Zoeken in deze blog

zaterdag 21 oktober 2023

Wat wilde ik ook al weer?

 


22 oktober 2023

 

Een paar weken terug, voordat de laatste oorlog in Israël begon, zat ik op een middag aan mijn tafel en vroeg mij af: “wat wilde ik ook al weer gaan doen”? Ja, met dit soort dingen hield ik mij bezig voor de oorlog: werk, studie, ontwikkeling.

 

Wat wilde ik ook al weer gaan doen?

 

Ik zag mijzelf in een kamertje zitten, entourage was toen centrum ’45 in Oegstgeest, waar ik zelf op dat moment zes jaar van diepgaande therapie aan het afronden was.

 

Gedurende die jaren ben ik mijn leven gaan begrijpen. Ik heb veel onderzoek gedaan naar alle families die mijn bestaan hebben veroorzaakt en bepaald. Ik kwam veel verdriet tegen. Ik kwam geheimen tegen. Maar ook vreugde en wijsheid. Er is een verhaal ontstaan. Dit verhaal ben ik aan het opschrijven.

 

Ik kan zeggen dat ik mijn verhaal nu ken, dat ik het omarmd heb en dat ik mij nu heel voel. Geheimen zijn onthuld, over het verlies gehuild, blij als een kind geweest met gevonden puzzelstukjes en hervonden familieleden. Ik heb de geschiedenis van mijn familie met beide armen vastgepakt. Ik zei: dit is van mij. Ik zei tegen mijn overleden ouders: jullie hebben zoveel willen verbergen, jullie konden niet anders, maar nu weet ik het allemaal. Ik heb recht op jullie niet vertelde verhalen, ik heb recht om te rouwen om jullie familieleden, want het zijn ook mijn familieleden en het is ook mijn verhaal.

 

Zonder geschiedenis geen heden. Letterlijk. Ik voelde mij heel mijn leven van binnen leeg. Het zwijgen en het verzwijgen van de generatie van mijn ouders en grootouders hebben een gat in mij geslagen. Ze bedoelden het goed, ze konden niet anders. Een generatie van kinderen met een gapend gat in hun binnenste was het gevolg.

 

En nu? Ik schrijf aan mijn boek. In mijn hoofd is het af, ik heb alle gegevens, alle foto’s en documenten en ook veel tekst. Deel één – de kant van mijn moedersmoeder - is zo goed als af. Deel twee – de kant van mijn moedersvader - is aardig richting afronding. Ik moet nog moed verzamelen om aan de kant van mijn vader te beginnen. Het ligt er, doe het nou gewoon.

 

Dan had ik nog een broer. En nu ik mij sterker voel, wil ik daar ook iets mee. Op een avond zat ik tussen zijn papieren te wroeten, ik kwam een zakje tegen met verscheurde briefjes en foto’s. Waarom heeft hij ze verscheurd? En waarom heeft hij de snippers bewaard? Het zoveelste raadsel om mijn eigenaardig grote broer. Zijn verhaal bloedt nog levend in mij, ik voel de pijn weer wanneer ik dit schrijf.

 

Maar op dat moment dacht ik sterk genoeg te zijn om ermee te dealen. Het was Yom Kipoer, Grote Verzoendag.  Precies vijftig jaar sinds de oorlog en het nationale trauma die deze teweeg bracht; de Israëlische publieke omroep, waar ik regelmatig naar kijk, zat rond die tijd vol met documentaires en verhalen van soldaten en weesouders en over heldendaden en doodsangst. Ook mijn broer vocht in die oorlog en als ik het goed heb begrepen, stapelde zich weer een nare ervaring in zijn al niet erg stabiele leven.

 

Ik dacht aan mijn broer, ik keek naar de papiertjes die in het zakje zaten en kon het ineens niet laten om ze bij elkaar te zoeken. Zo moeilijk was het eigenlijk niet: hij verscheurde ze heel schoon, zo rats, in tweeën – ik kon hem het bijna zien en horen doen – en hop, het volgende briefje. Ik heb met plakband de bij elkaar gezochte stukjes aan elkaar geplakt. Er kwam een bonte verzameling tevoorschijn: briefjes met genummerde popliedjestitels, waaronder een met de naam van zijn beste vriend. Het kon niet anders zijn dan dat deze briefjes nog uit zijn middelbare schoolperiode kwamen. Een aantal pasfotootjes van klasgenoten met hun naam en een woordje ter herinnering op de achterkant. En, dit vond ik heftig, een brochure ter nagedachtenis aan zijn goede vriend Avichai die in de Yom Kipoer oorlog sneuvelde. Waarom verscheurde hij die?

 

In mijn hoofd zei ik: “dacht je dat jíj́ gek was? Nou, we komen uit hetzelfde nest, ik ben het ook. Jij verscheurde die dingen en ik herstel ze”.

 

De dag erna heb ik alles weer in dozen gedaan. Ook foto’s, dagboeken en brieven van mijn moeder die ik in een vlaag van overmoed tevoorschijn had gehaald, borg ik weer op. Het was mij te veel. Ik zoek naar een weg. De pijn, het verleden, ze zijn van mij, ik kan niet zonder ze. Het gat is gedicht en nu draag ik het allemaal in mij. Maar, ik ben ook ik, Nava, een volwassen vrouw die in Nederland woont en moeder is en partner, en oma. Ik speel piano en ik teken en ik maak mijn straat schoon en groen. Die balans tussen heden en verleden houdt mij bezig, daar ben ik naar op zoek. Het ene kan niet zonder het andere.

 

En toen ik aan het opruimen was dacht ik aan een gedicht dat ik schreef over een ander gedicht en hoe, wanneer ik iets schrijf, het mij ook later weer dient. Ik noteer het hieronder:

 

Pandora https://parallelschrijven.blogspot.com/2017/11/pandora.html

 

Gisteren spiekte ik even

In mijn doos van Pandora

En zag een wonderbaarlijke weerspiegeling:

Een doos in een doos in een doos in een doos.

 

Op een briefje, geschreven door mijn moeder

Stond een gedicht in het Jiddisch

Met de volgende boodschap:

‘Toen ik vertrok om een blik te werpen

op vroegere tijden, ben ik vergeten

een markering bij de brug achter te laten

en ben ik toen de weg terug verloren.’

 

Ik las het en herlas het

En las ook mijn eigen poging tot het vertalen ervan

Die 23 jaar geleden is gemaakt

Toen ik een beetje Jiddisch wilde leren

En las toen ook haar eigen vertaling

En haar verheldering en correcties.

 

Ik las ook onze correspondentie,

Over Jiddisch en over Sholem Aleichem*

En ook over ditjes en datjes,

Over de kinderen etc.

 

Al deze paperassen zaten verborgen

In het Jiddisch-Hebreeuws woordenboek

Dat ik ten behoeve van die onderneming

Van haar toen te leen kreeg.

 

En nu dacht ik aan mijn moeder

En aan deze tekst die ze mij stuurde

En aan waarom ze juist die tekst koos

En ik begreep ineens dat het wel zeker zo moet zijn

Dat zijzelf, net als deze dichteres,

Zo vaak in vroegere tijden verdwaalde

Dat zijzelf ook vaak de weg terug kwijt was.

 

Zo zat ik daar

Te lezen en te herlezen

Te denken en te mijmeren

Om vervolgens te ontdekken

Dat inderdaad ook ik

Weer voor even

De weg terug

Kwijt was.

 

·      Belangrijke Jiddisch schrijver

 

© Nava Benyamini 2018

 

Maar, wat wilde ik ook alweer gaan doen?

 

Ik zat tegenover iemand die met een verhaal zat. Zij kwam niet helemaal uit haar woorden, ze druppelden er mondjesmaat uit. Ik kon goed luisteren. Ik kon haar pijn voelen, ik kon haar moeite begrijpen. En zo kon ik haar helpen de woorden te zoeken, de moed te vinden om ze uit te spreken.

 

Het was een mooi beeld. Ik wist zeker dat ik dit zou kunnen, ik wilde ervoor gaan. Het plaatje heb ik later verplaatst naar Dordrecht, naar een mooie praktijk waar ik in alle rust met iemand kan zitten, spreken, zwijgen, zoeken, vinden. ‘Jouw verhaal’ wil ik schrijven, jou helpen vertellen. Maar kan ik het?

 

Dat wilde ik dus ook al weer gaan doen. Dat hoop ik te kunnen doen. Dat hoop ik te kunnen, dat wens ik. Daar groei ik naar toe. Dat zal blijken. Dit verhaal is nog niet af.

 

Nava Benyamini © oktober 2023

zaterdag 14 oktober 2023

Geen woorden

 


 

 

Het is oorlog in mijn land. Mijn land Israël. Het is rustig in mijn land. Mijn land Nederland. Het is oorlog in mijn hoofd, het is oorlog in mijn hart. Het is vrede in mijn huis, mijn straat, mijn stad. Het is vrede in Dordrecht. Zondag, herfst, de zon schijnt en de bomen verkleuren.

 

Het is oorlog in mijn land. Mijn land Israël. Mijn vrienden zijn in oorlog met zichzelf en onderling, mijn vrienden in Israël. Mijn vrienden in Nederland zijn een stuk kalmer, ingehouden, relativerend.

 

Mijn vrienden in Israël overspoelen mij met allerlei boodschappen. Er is wanhoop, er is angst, er is paniek en verdriet en ook boosheid en haat. Mijn hart huilt voor de slachtoffers, ik begrijp wanhoop en verdriet. Mijn hart klopt sneller met de paniek en de angst, ik ken angst.

 

Mijn hart breekt door de haat. De haat die een groepering als Hamas koestert, een verwoestende, ongenuanceerde haat. De haat van het extreemrechts in Israël, hun haat jegens Arabieren, moslims en met name deze die in Israël en Palestina wonen.

 

Mijn hart breekt door de haat. De haat tussen rechts en links in Israël. Het onbegrip, het elkaar de schuld geven, de ander niet willen zien als mens.

Mijn hart breekt door de haat. De haat die sommige vrienden op de wereld projecteren. Ze zeggen: “Als jullie niet zien dat wij gelijk hebben, dat wij de echte slachtoffers zijn, dat het leed van het joodse volk altijd boven alles staat, dan zijn jullie onwetend en dom. Dan haten wij jullie.”

Mijn hart breekt door de haat die een vriendin uitte na de verschrikkelijke aanslagen van Hamas in de kibboetsiem vlakbij Gaza. Ze schreef: “Op dit moment kan ik geen compassie opbrengen voor de andere kant.” Met deze zelfreflectie kon ik nog enigszins leven. Maar ze vervolgde: “Nu weet de wereld met welke monsters wij te maken hebben, er is geen gesprek mogelijk; niet met Hamas, niet met de Islamitische Jihad, niet met Hezbollah… op dit moment haat ik alle moslims.”  Op mijn vraag, hoe ze tot die conclusie kwam, vroeg ze terug: “Wat valt er niet te begrijpen? Ik denk nu alleen aan ons en de onzen.”

Bij mijn vredelievende Syrische vriendin kwam opeens een preek tevoorschijn van een of andere imam. Ik versta hem niet, maar die toon beangstigt mij. Ik vroeg aan haar wat hij zei en zij antwoordde: “hij vertelt over kinderen”, in Gaza? vroeg ik, “ja, in Gaza” schreef ze terug. Hartje, traan.

Ik stuur ook naar mijn Arabische  vrienden berichten van hoop, liefde, troost en vrede. Ik weet geen raad met mijzelf en de situatie. Ik, de wereldverbeteraar, snak naar harmonie, naar compassie voor iedereen. Mijn mensvisie die elke mens wil zien, erkennen, waarderen, laten zijn, kan nu nergens heling brengen.

Mijn hart brak zo vaak de afgelopen week dat ik nu alleen maar stil wil zijn. Ik weet niets meer te zeggen, alle woorden schieten tekort. Ik houd mijn gebroken hart met beide handen vast, ik huil van binnen. Ik begrijp het niet meer, laat me alleen maar voelen. Er is iets kapot.