wilde olijf e.d - wordt aangevuld door gecultiveerde olijfbomen, kruiden, diverse zithoeken, een keuken, picknicktafels ... Er worden workshops gehouden voor schoolkinderen van Joodse en Arabische scholen. Twee vaste klassen die acht keer per jaar, drie jaar lang in dat gedeelde stuk traditioneel landschap diverse activiteiten doen. Ze leren elkaars taal en cultuur kennen d.m.v. spelletjes, eten maken, op een traditionele wijze het land bewerken etc. Ik was overigens van plan om daar te gaan helpen. Een dag heb ik jonge olijfscheuten lopen snoeien en zakken gevuld met zwerfafval, mijn persoonlijke passie... Helaas kon ik niet verder i.v.m rugpijn. Maar ik blijf deze geweldige mensen op diverse manieren steunen. Dit kan overigens iedereen doen d.m.v een donatie.

Gedeeld Landschap
Gedeeld Landschap
De kinderen hebben tweetalige bordjes gemaakt
Rainbow of Hope
Toch frappant, hoe je zo dicht op elkaar kan leven en elkaar bijna niet kennen. De mens is maar eenkennig. Ik betrap mijzelf op hetzelfde. Tijdens mijn verblijf in de Galilea krijg ik regelmatig het gevoel een deel uit te maken van een vlechtwerk van volkeren, culturen en religies; Arabisch, Joods, Christen, Moslim, Bedoeïen, Druze, Bahai. Binnen dit vlechtwerk echter, beweegt iedereen zich binnen de eigen kleur. Ik, als jood, sla uit gewoonte en gemakzucht de Arabische dorpen over, zoek vooral de joodse plekken op, koop in joodse winkels. Ik keek dit keer goed om mij heen en was verbaasd te ontdekken dat de Galilea overwegend Arabisch is, en wat een bloeiend Arabisch leven er in grote steden en dorpen is! Oogkleppen...

Wel valt mij op dat vredesactivisme geen vies woord meer is, er zijn talloze initiatieven voor samenwerking en vrede. Zo is er ook in Harduf, een project voor Joodse jongeren uit heel de wereld die in de Arabische sector vrijwilligerswerk doen, en om nog iets te noemen, mijn stiefmoeder die thuis een verkooppunt heeft voor het prachtige borduurwerk van Palestijnse vrouwen uit de bezette gebieden, vergelijk ook met dit initiatief. Er zijn een aantal gemengde scholen enz. De rij is te lang om te noemen. Jammer dat de media vooral het negatieve belichten.

 Eergisteren verlangde ik naar de zee. Een vriendin zei, ga naar Achziv. Daar heb ik ook mooie jeugdherinneringen, dus gedaan. Vlakbij mijn bestemming wilde ik pinnen en boodschappen doen. De pin-automaat weigerde echter mijn beide passen. Dus moest ik terug naar het stadje Naharia, ook daar geen geluk gehad. En weer de tegenstelling tussen de drukke stad en de pastorale dorpjes langs de kust. De weg naar het strand bleef overigens onduidelijk. Uiteindelijk wilde een aardige man mij zowel de weg naar de kust wijzen, als vijftig euro wisselen waardoor ik uiteindelijk met mijn koffie en croissant, op een rots kon gaan zitten, hopend van de rust te genieten.














Plastic... :(



























Rust was er wel, Israëliërs gaan niet naar zee in de winter, ook is het 24 graden. Een paar vissers, meer niet. Verderop een water glider. Moeilijke rotsten waarover ik mijn enkel bijna heb verzwikt , ik ben zo vernederlands, mijn verwachtingspatroon is Israel totaal ontwent. Ook was er veel vuil op het strand te vinden. Plastic flessen, kledingstukken, een armband van witte plastic kralen die ik heb meegenomen om de kale muren van mijn appartement mee te versieren.

Oh ja, het appartement was bij aankomst onverzorgd, niet schoon en miste veel spullen. Deze mensen zijn blijkbaar ontdaan van alle 'moet' en stressgevoelens en een geworden met de natuurlijke gang der dingen, zodat schoonmaken voor aankomst van een gast niet boven aan hun prioriteitenlijst staat. Maar goed, ook ik heb niet stil gestaan, en hoewel er door mijn hoofd allerlei 'wat denken ze wel', en 'wat en stelletje...' enz heen gingen, probeerde ik toch met vriendelijkheid en geduld te handelen. Mijn smetvrees overwin ik door steeds een stukje schoon te maken en 'eigen' te maken. De eerste avond, toen er een soort gepantserde tor de grote van een kleine pruim rustig mijn slaapkamer voorbij sjokte, belde ik voor de zekerheid naar Amiram om te vragen of ze nog een plekje op de bank hadden. Dat hadden ze. Ik heb het beest naar buiten gedonderd met een bezem en onder een deksel bewaard om het aan de huisbazen te tonen. Zij reageerden met het geruststellende bericht dat er waarschijnlijk meer leven in en om het huis zal zijn... En toch, wonder boven wonder, had ik die nacht goed geslapen!

Honingzuiger in onze tuin
Buulbuul, heel bijzonder voor Arno

Sinds toen ontdooien die mensen beetje bij beetje. Ze worden iets vriendelijker, Ik krijg handdoeken, nieuw keukengerei, een mooie spiegel e.d. Er is een schoonmaakster geweest, zij heeft er vooral een puinhoop van  gemaakt, dat heb ik weer opgeruimd. Het begint ergens op te lijken. Wie weet durf ik nog een keer een maaltijd voor te bereiden. Bij gebrek aan een vaas heb ik de tandenpoets-beker gevuld met bloemen die ik hier en daar geplukt heb. Het was een bizarre gewaarwording, toen ik om negen uur in de avond, door de - anders pikkedonkere, maar nu door de volle maan verlichte - dorpspaden met een snoeischaar op zoek ging naar bloemen. Onderweg hier en daar een schim of een stelletje.... Uit de repetitieruimte klonk pianospel. Pas later herkende ik het stuk als Firth of Fifth van Genesis. Ik gluurde even, een meisje van rond de 16, 17, met rood-zwart haar zat daar zo mooi betoverend te spelen, terwijl ik daar stond met de bloemen in mijn hand... Wat een plek toch.

Soep van verse biologische tomaten... hoe anders?

Nu al een week hier, ben ik de dingen die ik eerst surrealistisch noemde al aardig gewend. Wat gaat dat snel. Ik heb zo mijn ritme gevonden. Overdag een wandeling doen, mensen opzoeken, boodschappen doen, en in de avond, die extreem vroeg begint -  de schemering is al vanaf drie uur voelbaar en om vijf uur valt de avond ineens in en is het helemaal donker, anders donker dan in Nederland, constateert Arno daarna - lees en schrijf ik, doe mijn yoga en meditatie, neem de tijd om alles te verwerken. Ontmoetingen confronteren mij. Nieuwe ervaringen ontroeren mij. Deze tijd is dus nodig.

Bougainville, in diverse kleuren, zo mooi...
Moestuinen in Harduf - een sociaal werkplaats
Kolen en sla, kleurrijk...

Vandaag prachtig gewandeld tussen rotsen en bomen, vlinders, vogels en hardoens gezien.. Ik ben deze natuur ook al ontwend. Ik ken de flora en fauna in Nederland ondertussen beter en raak dus verwonderd door soorten, kleuren en geuren.

Wilde Majoraan in het bos, wat wil je nog meer?
Wat ruist er in het struikgewas?
Pijnbomen en licht...
Hardoen

Tegelijkertijd beweeg ik hier met een bepaald gemak dat te maken heeft met de taal, mijn taal, maar ook met lichaamstaal en non-verbale communicatie. Ik val samen met het menselijke landschap.


Ik word een met de Bougainville

Wanneer Arno aankomt, ben ik al ingeburgerd. We hangen de toerist uit. Wat heeft Israël toch mooie plekken. We bezoeken o.a. de Bahai tuinenRosh Hanikra, Akko, Hachula, en nachal Elal, een mooie waterval in de Golan. Anan komt ook vanuit Tel-Aviv, waar hij vijf weken zit, en neemt deel in deze mooi uitstapjes.

Toeristen in Rosh Hanikra

---

En dan, morgen weer terug. Loslaten. Verzet tegen de kou in Nederland. Verlangen naar dat mooie weer van hier. Beseffen dat beide emoties zo weinig zin hebben. Mij laten meevoeren door de stroom van de gang der dingen...

Ik neem mee: mijn taal die ik heb hervonden. Ik ga meer schrijven in mijn taal, daar waar mijn begrippenlandschap zo fijn vloeit. Ook wil ik meer lezen, meer poëzie, meer bij de tijd blijven. Er is een nieuwe band met het land. Een stuk verleden is misschien een beetje losgelaten. Misschien kan ik nu wel stoppen met tijdens mijn bezoeken hier herhaaldelijk in kringen rond mijn verleden te draaien. Misschien is er ruimte voor nieuwe ervaringen, nieuwe contacten en initiatieven. Meer relativering. Het land is niet mooi of lelijk, maar mooi en lelijk. Het verbaast mij soms hoe het mooie landschap bedorven wordt door de kennis van wat hier allemaal gaande is. Er is geen onschuld meer. Ook de mooie mensen en de mooie plaatsen zijn aangetast.

Mijn leven blijft een tweedeling. In Nederland heb ik een thuis, een plekje, mijn kinderen, mijn vrienden, mijn vriend. Werk, bezigheden, een leven. Maar hier heb ik een oude jas die mij perfect past, ik kruip erin zonder enkele inspanning. Mijzelf zijn lijkt hier simpeler.

Wil ik hier wonen? Nee. Het is een land dat, zoals het gezegde gaat, ''haar bewoners verteert'', het is een moeilijk bestaan. Een paar maanden in de winter wel, er valt hier ook nog zo veel te doen, bij te dragen. We zullen het zien. Maar wat in mij zit kan niet weg, de taal, het licht, de lucht, mijn eigen kleine Israël.



N.B. In maart 2015, na het overlijden van mijn broer, zijn we weer een weekje in Harduf geweest. We hadden het geluk deze ontroerende tentoonstelling te treffen. Kunstwerken van de laatste jaars, jongeren op de vooravond van hun legerdienst, die allemaal een thema mochten kiezen en daar met beeld, tekst en praktijk bezig te zijn. Kijk hier naar de foto's met wat vertaling van mij!